kunstbus

Ben jij de slimste mens? Test je kennisniveau op YaGooBle.com.

Lodewijk Mortelmans

Lodewijk Mortelmans geboren Antwerpen 5 februari 1868, gestorven Antwerpen 24 juni 1952
Belgisch muziekpedagoog en componist

Lodewijk Mortelmans studeerde aan de Vlaamse Muziekschool in Antwerpen (werd later het Koninklijk Vlaams Conservatorium) en was daar leerling van Joseph Tilborghs, Jan Blockx en Peter Benoit. Op 27 september 1887 liet Mortelmans zich inschrijven aan het Conservatoire Royal de Bruxelles voor de pianoklas van De Greef en voor de cursus contrapunt van Hubert Ferdinand Kufferath en in september 1888 verliet hij het Brussels conservatorium.

In 1893 won Mortelmans de Prijs van Rome met de cantate Lady Macbeth waarvoor hij voor een Nederlandse tekst gekozen had: "Ik ben het volledig met Benoit eens dat een kunstwerk altijd de persoonlijke gevoelens en de hoogste impressies van de componist moet vertalen. Dit kan alleen maar eerlijk gebeuren wanneer dat kunstwerk geïnspireerd wordt door de taal zelf waarin de kunstenaar denkt. Ik heb dan ook geen ogenblik geaarzeld om voor de Prijs van Rome de Vlaamse tekst van Lady Macbeth te kiezen, al was het een slechte vertaling. Dit wil niet zeggen dat ik nooit op een Franse tekst zou willen componeren. Ik zou me er alleen maar aan wagen indien dit absoluut overeenstemt met mijn harmonische principes."

In 1901 werd Mortelmans professor contrapunt en fuga aan het Koninklijk Vlaams Conservatorium in Antwerpen.

Van 1903 tot 1914 bouwde Mortelmans een grote reputatie als dirigent van de Maatschappij der Nieuwe Concerten, een concertvereniging die ook internationale dirigenten en solisten naar Antwerpen haalde.

In 1921 werd Mortelmans geëngageerd voor een tournee door de Verenigde Staten. Dit resulteerde in verschillende Amerikaanse uitgaven van zijn werken.

In 1924 werd Mortelmans de vierde directeur van het Antwerps conservatorium. Onder Mortelmans’ bestuur liep het leerlingenaantal met de zowat de helft terug: van 1.500 in 1924 tot 740 in 1931. Dit is te verklaren door een samenloop van omstandigheden: de economische crisis, de hogere belastingen op live muziek in café’s en dancings waardoor veel uitbaters voor een mechanisch orgel of een platendraaier kozen, de doorbraak van de geluidsfilm en ook Mortelmans’ streven naar kwaliteit.
Het directeurschap werd in die tijd vooral beschouwd als een beloning voor eminente componisten. Toch moest Mortelmans veel tijd en energie in administratieve aangelegenheden steken. In een brief van Pol De Mont op 16 juni 1926 klaagde hij over de bureaucratie die elke creativiteit doodde: "Het leven vraagt van mij, eenzame, een groot offer. Komponeeren? ‘k Zit zoodanig beetgepakt in het raderwerk van de administratieve machine, dat ik niet meer weet ooit te hebben kunnen komponeeren of het ooit nog te kunnen.

Mortelmans’ belangrijkste verdienste als conservatoriumdirecteur was misschien wel dat hij veel belang hechtte aan de symfonische conservatoriumconcerten. Zo organiseerde hij in mei 1933 een opgemerkt driedaags Brahmsfestival. Het was een van zijn laatste activiteiten als conservatoriumdirecteur want dat jaar bereikte hij de leeftijdsgrens en werd hij opgevolgd door Flor Alpaerts.

Na zijn pensioen als conservatoriumdirecteur trok Mortelmans zich terug in Waasmunster waar hij verder ging met componeren van pianomuziek, het orkestreren van vroegere liederen, het arrangeren van volksliederen en het schrijven van een handboek voor contrapunt.

Mortelmans was lid van de Koninklijke Vlaamse Academie van België.

Als componist werd Mortelmans al tijdens zijn studies opgemerkt, toen in 1887 zijn lied De bloemen en de sterren werd bekroond in een Vlaams-Nederlandse compositiewedstrijd in Roeselare.

In 1899 werd in Antwerpen een Mortelmans-festival georganiseerd waarop symfonische werken als Lente-Idylle, Homerische Symfonie en Mythe der Lente enthousiast werden onthaald. Toch zou hij zich nadien vooral manifesteren als lied- en pianocomponist.

In zijn onovertroffen studie over Mortelmans onderscheidde Jan Broeckx in Mortelmans’ liedkunst een zestal periodes: romantisch realisme (1887-1896), stemmingslyrisme (1900-1902), een eerste eclectische periode (1903-1913), een periode van introspectie (1913), een tweede eclectische periode (1925-1934) en de periode van evenwicht tussen expressie en impressie. In zijn beste liederen slaagde Mortelmans er wonderwel in om, zoals Broeckx het verwoordde, een volstrekte psychologische eenheid van tekst en muziek te realiseren.

Mortelmans componeerde vooral op gedichten van Guido Gezelle, maar greep ook naar teksten van Goethe, Van Eeden en Baudelaire. Andere kwaliteiten van zijn liedkunst zijn de evenwichtige opbouw, de elegante melodie en de efficiënte en expressieve pianopartij. Zijn liederen behoren tot het beste van wat er in die jaren geschreven werd. Mortelmans werd dan ook zeer terecht de Prins van het Vlaamse lied genoemd.

Mortelmans’ pianostukken hebben meestal een liedachtig karakter. Het zijn veeleer intimistische miniaturen dan virtuoze concertstukken. Tot zijn bekendste pianowerken horen Vier lyrische stukken (1919), Het wielewaalt en leeuwerkt (1921) en Saidja’s lied (1929).

Zijn orkestwerken evolueren van beïnvloeding door Brahms, Schumann en Wagner tot een vroeg impressionisme. Zijn opera Kinderen der Zee (libretto van Raf Verhulst) behoort qua thematiek tot het romantisch realisme terwijl de partituur zelf nog onder invloed van Wagner staat.

Mortelmans heeft in Vlaanderen de brug geslagen tussen de romantiek en het impressionisme. Omdat hij na de gemeenschapskunst van Benoit en het burgerlijk realisme van Blockx het tijdperk van de individualistische ontroering en het geësthetiseerde kunstwerk vergeleek Jan Broeck zijn cultuurhistorische betekenis met die van de Van Nu en Straksers in de literatuur.

Bron: www.muziekcentrum.be


Test je competentie op YaGooBle.com.

Pageviews vandaag: 24.