kunstbus

Ben jij de slimste mens? Test je kennisniveau op YaGooBle.com.
Dit artikel is 03-06-2008 voor het laatst bewerkt.

Marcel Poot

Belgisch componist, geboren 7 mei 1901 in Vilvoorde, gestorven 12 juni 1988 in Brussel

Als zoon van Jan Poot, directeur van de Koninklijke Vlaamse Schouwburg, groeide Marcel Poot op in een artistieke omgeving. De eerste muzieklessen kreeg hij van de organist Gerard Nauwelaerts en vervolgens leerde hij van 1916 tot 1919 notenleer, piano en harmonie aan het Koninklijk Conservatorium van Brussel bij Arthur De Greef, José Sevenans en Martin Lunssens.

Marcel Poot: Concerto voor Piano eerste deel-Neil Galanter, pianist

De eerste prijzen in contrapunt (1922) en fuga (1924) behaalde Marcel Poot aan het Koninklijk Vlaams Conservatorium van Antwerpen bij Lodewijk Mortelmans. Bovendien was hij privé-leerling van Paul Gilson voor compositie en orkestratie.

Poot en Gilson waren samen de uitgevers van La Revue Musicale Belge, een tijdschrift dat vanaf 1925 verscheen. Poot was verder actief als muziekcriticus van de krant Le Peuple en na de oorlog van de krant La Nation Belge.

Ook in 1925 richtte Poot met verschillende andere leerlingen van Gilson de groep Les Synthétistes op, met als doel de verworvenheden van de toenmalige muzikale evoluties te synthetiseren zonder de eigen individualiteit op te geven. Andere leden van Les Synthétistes, waren René Bernier, Francis de Bourguignon, Théo de Joncker, Maurice Schoemaker, Jules Strens en Robert Otlet.

In 1930 behaalde Poot de Rubensprijs, waardoor hij drie maanden les kon volgen bij Paul Dukas aan de École Normale de Musique te Parijs.

In 1934 met zijn Ouverture Joyeuse (Joyful Overture), opgedragen aan Paul Dukas, werd Poot internationaal befaamd.

Tot 1940 bekleedde hij een functie aan het N.I.R., de pas opgerichte Nationale Radio-Omroep. Samen met directeur Theo Fleischman schreef hij verschillende radiospelen. Na de oorlog nam hij zijn activiteiten bij het N.I.R. weer op en werd hij voorzitter van de jury voor de audities tot in 1949.

Zijn loopbaan startte Poot aan de Rijksmiddelbare school en als leraar piano, notenleer en muziekgeschiedenis aan de academie te Vilvoorde. Daarna doceerde hij vanaf 1939 practische harmonie aan het conservatorium van Brussel en van 1940 tot 1949 eveneens contrapunt. In 1949 volgde hij Léon Jongen op als directeur van het Conservatorium in Brussel tot 1966.

Poot bekleedde verder nog meerdere belangrijke functies. Hij was onder meer lector aan het Institut Supérieur des Arts Décoratifs, rector van de Muziekkapel Koningin Elisabeth (1970-1976), lid van de Koninklijke Vlaamse Academie voor Wetenschappen, Letteren en Schone Kunsten, juryvoorzitter van de Koningin Elisabeth wedstrijd (1963-1981), voorzitter van SABAM, de unie van Belgische Componisten en CISAC, en jurylid van verschillende compositiewedstrijden.

Werk: orkestwerken: zeven symfonieën, (1929, 1938, 1952, 1970, 1974, 1978, 1982), Vrolijke Ouverture (1934), Symfonisch Allegro (1935); koorwerken: o.a. 2 oratoria, Le Dit du routier (1943), Icare (1945); pianomuziek; balletten: o.a. Paris et les trois divines (1933), Camera (1937), Pygmalion (1952); opera's: o.a. Het ingebeelde eiland (1925), Moretus (1944); radiospelen.

Bron: www.muziekcentrum.be, www.cebedem.be


Test je competentie op YaGooBle.com.

Pageviews vandaag: 184.