kunstbus

Ben jij de slimste mens? Test je kennisniveau op YaGooBle.com.
Dit artikel is 05-02-2009 voor het laatst bewerkt.

Lukas Foss

Duits-Amerikaans componist, pianist en dirigent, geboren 15 augustus 1922 in Berlijn - overleden zondag 1 februari 2009 in New York.

Samen met zijn beste vriend Leonard Bernstein vormde Foss decennialang een centrum in de Amerikaanse muziekwereld. De van oorsprong Duitse Foss verhuisde in 1937 naar de Verenigde Staten, waar hij samen met componisten als Copland, Morton Feldman, John Cage Barber, en Elliott Carter en dirigent Leonard Bernstein tot de voorhoede van de Amerikaanse klassieke muziek behoorde en daar ook een van de belangrijkste voorvechters van was.

De componist Lukas Foss was wat je noemt een eclecticus – hij integreerde allerlei stijlen en technieken, van neoromantisch tot twaalftoonsmuziek. Vroeg in zijn carrière componeerde hij tonaal. Later werd hij compromislozer: hij componeerde elektronische muziek, collages en het gebruikte inheemse instrumenten. Hij was ook regelmatig te gast in Nederland en werkte bijvoorbeeld samen met de omroeporkesten in Hilversum.

Biografie
Lukas Foss (eig. Fuchs) is de zoon van een filosofieleraar en schilder. Lukas Foss begon heel jong piano en theorie te studeren in Berlijn bij Julius Goldstein-Herford en componeerde al op zevenjarige leeftijd.

Van 1933-37, nadat zijn familie Nazi-Duitsland ontvlucht was, ging hij in Parijs studeren bij Lazare Lévy (piano), Noël Gallon (compositie), Felix Wolfes (orkestratie), en Louis Moyse (fluit).

In 1937, op vijftienjarige leeftijd, keerde Foss terug naar Amerika om te gaan studeren aan het Philadelphia's Curtis Institute of Music, waar hij les kreeg van Rosario Scalero in compositie, Fritz Reiner in directie en van Isabelle Vengerova in piano.

Hij had al vele composities geschreven, totdat G. Schirmer toen Foss vijftien jaar was, diens eerste werk publiceerde, een serie pianowerken, geschreven terwijl hij in de metro zat.
Toen hij 18 was behaalde Foss zijn diploma van Curtis en ging van 1939-41 verder studeren aan Tanglewood bij Sergey Koussevitzky in directie en aan de universiteit van Yale bij Paul Hindemith in compositie.

Van 1944-50 was hij pianist van het Boston Symphony Orchestra en in 1950 won hij de Prix de Rome.

In de jaren veertig componeerde hij nog tonaal, meer conventioneel werk, voor befaamde Amerikaanse dirigenten als George Szell, Eugene Ormandy en Fritz Reiner. In 1949 schreef hij de kameropera The jumping frog of Calaveras County naar het verhaal van Mark Twain.

In 1953 volgde hij Arnold Schoenberg op als compositieleraar aan aan de universiteit van Californië in Los Angeles. Foss volgde zijn nieuwsgierigheid naar de avant-garde.

In 1957, op zoek naar de spontane expressie die ten grondslag ligt aan alle muziek, richtte hij het 'Improvisation Chamber Ensemble' op, bestaande uit vier muzikanten die improviseerden tijdens het concert, niet werkende van een partituur, maar vanuit de ideeën en visies van Foss.
De effecten van deze experimenten kwamen al snel tot uiting in zijn composities, waarin hij de ideeën van tonaliteit, notatie en vaste vorm onderzocht.
In zijn werk uit 1960 Time Cycle, voor sopraan en orkest, een zetting van teksten over tijd van Auden, Housemam, Kafka en Nietzsche, dat voor het eerst uitgevoerd werd door Leonard Bernstein en de New York Philharmonic, met tussenspelen van het Improvisation Chamber Ensemble, werd ook tijd nauwkeurig onderzocht door Foss. Uit respect voerde Leonard Bernstein het werk op een avond tweemaal uit. Time Cycle won de New York Music Critics' Circle Award voor 1961 en werd op het CBS label opgenomen.

In de jaren zestig maakte hij de universiteit en het conservatorium van Buffalo in in de staat New York hét toonaangevende centrum voor experimentele muziek. Nergens ter wereld gebeurde door de bezielende leiding van Lukas Foss zoveel tegelijk. Hij werd er in 1970 opgevolgd door Feldman.

Zijn composities van de laatste vijfentwintig jaar hebben bewezen dat een liefde voor het verleden kan worden verenigd met met alle soorten vernieuwingen. Of de muziektaal serieel, aleatorisch, neoklassiek of minimalistisch is, de echte Lukas Foss is altijd aanwezig. Het meest wezenlijke in zijn muziek is de spanning, zo typerend voor de 20ste eeuw, tussen traditie en nieuwe vormen van muzikale expressie. Deze spanning is het duidelijkst in werken als Baroque Variations, voor orkest (1967), welke stukken van Händel, Scarlatti en Bach "deconstrueert". Het stuk is veel in het buitenland uitgevoerd en heeft grote invloed gehad op jongere componisten. Aan de andere kant is traditionalisme aanwezig in werken als Echoi (1961-63), wat samen met Paradigm en Solo Observed, wordt gezien als een van de belangrijkste hedendaagse werken voor kamerensemble. Paradigm (for my friends), gecomponeerd in 1968 voor stemmen en instrumenten, waaronder een sitar of, naar keuze, een elektrische gitaar, was een van de eerste ‘serieuze’ partituren waarin deze instrumenten werden opgenomen.

Zijn ideëen en zijn dwingende manier deze uit te drukken hebben hem een blijvend respect opgeleverd als pedagoog. Hij heeft compositie gedoceerd aan Tanglewood, was composer-in-residence aan Harvard, de Manhattan School of Music, de Carnegie Mellon universiteit, de Yale universiteit en de Boston universiteit.

In 1983 werd werd hij gekozen voor de American Academy and Institute of Arts and Letters, waarvan hij later vice president werd. Hij heeft 8 eredoctoraten en werd voortdurend als leraar gevraagd. In 1986, aan de National Gallery in Washington, gaf hij de prestigieuze Mellon lezingen.

Hij was gastdirigent van belangrijke Amerikaanse orkesten als, Boston Symphony, Chicago Symphony, Cleveland Orchestra, de Los Angeles Philharmonic, de New York Philharmonic, het Philadelphia Symphony Orchestra en het San Francisco Symphony. In het buitenland leidde hij o.a. het Berlin Philharmonic, Leningrad Symphony, London Symphony Orchestra, Santa Cecilia Orchestra van Rome en het Tokyo Philharmonic.

Lukas Foss woont in New York met zijn vrouw Cornelia, een bekende schilder. Ze hebben een zoon en een dochter.

Als componist heeft Foss meer dan honderd werken geproduceerd, waarover Aaron Copland in 1974 zei: "among the most original and stimulating compositions in American music". Tom Johnson in de 'Village Voice' ging nog verder en zei: "Little by little he is knitting together a body of work which may actually speak for contemporary culture as as whole more eloquently than any other."

Als dirigent van het Brooklyn Philharmonic, het Buffalo Philharmonic en het Milwaukee Symphony, was Foss een effectief voorvechter van hedendaagse componisten en heeft nieuw leven geblazen in het standaard repertoire. De avontuurljke mix van traditionele en hedendaagse muziek die hij programmeerde en dirigeerde met het Brooklyn Philharmonic aan de Brooklyn Academy of Music, werd in 1986 door de New York Times omschreven als: "The most engrossing and unusual programs in town ... Our musical life would be richer if Lukas Foss ... could hire himself out as a sort of 'programmer at large.' He seems incapable of a mechanical idea."

De Amerikaanse componist en dirigent Lukas Foss is op 86 jarige leeftijd aan een hartaanval overleden in zijn woonplaats New York. William Shakespeare), 1939-40; Where the bee sucks; The Heart Remembers ballet 1944; Within these Walls ballet, 1944; Gift of the Magi ballet, 1944 (ook suite als Pantomime); Capriccio ballet, cello, piano, 1946; The Jumping Frog of Calaveras County opera in 1 acte, libretto van Jean Karsavina, naar Mark Twain, mezzo-soprano, 2 tenoren, 2 baritons, 2 bassen, gemngd koor, orkest, 1949; Griffelkin opera in 3 actes, libretto door Alastair Reid, 13 sopranen, 4 mezzo-sopranen, alto, tenor, 2 baritons, 2 bassen, gemengd koor, orkest, 1953-55 (1 deel kan apart uitgevoerd worden: Parade; één suite werd gearrangeerd; versie van één deel, March, voor symfonische band; Introductions and Goodbyes (opera in 1 acte, libretto door Gian Carlo Menotti, bariton, gemengd koor, fluit, klarinet, fagot, Franse hoorn, harp ad libitum, piano, strijkorkest, 1959; orkestmuziek: Two Pieces, 1941; Concerto No. 1, klarinet, orkest, 1941 (ook versie als Concerto No. 1, piano, orkest, 1943); The Prairie (suite van cantata), 1943; Ode, groot orkest, 1944, rev. 1958; Symphony No. 1, 1944; Three American Pieces, fluit/viool, klein orkest, 1944; Pantomime (suite van Gift of the Magi), 1945; Recordare, 1948; Elegy, klarinet, orkest, 1949; Concerto No. 2, piano, orkest, 1949-51, rev. 1953; Parade, 1953-55 (gedeelte van Griffelkin; kan apart uitgevoerd worden); Symphony No. 2, Symphony of Chorales, groot orkest, 1955-58; Cello Concert, cello, klein orkest, 1966; For 24 Winds, klein orkest (15 blazers, 9 koper), 1966; Baroque Variations, groot orkest, 1967 (elk van de drie delen kan apart uitgevoerd worden: On a Handel Larghetto; On a Scarlatti Sonata; On a Bach Prelude; laatste deel rev. als Phorion); Geod, gemengd koor ad libitum, variabel folk ensemble, orkest, 1969;

Orpheus, 1972 (ook versie als Orpheus and Euridice, 2 violen, klein orkest, tape, 1983); Fanfare, 1973; Concerto, percussie, orkest, 1974; Salomone Rossi Suite, 1974; Folksong, 1975-76, rev. 1978; Quintets, 1979; Night Music for John Lennon (Prelude, Fugue and Chorale), Franse hoorn, 2 trompetten, trombone, tuba, klein orkest, 1980-81; Exeunt, groot orkest, 1982; For 200 Cellos (A Celebration), 1982; Solo Observed, piano, klein orkest, 1982 (versie van pianowerk; ook kamermuziek versie; rev. als Solo Transformed); Renaissance Concerto, fluite, klein orkest, 1985-86; Griffelkin (suite van opera), 1986; Concerto No. 2, klarinet, klein orkest, 1988; For Lenny(Variation on NY, NY), piano obbligato, orkest, 1988; American Landscapes(concerto), gitaar, klein orkest, 1989; Elegy for Anne Frank, spreker ad libitum, piano obbligato, klein orkest, 1989 (deel van of Symphony No. 3, 'Symphony of Sorrows'; kan apart uitgevoerd worden); March, symfonische band, 1989 (versie van deel van Griffelkin); American Fanfare, 1990 (ook versie voor versterkte harp/electrische gitaar, dubbele bas, versterkte piano, synthesizer/electronisch orgel, syfonische band, 1990); Symphony No. 3, 'Symphony of Sorrows', groot orkest, 1989-91 (een deel kan apart uitgevoerd worden: Elegy for Anne Frank); Piano Concerto for the Left Hand, 1993; Phorion, 1994 (rev. van deel van Baroque Variations); Symphony No. 4, 'Window to the Past', groot orkest, 1995; For Toru, fluit, strijkorkest, 1996 (ook versie voor fluit, strijkkwartet, dubbele bas); Capriccio, cello, klein orkest, 1999; Celebration, Franse hoorn, 2 trompetten, trombone, tuba, orkest, 1999; Solo Transformed, piano, klein orkest, 2000 (rev. van Solo Observed); Concerto, symfonische band, 2002; For Aaron, klein orkest (12 spelers), 2002; veel kamermuziek; koormuziek en vocale muziek; piano en orgelmuziek.

Bronnen:
. www.newalbion.com
. composers21.com


Test je competentie op YaGooBle.com.

Pageviews vandaag: 229.