kunstbus

Ben jij de slimste mens? Test je kennisniveau op YaGooBle.com.
Dit artikel is 22-03-2009 voor het laatst bewerkt.

Julius Schrey

Belgisch dirigent, violist en componist, geboren Antwerpen 26 december 1870, gestorven Antwerpen 3 december 1936

Julius Jan Baptist Schrey was de zoon van een schoenmaker. Hij studeerde met een beurs aan de Muziekschool van Antwerpen. Schrey studeerde viool bij, Florent Tillemans, Peter Houben, Antoon Bacot en Jean Baptiste Colyns, harmonie bij Jan Blockx, fuga en contrapunt bij Joseph Tilborghs en Peter Benoit. Vanaf 1891-92 ging Julius Schrey aan het Brussels conservatorium studeren, waar zijn leraar Colyns ook les gaf.

Naast vioolvirtuoos, die vele concertreizen in Europa maakte, was hij ook componist.

Julius J.B. Schrey waagde in 1893 de grote oversteek naar Amerika voor een succesvol concertverblijf, waar hij aankwam in New York, waarover hij reisbrieven schreef. De brieveneditie "Ik ga voyageeren door Amerika" De Amerikaanse concertreis (1893-1894) van Julius J.B. Schrey, door Jan Dewilde, Stijn Vanclooster en Edward Vanhoutte en uitgegeven door het Centrum voor Teksteditie en Bronnenstudie in 2003.

Hij wilde werken in een van de grote Amerikaanse orkesten, doch werd al snel gevraagd om met The Mendelssohn's Quintette Club op tournee te gaan, Het ensemble bestond naast Schrey uit een Deen een Zweedse zangeres, een Ier een Nederlander en een Duitser, van wie enkele meerdere instrumenten konden bespelen. Tot in het voorjaar van 1894 doorkruisten zij Amerika.

Na zijn terugkeer speelde hij in verscheidene orkesten, zowel uit Antwerpen als daarbuiten.

In 1899 ging Julius J.B. Schrey verder studeren aan het Koninklijk conservatorium van Antwerpen, waar hij contrapunt en fuga studeerde bij Tilborghs, antieke muziek bij Wambach, samenzang bij Fontaine en letterkunde bij Arthur Cornette. In deze periode deed hij ervaring op als dirigent van het Nederlands Lyrisch Koor en de Nederlandse Liedertafel.

Sinds 1896 was Schrey in dienst van het Nederlands Lyrisch Toneel (tegenwoordig Vlaamse Opera), waar hij begon als eerste violist en koorrepetent. In 1900 werd hij tweede dirigent en in 1902 mocht hij zijn eerste eigen creatie dirigeren, wat het begin werd van een grote dirigentencarrière. In 1908 volgde hij de eerste orkestmeester, Edward Keurvels op. Schrey dirigeerde dat jaar onder meer de eerste uitvoering van de Antwerpse Siegfried en bouwde vooral een reputatie op door zijn uitvoeringen van Wagner. In 1910 dirigeerde hij Tristan en Isolde en hij voerde ook verscheidene keren de Ring des Nibelungen uit.

Naast Wagner Gluck en Mozart dirigeerde Julius Schrey ook hedendaagse opera's, waaronder Roversliefde van Paul Gilson (1910), De dode stad Van Erich Wolfgang Korngold (1923), Johnny leidt de dans van Ernst Krenek (1928), Judith van Arthur Honegger (1931) en baletten, waaronder de Vuurvogel van Igor Stravinsky.

In 1904 dirigeerd Schrey zijn eerste eigen eenakter Het arendsnest op een libretto van August Monet, wat een redelijk succes beleefde. In oktober 1907 werd het Nederlands Lyrisch Toneel omgedoopt in de Vlaamse Opera en in 1920 werd het de Koninklijke Vlaamse Opera.

Behalve twee opera's, componeerde Schrey een lyrisch drama, symfonische gedichten, een klassiek strijkkwartet, liederen en marsen voor harmonie.

In 1917 werd Schrey benoemd tot leraar notenleer aan het Antwerps conservatorium, in welke periode hij het boek Volledige Vlaamsche theoretische begrippen der muziek schreef, wat onuitgegeven bleef. In de jaren 1934-35 was hij ook nog even leraar harmonie aan dit conservatorium.

Julius J.B. Schrey overleed plotseling op 3 december 1936, en werd opgebaard met de partituur van Parsifal naast zich.

websites: www.svm.be door Jan Dewilde, www.kantl.be


Test je competentie op YaGooBle.com.

Pageviews vandaag: 342.