kunstbus

Ben jij de slimste mens? Test je kennisniveau op YaGooBle.com.

Klavecimbel

Oud snaarinstrument, ook wel ingedeeld bij de toetsinstrumenten.

Zie ook cembalo

Het klavecimbel behoort tot de groep chordofonen (dit zijn instrumenten waarbij het geluid wordt voortgebracht door het in trilling brengen van snaren). Het is het grootste en belangrijkste snaarinstrument met klavier (=toetsenbord) met getokkelde snaren.

Het klavecimbel is de voorloper van de pianoforte en daarmee voor de hedendaagse piano en vleugel. De bespeler van het klavecimbel wordt Klavecinist(e) genoemd.

Het klavecimbel is een met toetsen bespeeld snaarinstrument waarbij echter bij het indrukken van een toets geen hamertje tegen de snaar slaat, zoals bij de piano, maar een ganzepen of leren plectrum de snaar aantokkelt. De snaren kunnen op het midden van de pen getokkeld worden, maar ook op de punt. Dan krijg je een ijl geluid, dat lijkt op het geluid van een luit.

Het klavecimbel heeft een toonomvang van minstens 4 oktaven. Het is op een klavecimbel niet mogelijk onderscheid te maken tussen hard of zacht spelen.

Het klavecimbel heeft een houten ombouw (klankkast), snaren van koper of metaal, is ca 1,8 meter lang, 81 cm breed, en 91 cm hoog. Vaak heeft een klavecimbel twee klavieren of manualen boven elkaar, en bovendien meerdere registers.

De Engelse naam voor klavecimbel is harpsichord (verwijzend naar het geluid).

psalterium
Waarschijnlijk stamt het klavecimbel af van een psalterium (dit is een plankciter uit de Middeleeuwen), die geschikt gemaakt werd voor toetsengebruik. Zoals alle Europese cithers komt het psalterium voort uit de Turkse qanun. De snaren zijn horizontaal gespannen op een driehoekige tot rechthoekige klankbodem. Een psalter wordt met plectra of de nagels bespeeld. Kenmerkend voor cithers is dat er evenveel tonen als snaren zijn (snaren worden derhalve niet afgestopt).

Monochord
Eénsnarig handzaam instrument welke werd getokkeld met de hand of gestreken met een strijkstok. De Polycord heeft meer snaren, maar is verder gelijk aan de monocord.
Het monochord van Pythagoras is waarschijnlijk in een versie met een klavier reeds rond het jaar 1000 gebouwd.

Klavichord
Het klavichord is ontstaan uit het monochord. Aan het Monocord is een klavier toegevoegd. Aan de toetsen zitten koperen plaatjes. Als een toets wordt ingedrukt komt raakt het koperen plaatje een paar snaren, die daardoor gaan trillen.
Bij het klavichord wordt de hoogte van de toon bepaald door de plaats waar het koperen plaatje de snaar raakt. Op dat punt wordt de snaar in twee stukken verdeeld. Het ene deel kan gaan trillen en voor geluid zorgen, de ander wordt gestopt d.m.v. een demper.

De eerste, geslaagde klavecimbels werden in de 16e eeuw in Italië gemaakt.
Het heldere, zuivere geluid maakte van het klavecimbel een populair solo- en begeleidingsinstrument dat ook zeer geliefd was bij de componisten uit de 17e en 18e eeuw.
De klavecimbelspeler was vaak ook van achter het klavecimbel de dirigent van het orkest.
Het instrument speelde een belangrijke rol in het barokorkest en had tussen 1580 en 1780 een prominente rol in het muzikale leven van burgers en componisten. Bekende barokcomponisten als Bach, Händel, Purcell, Vivaldi en Rameau speelden en componeerden op het klavecimbel.

Virginaal & Spinet
Het virginaal en het spinet zijn gebaseerd op de zelfde werking als het klavecimbel maar kleiner van formaat.
Het virginaal was vooral geliefd in de 16e en 17e eeuw, het spinet in de 17e en 18e eeuw.
Het virginaal had een rechthoekige, doosvormige kast en snaren die bijna parallel aan het klavier lopen, het spinet had een kast met een gebogen zijde en snaren die van het klavier af gaan.

pianoforte
De wens een instrument te maken dat wel hard en zacht kon spelen resulteerde in de pianoforte, die op zijn beurt leidde tot de huidige piano.
Omstreeks 1700 ontwikkelde de Italiaanse hofklavecimbelbouwer Barteolomeo Cristofori zijn ‘Gravicembalo col piano e forte’ (klavecimbel met zacht en hard). Cristofori ontwierp een nieuwe soort mechaniek waarbij de snaren niet langer door een plectrum geplukt werden, maar door hamertjes werden aangeslagen. Tevens kreeg het instrument een rondere klank en een geheel nieuwe dimensie; dynamiek.
Bij het klavecimbel was aanslaggevoeligheid, en dus de mogelijkheid om accenten en gradaties in volume te geven, niet mogelijk. De pianoforte bood de bespelers een geheel nieuwe uitdaging. Niet langer maakte voornamelijk vingervlugheid deel uit van hun spel, maar ook expressie en klankkleur werden een belangrijk onderdeel.
Omstreeks 1750, na de dood van Cristofori, werd het instrument pas populair.
Omstreeks 1800 verdrong de pianoforte het klavecimbel definitief.
De pianoforte inspireerde componisten als Haydn, Mozart, Beethoven en Schubert.

20ste eeuw
Rond 1920 en tussen 1960 en 1970 werd het klavecimbel weer even populair. In de jaren ’70 begonnen diverse fabrieken productiematig (net als piano’s) klavecimbels vervaardigden. Ook werden ‘bouwpakketten’ geleverd en werden er allerlei modificaties toegepast. Begin jaren ’80 was deze ‘revival’ van het klavecimbel weer over. Tegenwoordig worden het klavecimbel en de pianoforte vooral uit ‘authentieke’ overwegingen gebouwd en gebruikt.

Zie ook www.muziekindex.nl


Test je competentie op YaGooBle.com.

Pageviews vandaag: 197.