kunstbus

Ben jij de slimste mens? Test je kennisniveau op YaGooBle.com.

Klassieke-Muziek

Klassieke Muziek

De term klassieke muziek wordt vaak gebruikt als tegenpool van lichte, populaire muziek. In engere zin is Klassieke muziek echter de term waarmee men de muziek van rond 1800, ca 1765-1825, aanduidt. De tijd tussen de rococo en de romantiek, in tijd gezien dus tussen de laatste tien jaren van de 18e eeuw tot ongeveer 1827 (sterfjaar van Beethoven). Zij vangt aan met het werk van Gluck en strekt zich via Haydn, Mozart en enkele minder groten uit tot en met Beethoven. Belangrijkste vertegenwoordigers zijn Joseph Haydn, Wolfgang Amadeus Mozart en de jonge Ludwig van Beethoven ( Weense Klassieken ), Schubert, Méhul en Cherubini.

Zie allereerts classicisme.

Karakteristieke muzikale elementen zoals eenvoud, weloverwogen melodie- en ritmeleer, evenals bevoorrechting van de zogenaamd klassieke toonaarden (bovenste bereik van de kwintencirkel, voornamelijk dur-toonaarden) zijn kenmerkend voor de composities van dit tijdperk. Men streeft naar een universele taal van de muziek, die nationale elementen erbij betrekt en op een ideale manier combineert. Joseph Haydn zei ooit eens over zijn composities: "Mijn taal verstaat men in de hele wereld".

Met Johann Sebastian Bach had de barok haar hoogtepunt en eindpunt bereikt. De klassieke muziek doet haar intrede.

Gedurende de klassieke periode vonden talrijke veranderingen plaats in de wereld. Het was de tijd van de Franse Revolutie en de oorlogen van Napoleon. Het werd meer en meer mogelijk voor mensen om zich bezig te houden met ontspanning, en dus muziek. Publieke concerten werden populair.

In de klassieke muziek streefde men naar een volmaakt evenwicht tussen vorm en inhoud, tussen rede en emotie (ratio en emotie). Men trachtte de emotionaliteit te vermijden.

Instrumentale muziek was in de Klassieke periode belangrijker dan vocale muziek. Er werden steeds meer instrumenten toegevoegd aan het orkest waaronder de fluit en de klarinet. Drie instrumentale vormen werden ontwikkeld: de klassieke sonate, de symphonie en het concert.

De door Haydn en Mozart ingevoerde Sonate omvat een precies plan: expositie van het eerste en tweede thema, verwerking en reprise van de expositie.

De symfonie (samenklank van stemmen of instrumenten) is te definiëren als een sonate voor een orkest en de meest in het oog springende muziekvorm van de klassieke periode. Deze maakte een enorme ontwikkeling door in vorm, lengte en aantal. De symfonie kwam voort uit de ouverture voor een opera. Contrasterende thema's in de symfonie zorgen voor de afwisseling die nodig is om de spanning vast te houden in de langere werken evenals het moduleren: het veranderen van toonsoort. Mozart en vooral Haydn zijn voor de ontwikkeling van de symfonie van groot belang geweest: Haydn componeerde er 104 en herstelde het contrapunt in ere.
De Symphonie bestaat meestal uit vier delen:
1. de hoofdvorm of sonatevorm, die uit meerdere doorgaande delen bestaat:

  • expositie: Het stuk wordt opgebouwd d.m.v. twee contrasterende thema's, die in verschillende toonaarden (moduleren) zijn geschreven.
  • doorwerking: De thema's worden uitgediept. Bij Haydn soms nog beperkt of hij gebruikt nieuwe thema's en ook bij Mozart komt dit nog voor. Beethoven werkt de thema's van de expositie uit. Hij bepaalt ook wat de solisten in de cadens moeten spelen om ellenlange solo's te vermijden.
  • Terugkeer van de thema's, maar nu in dezelfde toonaard.
  • coda: Het slot met soms nieuwe thema's
    2. een langzaam tweede deel
    3. een menuet: Een sierlijke dans, bedoeld om te de luisteraar te ontspannen. Beethoven maakte hiervan een scherzo.
    4. een rondo: Het is een liedvorm, waarbij met het refrein wordt begonnen en geëindigd. Het is vaak snel (presto).

    Bij het Concert zijn een of meer solisten tegenover een instrumentale groep geplaatst. Dit bleek een uitstekend medium voor het solo-instrument, in het bijzonder voor de piano en de viool.

    In de muziekgeschiedenis valt de klassieke muziek in drie perioden uiteen:
    1. Haydn, die in zijn latere symfonieën, strijkkwartetten en sonates de hoofdvorm heeft ontwikkeld;
    2. Mozart, die de hoofdvorm in zijn late symfonieën dramatisch-lyrische kracht verleent.
    3. Beethoven, die in zijn symfonieën, sonates en strijkkwartetten de dramatische ontwikkelingsvorm tot zijn hoogtepunt brengt.

    ( Zie ook muziekgeschiedenis )


    Test je competentie op YaGooBle.com.

    Pageviews vandaag: 112.