kunstbus

Ben jij de slimste mens? Test je kennisniveau op YaGooBle.com.

Kurt Weill

(geb. 2.3.1900 in Dessau - gest. 3.4.1950 in New York), Duits, sinds 1943 Amerikaans componist en publicist.

Studeerde aan de Berlijnse Hochschule für Musik bij Rudolf Krasselt en Engelbert Humperdinck, later (1921–1924) bij Ferruccio Busoni. Reeds tijdens zijn studie trok hij als componist de aandacht met de pantomime Zaubermacht en met Frauentanz voor sopraan en vijf instrumenten. Tussen 1924 en 1929 publiceerde hij regelmatig in het weekblad Der Deutsche Rundfunk.

Die 3 Groschenoper - Seerauberjenny (Sailor Jenny)

Al vroeg kwam Weill in contact met de tekstdichter Georg Kaiser, die zijn eerste librettist werd. Uit deze samenwerking kwamen o.a. de eenakter Der Protagonist (1925) en Der Silbersee (1932) voort.
In de jaren 1927–1930 stond de samenwerking met Bertolt Brecht centraal; het ‘Singspiel’ Mahagonny, eerste resultaat van deze samenwerking, verwekte bij de première op het festival van Baden-Baden in 1927 een schandaal. De uitbreiding van het stuk tot een opera van drie aktes (1929), Aufstieg und Fall der Stadt Mahagonny, had aanvankelijk evenmin succes. Hun volgende werk echter, de Dreigroschenoper (1928), werd het grootste succes van het Duitse muziektheater sedert tientallen jaren en heeft repertoire gehouden; het stuk verenigt de bewerking door Brecht van Beggar's opera (1728) van John Gay met de toen al voor Weill typerende stijl van het populaire lied.

Al in zijn eerste werken gaf Weill blijk van zijn neiging tot antiromantische dissonanten. In de keuze van zijn thema's en zijn vormen voegde hij daar later enige markante stijleigenschappen aan toe, zoals het gebruik van dansmuziek uit zijn tijd (shimmy, blues, tango) en vormen van oudere oorsprong (operaclichés, cafémuziek en kerkkoralen).

Dreigroschenoper
Zijn carrière begon hij als componist begon met talrijke vocale en instrumentale werken. De eigenlijke betekenis van Weill ligt echter op het gebied van het muziektheater. Hier ontwikkelde hij, aanvankelijk samen met Georg Kaiser en later met Bertolt Brecht, de stijl van het epische theater, waarvan het belangrijkste onderdeel de "sociaal-kritische song" is. Eenvoudige, gemakkelijk aansprekende melodiek, levendige, aan de jazz ontleende ritmiek, veel gesproken dialoog, kleine orkestbezetting en, wat de tekst betreft, in het algemeen een satirische commentariëring van politieke of sociale toestanden, zijn enkele kenmerken van deze anti-intellectualistische operastijl. Deze vorm van de song bestaat uit elementen van de moderne ballade, van de liederen over moord, vreselijke ongelukken en dergelijke, van het chanson, van de koffiehuismuziek en ook van de kerkkoraal. Karakteristiek zijn jazzritmes (jazz) abrupte harmoniewisselingen, polyfone fakturen en een goede zingbaarheid. Door het inzetten van stijlvreemde elementen zoals "valse" noten, asymmetrische frases en pauzes evenals een ongewone instrumentering wilde Weill daarenboven de toehoorder opmerkzaam maken op de gedachteloos geaccepteerde, minderwaardige muziekvormen van oudere en nieuwere tijd. Juist deze songstijl droeg in wezen bij tot de wereldroem van de "Dreigroschenoper" (naar "The Beggar's Opera" van John Gay in de bewerking van Bertolt Brecht); ze werd in 1928 in Berlijn voor het eerst uitgevoerd.

Kurt Weill die als koorrepetitor in Dessau en als kapelmeester in Lüdenscheid werkzaam was moest in 1933, samen met zijn vrouw, de actrice en zangeres Lotte Lenya, Duitsland verlaten en ging naar Parijs en Londen. In hetzelfde jaar componeerde hij in Parijs het ballet Die Sieben Todsünden der Kleinbürger; het werd zijn laatste samenwerking met Brecht.

Op verzoek van Max Reinhardt ging hij in 1935 naar de Verenigde Staten, waar hij o.a. met zijn Broadway-opera Street scene en met de volksopera Down in the valley groot succes oogstte.

In de laatste periode van zijn leven, in de Verenigde Staten, leende hij zich voor velerlei soort werk voor theater en film en kwam er een duidelijke vervlakking in zijn concepties en vormgeving.

Tijdens de voorbereidingen voor een opera naar Mark Twains Huckleberry Finn (tekst Maxwell Anderson), overleed hij.

Wrk.: opera en toneelmuz. : Der Protagonist (Kaiser, 1926), Na und? (1926), Royal Palace (Goll, 1927), Der Zar lässt sich photographieren (Kaiser, 1928), Die Dreigroschenoper (Brecht, 1928, gemoderniseerde versie van John Gay's Beggar's Opera uit 1728), Happy End (Brecht, 1929), Aufstieg und Fall der Stadt Mahagonny (Brecht, 1930), Der Jasager (Brecht, 1930), Die Bürgschaft (Neher, 1932), Der Sifbersee (Kaiser, 1933), Die sieben Todsünden (Brecht, 1933), Marie galante (Deval, 1933), Johnny Johnson (Green, 1935), A Kingdom for a co..(Vambery, 1935), The etemal road (Werfel, 1937), Knickerbocker holiday (Anderson, 1938), Lady in the dark (Anderson), Street scene (Rice, 1947), Down in the valley (Sundgaard, 1948), Lost in the stars (Anderson, 1949); cantate: Der Lindbergdug v. soli, kool' en orkest (Brecht, 1928); orkest-, kamer-, tilmmuz.; liederen.


Test je competentie op YaGooBle.com.

Pageviews vandaag: 12.