kunstbus

Ben jij de slimste mens? Test je kennisniveau op YaGooBle.com.

Laszlo Lajtha

László Lajtha

László Lajtha geboren Boedapest 30-6-1892, gestorven Boedapest 16-2-1963
Hongaars componist, etnomusicoloog en dirigent

László Lajtha was was leerling compositie van Victor Herzfeld en leerling piano van Arpád Szendy aan de Muziekacademie te Boedapest. Zijn muziekstudie zette hij voort in Leipzig, Genève en van 1911 tot 1913 in Parijs, waarvan hij 6 maanden leerling van Vincent 'd'Indy was. In Parijs kwam hij ook in aanraking met Maurice Ravel en Florent Schmitt.

In samenwerking met Béla Bartók en Zoltán Kodály, begon Lajtha aan de studie en de transcriptie van Hongaarse volksmuziek, waarbij hij aan het hoofd stond van een project om een serie opnamen van volksmuziek te produceren.

Sinds 1913 was Lajtha medewerker in de volksmuziekafdeling van het Hongaarse Nationale museum. Tijdens de WO I was hij artillerie officier aan het front.

In 1919 volgde hij Bartók op als leider der muziekafdeling van het Etnografisch museum in Boedapest en werd tevens leraar compositie en kamermuziek aan het conservatorium van Boedapest.

In 1926 was hij dirigent van het Goudimel koor van de calvinistische kerk in Boedapest en in 1929 won hij de Coolidge Prijs voor zijn 3. Strijkkwartet. Van 1941-44 leidde Lajtha een door hemzelf opgericht kamerorkest.

Na de WO II werd Lajtha muziekdirecteur voor de Hongaarse Radio, een post waarvoor hij later ontslagen werd (en zijn eigen muziek werd onderdrukt) vanwege zijn ondersteuning aan de opstand van 1956. In 1951 won Lajtha de Kossuth-prijs.

Lajtha was de eerste componist die sinds Franz Liszt, die tot corresponderend lid van de Franse Acádemie des Beaux-Arts gekozen werd. Vanwege zijn oppositie tegen het communistische bewind werd zijn muziek in eigen land langere tijd nauwelijks uitgevoerd. Doordat hem zijn paspoort afgenomen werd, was het voor hem onmogelijk naar het buitenland te reizen en kon hij zich ook buiten Hongarije nauwelijks voor zijn werken inzetten. Dit droeg er wezenlijk toe bij dat Lajtha's bekendheid tot aan vandaag niet overeenkomt met de kwaliteit van zijn muziek.

Zijn muziek is zowel beïnvloed door Bartók als door Debussy, terwijl hij zich ook sterk aangetrokken voelde tot de polyfone kunst van Bach.

Werk: opera: Chapeau bleu; 3 balletten: Lysistrata (1933), The Grove of the Four Gods (1943), Capriccio (1944); filmmuziek: o.a. voor Moord in de Kathedraal (1947, naar T.S. Eliot); koorwerken: o.m. madrigalen en missen; orkestwerken: 9 symfonieën, suites, symfonische gedichten; kamermuziek: o.m. 10 strijkkwartetten en enkele trio's; een vioolconcert, 3 nocturnes voor sopraan, fluit en strijkorkest; pianomuziek; liederen; geschriften: studies over volksmuziek


Test je competentie op YaGooBle.com.

Pageviews vandaag: 11.