kunstbus

Ben jij de slimste mens? Test je kennisniveau op YaGooBle.com.

Marie Wiegmann

Mary Wigman (1886 - 1973)

Eigenlijk Marie Wiegmann. Duits solodanseres, choreografe en pedagoge, (Hannover 13 nov. 1886 – Berlijn 18 sept. 1973),

De Duitse Mary Wigman (1886 – 1973) stond aan de wieg van de naoorlogse moderne dans in Europa. Wigman ontwikkelde zich in de twintiger jaren als een van de pioniers van de expressionistische dans die zich in het Duitsland van die jaren ontwikkelde. ‘Elk mens is een danser’ en ‘Geen dans zonder extase, geen dans zonder vorm’, zo vatte Wigman haar credo samen.

Mary Wigman was samen met o.a. Rudolf Laban en haar leerling Kurt Jooss een belangrijke vertegenwoordigster van de Ausdruckstanz (expressionistische dans).

Mary Wigman studeerde bij Dalcroze en Laban, die systemen bedachten om beweging en dans te kunnen onderzoeken. Emile Jacques Dalcroze is de uitvinder van een systeem waarin muzikale ritmes met dans samen werden gebracht en Rudolf von Laban paste wetenschappelijke principes op bewegingsanalyse toe.

Als een van de eerste legde Wigman de nadruk op dans als zelfstandige kunstvorm door weinig of geen muziek te gebruiken. In tegenstelling tot Dalcroze – die een hechte relatie tussen dans en muziek benadrukte – maakte Wigman vaak stukken zonder muzikale begeleiding, om met niet meer dan slagwerk het ritme aan te geven. Wigman vestigde op deze manier de aandacht op de artistieke functie van de dans als een zelfstandige kunstvorm.

Spanning en ontspanning leerde Wigman via de Dalcroze school, dit werd een belangrijk element in haar expressionistische dansen.

De belangrijkste principes van Wigman waren:
dans is een uiting van diepe en sterke emoties door de zeggingskracht van de beweging zelf.
Het lichaam is een instrument dat zingt en beweegt/trilt.

Ademhaling was heel belangrijk in haar dansstijl, dit om de natuurlijke spanning en ontspanning teweeg te brengen die voortgezet werd in haar dansbewegingen. Dit resulteert in een golvende, harmonieuze bewegingsstijl. Opvallend was verder de pose-achtige bewegingen van heup, armen en handen. De thematiek van haar dansen was somber. Het karakter expressionistisch. Zij gebruikte vaak maskers bij haar dans.

1914 Heksendans I
Haar zogenaamde Ausdruckstanz was onder meer geïnspireerd door de expressionistische beeldende kunstenaars Kathe Kollwitz en Emil Nolde, terwijl de basis voor de danstechnische principes werd gelegd door Laban. Zo domineren – waarschijnlijk niet toevallig – al in de jaren rond de Eerste Wereldoorlog gevoelens van angst en verdriet Wigmans vaak tragische of dramatische dansstukken (onder meer in haar beroemde demonische Heksendans I uit 1914) Wigman werd beroemd door haar Heksendans waarin ze de toeschouwers confronteerde met de slechte kanten van de mens: het verval, vernietiging en dood. Als een heks danste ze over het podium alsof ze het publiek wilde bezweren met toverachtige formules.
In het algemeen zijn Wigmans stukken vol pessimisme. Gedemonstreerd door emotioneel gekwelde of verscheurde personen, die met hun bewegingsthema’s erop uit lijken te zijn allerlei kwade krachten te bezweren, die van buitenaf komen of in henzelf leven. Hiervoor gebruikte Wigman een combinatie van dans en mime met een zeer aards karakter: knielen, hurken, vallen, kruipen zijn de overheersende bewegingsthema’s. Terwijl de sombere indruk worden versterkt door een gebogen houding van het hoofd en voornamelijk laag gehouden armen. Het masker in de Heksendans bezat een eigen leven; bij elke beweging veranderde de expressie van het gezicht, afhankelijk van de positie van het hoofd. De ogen leken te openen en te sluiten. Volgens Wigman was deze dans de enige dans die haar geen plankenkoorts bezorgde. “Ik hield er erg van me in de expressieve wereld te voelen groeien. Hoe intens probeerde ik bij elke voorstelling mezelf terug te vinden in het oorspronkelijke gevoel van de dans en als het ware weer bij het begin te beginnen door de vormen precies uit te voeren.”

Evenals Duncan had Mary Wigman talloze volgelingen. De school die Wigman in Dresden oprichtte (1920) werd het centrum van waaruit verschillende versies van haar Ausdruckstanz zich verspreidde, gekleurd door de persoonlijkheid en belangstelling van de betrokken kunstenaars. In Nederland gebeurde dat o.a. door het pionierswerk van Corrie Hartong en Kit Winkel onder de naam Dansexpressie. De Nederlandse exponent van de moderne dans - Corrie Hartong - was leerlinge en medewerkster van Wigman.

Dodendans (1926)

In de jaren twintig begon ze zich te interesseren voor het oosters (Javaans en Japans) danstheater. Haar stukken waren vaak pessimistisch. De emotioneel gekwelde personen leken kwade geesten te bezweren. Deze sombere sfeer werd benadrukt door een gebogen hoofd en laag gehouden armen. In combinatie van dans en mime gebruikte ze vooral aardse bewegingen als knielen, hurken, kruipen en vallen. Haar Dodendans II (1928), begeleid door gamelanmuziek, is exemplarisch voor het noodlotsbesef, waarvan veel expressionistische dans getuigd (Pina Bausch en Rudi van Dantzig).

Door de oprichting van vele scholen kwam de Ausdrucktanz in volle bloei. Haar tragische stukken waarin angst en verdriet een grote rol speelden werden bekend gemaakt in de rumoerige tijd rond WO II.

In 1930 maakte zij een tournee door Amerika.

De nieuwe dans die Mary Wigman maakt was radicaal anders dan die van Isadora Duncan. Isadora zou nooit met opzet een lelijke en helemaal geen onvrouwelijke beweging kunnen maken. Mary’s stijl was weliswaar niet mannelijk, maar wel sterk, meer uniseks en zeer persoonlijk gericht. Zij was een toegewijd pionier van het type dans dat niets met het verleden van doen had. Ze drukte de psychologie van de twintigste eeuw uit, met een brandend verlangen naar zelfbewustzijn en individuele vrijheid van expressie, ongeflatteerd, hard en echt.
Hoewel Wigman haar toeschouwers niet vaak iets vreugdevols voorzette, wist zij hen toch te fascineren dank zij haar magnetische persoonlijkheid en imponerende vertolkingskunst. Ondanks haar intellectualisme wist zij de instincten bij haar publiek aan te spreken.

Mary Wigman was een wat houterige, gespierde vrouw, die niet aan een schoonheidsideaal voldeed. Haar sombere, macabere, bijna demonische dansen putte zij uit primitieve, nog voor de doorsnee mens onbewuste driften. Zij voelde zich in contact met oerkrachten, die bezit van haar namen als zij optrad. Zij droeg vaak maskers om aan haar gewone persoonlijkheid te ontsnappen. Soms ging zij zo op in haar eigen dans dat ze bang werd voor haar eigen choreografie.

Na de oorlog werd Wigman als pedagoge belangrijk door de school die zij in West-Berlijn opende in 1949.

De choreografe Susanne Linke komt ook ‘uit de school’ van Mary Wigman. Letterlijk omdat ze echt les heeft gehad van deze ‘prima donna’ van de Duitse dans, en figuurlijk, omdat Linke een aantal belangrijke facetten uitdeze stroming heeft overgenomen in de manier waarop zij choreografieën maakt. In Le coq est mort zien we bijvoorbeeld dat niet alles mooi en esthetisch hoeft te zijn. Het zijn pure emoties die de dansers ten tonele voeren. Felle uitbarstingen en gevoelsontladingen waar geheel volgens het expressionistische principe van de Ausdrucktanz geen mooi sausje overheen hoort.

expressionistische dans
Bij de expressionisten in de beeldende kunst, waaronder Van Gogh en Munch, ging het om de allerdiepste beleving die door de ervaring van de werkelijkheid wordt opgeroepen in het Ik van de kunstenaar. Vooral de emotionele ervaring is belangrijk. Op een vergelijkbare manier ontstond ook in de danskunst in de jaren twintig en dertig het dansexpressionisme van kunstenaars als Rudolf Laban, Mary Wigman en Kurt Jooss in Europa en Martha Graham en Doris Humhhrey in de Verenigde Staten. Zij wilden nóg dieper gaan dan de nieuwe Kunst van de dansers Fuller, Duncan, St. Denis en Shawn, die ze te uiterlijk of te oppervlakkig vonden.

Bij het expressionisme in de dans ( Ausdrucktanz Rudolf von Laban) ging het om de expressie van de allerdiepste belevingen van de kunstenaars. Zij maakten dansbeelden waarbij fantasie en werkelijkheid door elkaar heen konden lopen. Zij konden het tegelijkertijd over ervaringen in het heden, het verleden en in de toekomst hebben. Veelal gaan expressionistische dansstukken over onaangename gevoelens zoals angst, verdriet en wanhoop. Men ging zich afvragen wat zich diep binnen in iemand afspeelde. Vaak lijkt hierbij de logica zoek te zijn, wat begrijpelijk is, omdat de samenhang tussen de beelden van psychologische aard is.


Test je competentie op YaGooBle.com.

Pageviews vandaag: 12.