kunstbus

Ben jij de slimste mens? Test je kennisniveau op YaGooBle.com.

Klavichord

toetsinstrument. Het klavichord is een rechthoekig toetsinstrument, waarbij de klankvoortbrenging geschiedt door middel van een dun metalen plaatje (tangent genoemd), dat op het uiteinde van de toets is aangebracht. Bij het neerdrukken van de toets gaat het tangentje omhoog en slaat tegen de snaar, die dus op de bewuste plaats wordt afgekort en daardoor de gewenste toon laat horen.

In de klavichord bouw kunnen twee hoofdtypen worden onderscheiden: Het instrument uit de 16e en de 17e eeuw, het gebonden klavichord en dat uit de 18e en het begin van de 19e eeuw, het vrije klavichord. Deze indeling kan echter niet altijd consequent worden doorgevoerd, aangezien beide typen elkaar nu en dan overlappen of gedurende enige tijd naast elkaar voorkomen.

Klavichord 16de en 17de eeuw: Het instrument is van geringe afmetingen en moet bij bespeling op een tafel worden geplaatst. De besnaring is meestal tweekorig, alhoewel bij uitzondering ook één- en driekorige instrumenten worden vervaardigd. Aangezien we in deze perioden met het gebonden klavichord te doen hebben, waarbij twee, drie soms vier tonen op één snaar kunnen worden gespeeld met als gevolg dat er altijd minder snaren zijn dan toetsen, is het aantal stempennen betrekkelijk gering; zij bevinden zich in rijen van twee of dire ter rechterzijde van de zangbodem.
Bij de oudste Italiaanse klavichord's komt het zogenaamde 'Italiaanse mensuur' voor, d.w.z. de snaren lopen over twee tot vier korte rechte kammetjes. Alle andere klavichord's bezitten één rechte kam. De omvang van de klaviatuur varieert van ca. drie tot vier octaven. Bij de Italiaanse klavichord's zijn de ondertoetsen van palmhout en de boventoetsen van zwart gebeitst hout gemaakt. De Duitse en Scandinavische instrumenten hebben meestal donkere ondertoetsen en lichte boventoetsen. In de regel is er één manuaal.

Klavichord 18de en begin 19de eeuw: Het instrument dat meestal een aanzienlijke breedte heeft, staat op vier poten en heeft vaak aan de linkerzijde een kastje voor het opbergen van de stemsleutel. Ook een schuiflade aan de rechterzijde onder de kast komt regelmatig voor, zij dient voor het opbergen van de muziekstukken.
De besnaring is vrijwel uitsluitend tweekorig, alhoewel de baskant in de latere tijd dikwijls drie- soms vierkorig kan zijn. Aangezien het vrije klavichord thans zijn intrede heeft gedaan, waardoor het aantal snaren even groot is geworden als het aantal toetsen, moest ook tot uitbreiding van het aantal stempennen en dientengevolge tot wijziging in de vorm van de kam worden overgegaan. De stempennen werden nu in vier rijen naast elkaar opgesteld. , of vertonen een gebroken lijn.
De Italiaanse mensuur en de enkele rechte kam zijn verdwenen en hebben plaats gemaakt voor een lange gebogen of S-vormige kam
De omvang van de klaviatuur breidt zich uit tot vijf, soms zes octaven.
In deze periode krijgen de onder- en boventoetsen respectievelijk de kleuren wit en zwart.

Klankmogelijkheden Normaal gesproken heeft het klavichord geen registers en pedalen, waardoor veranderingen van klankkleur niet mogelijk zijn. De speler kan echter wel, door de druk van de vingers op de toetsen te versterken, in geringe mate dynamische schakeringen aanbrengen. Een andere mogelijkheid om invloed op de toon uit te oefenen is het vibreren met de vingers op de toetsen, de zogenaamde Bebung.

Geschiedenis Het klavichord is vermoedelijk ontstaan in Italië, in de tweede helft van de 14e eeuw. De oudst bewaard gebleven klavichord's zijn inderdaad van Italiaanse origine, maar zij dateren alle uit de 16de eeuw. In de Bibliothèque Nationale te Parijs bevindt zich een manuscript geschreven door Arnold van Zwolle ca 1440, dat een afbeelding van een klavichord geeft van een volmaakte technische constructie, waardoor wij moeten aannemen dat het type enige tientallen jaren eerder moet zijn uitgevonden.
Men is geneigd aan te nemen dat het tangentensysteem van de draailier, dat al sinds de 10de eeuw bestaat, invloed heeft gehad op het ontstaan.
In de 17de eeuw was de rol van Italië in de klavichord bouw vrijwel uitgespeeld en nam Duitsland die taak over. Hier genoot het instrument de meeste achting. Beroemde bouwers waren G. Silbermann, Hieronymus Albrecht Hass, Barthold Fritz, Christian Gottlob Hubert, Karl Lemme en Johann Augustin Straube.
Als componist voor het klavichord is Carl Philipp Emanuel Bach de belangrijkste figuur geweest. Behalve in Duitsland, bloeide de klavichord bouw ook in Portugal en vooral in Zweden. In Frankrijk, Nederland, België en Engeland bekleedde het klavichord een volkomen ondergeschikte positie.
In de 19de eeuw kon het klavichord de concurrentie van de piano niet meer aan. Het streven om de oude muziek weer in het eigen klankidioom van de componisten te brengen, heeft de belangstelling voor het klavichord weer doen toenemen, zodat deze instrumenten tegenwoordig weer gebouwd worden.


Test je competentie op YaGooBle.com.

Pageviews vandaag: 194.