kunstbus

Ben jij de slimste mens? Test je kennisniveau op YaGooBle.com.

Luigi Nono

Luigi Nono ... sofferte onde serene ... (1/2), voor piano en tape

Luigi Nono geboren Venetië, 29-1-1924, gestorven Venetië, 8-5-1990
Italiaans componist

Luigi Nono nam vanaf 1941 compositie lessen bij Gian Francesco Malipiero, gericht op werken uit de 16e en 17e eeuw evenals op de, in het fascistische Italië verboden, muziek van de Tweede Weense school.

In 1942 begon Nono, op verzoek van zijn familie, rechten te studeren in Padua en behaalde zijn graad in 1946. In datzelfde jaar ontmoette hij Bruno Maderna, die hem gratis compositielessen gaf. Terwijl hij de Franco-Vlaamse school bestudeerde werd er in hem een fascinatie voor polyfone canon technieken opgewekt.

In 1948 ontmoette Nono de dirigent Hermann Scherchen, die hem begeleidde op een concert-toernee. Zijn contact met Scherchen leidde tot het onderzoeken van de Duitse muziektraditie; gemeenschappelijke analyses van het werk van Webern en Schönberg versterkte zijn bewondering voor beide componisten.

In 1950 nam Luigi Nono voor het eerst deel aan de Ferienkursen voor Nieuwe Muziek in Darmstadt, waar zijn werk Variazioni canoniche sulla serie dell’op. 41 di Schoenberg zijn wereldpremière beleefde. Door het gebruik van de twaalftoonreeks van Schönberg's anti-fascistische Ode to Napoleon Op. 41, verwijst Nono - die vanaf 1952 lid werd van de communistische partij - naar zijn politieke standpunt.

Tijdens de uitvoering van Schönberg's opera Moses und Aron in Hamburg, ontmoet Nono diens dochter Nuria, waarmee hij een jaar later trouwt. Hij draagt aan haar zijn compositie liebeslied voor gemengd koor en instrumenten op, die voor het eerst uitgevoerd werd in Londen in 1956.

Zijn werk Incontri per 24 strumenti, dat zijn première beleefde in 1955 in Darmstadt, wordt gekarakteriseerd door het gebruik van een complexe spiegelvorm en een twaalftoonreeks, waarin de intervallen uiteenlopen in een zigzag. Na dit werk werden grote expressieve interval-sprongen typerend voor Nono's melodieën.

Il canto sospeso voor sopraan, alt en tenor solo, gemengd koor en orkest, waarschijnlijk zijn bekendste werk, ging in 1956 in Keulen in première. Het werk is een compositie van afscheidsbrieven van een ter dood veroordeelde verzetsstrijder. Het was Nono's bedoeling de teksten op muziek te zetten, door het tekstmateriaal in lettergrepen op te breken, om op die manier zijn muzikale inhoud klaar te maken voor compositie.

In de volgende jaren was Nono werkzaam als docent op de Ferienkursen van Darmstadt en vanaf 1960 doceerde hij in Polen, de USSR, CSSR en de DDR. In deze tijd schreef hij zijn eerste elektronische compositie genaamd Omaggio a Emilio Vedova. Ook in Nono's opera Intolleranza 1960, gecomponeerd in 1960/61, spelen elektronische klanken een belangrijke rol. Dit stuk breidt het concept Gesamtkunstwerk uit, door de contrapuntische combinatie van decor, beeldprojecties, muziek (inclusief bandrecorder en luidspreker) en ruimte.

In weerwil van de geavanceerde tonale taal van Intolleranza, was de politieke boodschap van de opera niet alleen tot het bourgeois publiek gericht. Voor Luigi Nono was het belangrijk dat zijn werken door alle sociale klassen gehoord werden; in 1962 organiseerde hij de eerste van vele discussie concerten, waar zijn muziek uitgevoerd werd. De concerten vonden plaats in Italiaanse fabrieken en trokken tot 5000 bezoekers. Om er zeker van te zijn dat zijn werken begrepen zouden worden door de Italiaanse arbeiders, gebruikte Nono ook in de fabrieken opgenomen klanken en geluiden voor zijn elektronische composities.

Zijn volgende composities hadden hun wortels in het thema van de Holocaust, maar hij kwam er al snel achter, dat de combinatie van politieke agitprop (combinatie van de woorden agitatsia en propaganda) en het avantgarde idioom op een artistiek dood punt was. Zijn stijl ontwikkelde zich verder in het onderzoek van subtiele klanknuances, geïnspireerd door de piano techniek van zijn vriend de pianist Maurizio Pollini, aan wie hij verschillende werken uit deze periode opdroeg. Het onderzoek van de afzonderlijke klank werd de centrale gedachte in deze creatieve periode, zo sterk dat de composities vaak de grens van hoorbaarheid bereikten; literaire en muzikale citaten uit verschillende bronnen, van Hölderlin tot Verdi, vormen geïsoleerde tonale eilanden, die het resultaat zijn van de grootst mogelijke concentratie van de ontelbare inspiratiebronnen. Ook in zijn laatste podiumwerken volgt Nono dit concept, waardoor zij een expliciet verhaal ontberen; men kan spreken van 'onzichtbaar theater', waarvan de ideëen gemuzikaliseerd zijn, en dat alleen plaatsvindt in de luisteraar zelf.

Het motief van dwaling loopt als een rode draad door zijn late werken: Eerst en vooral het onderzoek van de klank en het proces van zijn ontstaan. Het dwalen van de klank door ruimte (bijvoorbeeld door de luidspreker rond een kamer te plaatsen) opent constant nieuwe perspectieven op wat gehoord kan worden door de luisteraar. Nauw verbonden met het aspect van dwaling, is de zoektocht naar voortdurende nieuwe klanken en vooruitzichten van waarneming, waarbij de zoektocht verwordt tot het essentiële doel van het componeren, terwijl het esthetische principe van voortdurende verandering gevolgd wordt.
Nono beschouwde zijn geboortestad en woonplaats Venetië als een symbool van het esthetische principe van verandering. Tot aan zijn dood bewonderde hij diens rijkdom aan kleur, de constante vermenging van architectuur en akoestische impressies, zoals het klokkenspel.
In contrast tot het strikte serialisme van Karlheinz Stockhausen, bereikte Nono de combinatie van de hoogste subjectiviteit en de strengste architectuur, zelfs in zijn late werken.
In 1990 ontving Luigi Nono de Große Berliner Kunstpreis für Musik. Hij stierf op 8 mei van datzelfde jaar.

Bron: www.schott-music.com


Test je competentie op YaGooBle.com.

Pageviews vandaag: 105.