kunstbus

Ben jij de slimste mens? Test je kennisniveau op YaGooBle.com.
Dit artikel is 21 02 2017 10:44 voor het laatst bewerkt.

Joseph Haydn

Franz Joseph Haydn geboren Rohrau 31 maart 1732, gestorven Wenen 31 mei 1809
Oostenrijks componist

Grondlegger van de Weens-klassieke stijl.

De Boheems-Oostenrijkse componist Franz Josef Haydn werd op 31 maart 1732 als zoon en tweede kind van twaalf van een wagenmaker geboren in Rohrau, een klein dorpje aan de Oostenrijks-Hongaarse grens.

Haydn kwam uit een tamelijk arme Oostenrijkse familie. Zijn vader hield veel van muziek en zijn moeder had een prachtige zangstem. In de huiskring werd veel gemusiceerd en deze volksmuziek zou Joseph later nog van pas komen. Zijn moeder wenste een geestelijke uit haar zoon te zien groeien, haar vader wilde er een muzikant van maken. Franz Joseph had een jongere broer, Michael Haydn, die ook een goede musicus is geworden. Reeds op vroege leeftijd werd het talent van Franz ontdekt. Vanaf zijn vijfde kreeg hij een opleiding tot kerkmusicus bij een familielid, Mathias Franck, onderwijzer en leider van de kerkmuziek in Hainburg.

In 1740 op 8-jarige leeftijd werd hij door de organist en kapelmeester Reutter van de St. Stephansdom (Wiener Sangerknaben) in Wenen gevraagd om als sopraan te komen zingen. Als koorknaap werd hij ondergebracht in een internaat, waar hij een meer harde dan werkelijk goede opleiding kreeg. Daar bleef hij 9 jaar, waarvan de vier laatste met zijn broer Michael. In 1749 moest hij op vrij hoge leeftijd weer opstappen omdat hij de baard in de keel kreeg. Als reden voor ontslag werd de kwajongensstreek, het afknippen van de pruikenstaart van een collega, opgegeven.

Met allerlei baantjes en behulp van vrienden hield hij zich daarna in leven. Als musicus, componist, docent, kopiïst en begeleider bij de zanglessen van Nicolò Porpora, wist hij zich echter al snel een bestaan en steeds meer naam te verschaffen. Haydn speelde viool en orgel, veel in de open lucht. Uit deze tijd stammen ook zijn eerste serenades en strijkkwartetten op bestelling van de plaatselijke adel en gegoede burgerij.

Rond deze tijd had hij zijn eerste symfonie gecomponeerd, een vrij onvolmaakt werk met veel tekortkomingen, waarvan hij zich maar al te goed bewust was. Hij verzuimde niet aan zijn eigen ontwikkeling te werken en omdat hij geen lessen kon nemen, besloot hij zichzelf de beginselen van harmonie en contrapunt bij te brengen. Het waren blijkens zijn autobiografische aantekeningen (van 1776) vooral het theoretische werk en de composities van C.Ph.E. Bach, die indruk op hem maakten en zo de geestelijke vader van zijn pianosonates werd.

Veel leerde hij ook van de Italiaanse componist en zangpedagoog Porpora. Deze laatste bracht hem in contact met bekende operacomponisten als Gluck, Wagenseil en Dittersdorf. Mede door Porpora kwam hij in aanraking met kringen van de kleine adel. Na enkele jaren klussen werd hij aangesteld als muziekleider in Lukawitz dankzij graaf Von Fürnberg.
Voor graaf von Fürnberg componeerde Haydn tussen 1755 en 1759 o.a. zijn eerste strijkkwartetten. In dit laatste jaar werd hij benoemd tot kapelmeester bij graaf Morzin, voor wiens bescheiden orkestje hij zijn eerste symfonieën componeerde.

Onder Haydn's leerlingen uit deze tijd waren twee dochters van de kapper Keller; Joseph ging van de jongste houden, maar het meisje wilde non worden en de naïeve musicus liet zich door de vader bepraten, haar zuster te trouwen, die drie jaar ouder was dan Haydn. In 1760 trad Haydn in het huwelijk met Maria Anna Keller. Kinderen kwamen er niet uit dit huwelijk en gelukkig is Haydn niet met haar geworden. Hij leed onder haar humeur en was ook niet ongevoelig voor de charmes van andere vrouwen. Hij hield er een relatie op na met de zangeres Luigia Polzelli die negentien toen de zevenenveertigjarige Haydn haar leerde kennen. Bij de dood van zijn eigen vrouw begon deze hem echter af te persen, om vervolgens nog voor zijn dood met een Italiaanse zanger te trouwen.

In 1761, op 28-jarige leeftijd, kwam Haydn naar Eisenstadt waar hij werd benoemd tot vice-kapelmeester van het privé-orkest van prins Paul II Anton Esterházy te Eisenstadt, hoofd van één de machtigste en rijkste families van Hongarije en een belangrijke beschermheer van muziek en de beeldende kunst. Diens opvolger, prins Nicolaus I Jozef, stelde hem in 1766 aan als eerste kapelmeester in het nieuw gebouwde slot Esterháza bij het Neusiedlermeer. Het orkest werd uitgebreid van 14 tot 22 man en vormde zich onder Haydn tot een der beste ensembles van die tijd.

Haydn, die dertig jaar in dienst bleef van de Esterházy's, componeerde voor dit orkest talrijke symfonieën, opera's (w.o. marionettenopera's), wereldlijke cantates, kerkmuziek (met onder meer de schitterende Messe de Mariazell in 1782), divertimenti, concerten en menuetten; ook schreef hij ca 170 composities (w.o. trio's) voor baryton, een instrument, dat de prins zelf niet onverdienstelijk bespeelde.

Hij wordt de pionier van het strijkkwartet en met de symfonieën Le Matin, Le Midi en Le soir (1761) legt hij de grondslagen voor het classicisme in de symfonische muziek en legt hij de basis voor het werk van de jongere Mozart en Beethoven.

Haydn had ook belangstelling voor de opera: hij componeerde 18 opera's. La vera costanza (1778), Orlando paladino (1782) en Armida (1783) effenden in dit genre de weg voor Mozart.

Haydn werd in zijn jeugd opgeleid in de traditie van de barokmuziek. Later onderging hij de invloed van de galante stijl en de Empfindsamkeit. Een belangrijke fase in zijn ontwikkeling, waarin diverse heterogene elementen tot een synthese worden samengebracht, zijn de jaren 1766–1775, ook aangeduid als de Sturm und Drang-periode: zijn werk zit vol met snel afwisselende akkoorden, abrupte wisselingen en eigenaardige mineurharmonieën.

In zijn latere werk werd de groei en de consolidatie van de klassieke stijl zichtbaar waarmee hij een nieuwe algemeen menselijke taal schiep die direct aanspreekt en vrij is van alle valse pathos. Als zodanig paste zijn muziek niet meer in de formalistische en aristocratische hofcultuur van het rococo. Invloed van de volksmuziek in zijn ontwikkeling is aanwijsbaar, vooral in de 'boertige' menuetten van zijn strijkkwartetten en symfonieën.

De typisch klassieke schrijfwijze bereikte Haydn eerst ca 1780. In de genres van de symfonie (La Passione, nr. 49), het strijkkwartet (op. 9, 17 en 20) en de pianosonate (c mineur Hob. XVI:20) worden nieuwe kenmerken zichtbaar als een gepassioneerde expressie, een krachtig ritmisch élan, nadruk op de harmonische spanning, een thematisch en koloristisch zelfstandiger optreden van de blaasinstrumenten en een verbreding van de muzikale periodes. Het langzame deel wordt in plaats van andantes een intense adagio en de finale wordt in gewicht en karakter gelijkwaardig aan het aanvangsdeel. Ook is er een opvallende dramatische opvatting en uitbouw van de doorwerking van de sonatedelen.

Na een periode, waarin Haydns groei door nood gedwongen concentratie op het componeren van opera's enigszins stagneerde, breekt omstreeks 1784–1785 een nieuwe periode van stilistische expansie aan met de Parijse symfonieën en de Tostkwartetten op. 54, op. 55 en op. 64 (opgedragen aan de violist J. Tost). In deze werken legde Haydn het fundament van de klassieke, instrumentaal dramatische schrijfwijze, die wordt gekarakteriseerd door een motivische structuur, waarin eenheid en variëteit elkaars tegenpolen worden en waarin door het uitspelen van tegengestelde motieven wordt uitgegaan van een antithese, die tot een oplossing wordt gebracht.

In de afgelegenheid van het landelijk domein der Esterházy's bouwde Haydn aan een levenswerk, dat het fundament en de kern zou gaan vormen van de Duitse klassieke muziek. Zijn toehoorders, de aristocratische elite uit geheel Europa, verbreidden zijn roem al spoedig over Europa en Amerika en hij werd uitgenodigd om voor het Weense hof te componeren.
Uit 1779 dateren zijn contacten met de uitgever Artaria, die veel van zijn pianotrio's publiceerde. Belangrijk was de opdracht die Haydn in 1784–1785 van het Concert de la Loge Olympique in Parijs kreeg tot het schrijven van zijn zes (Parijse) symfonieën (nrs. 82–87).

Na de dood van prins Nicolaus in 1790 werd de kapel ontbonden en kreeg hij een behoorlijk pensioen toegewezen, met behoud van de titel van kapelmeester. Hij vestigde zich als vrij kunstenaar in Wenen, en nu had hij plots alle tijd om in te gaan op uitnodigingen. Haydn aanvaardde de voorstellen van de J.P. impressario Salomon om naar Londen te gaan, waar hij ook al naam had. Toen Mozart van dit aanbod hoorde zei hij : "U bent niet opgevoed voor de grote wereld en spreekt te weinig talen". Haydn antwoordde: "Mijn taal begrijpt men over de hele wereld". En bij Haydn's vertrek had Mozart een juist voorgevoel toen hij tegen zijn oudere vriend opmerkte: "Ik vrees, vader, dat wij elkander voor het laatst vaarwel zeggen". Tijdens zijn verblijf van ongeveer anderhalf aldaar werd hij met alle zorgen omringd. Hij kreeg een eredoctoraat aan de universiteit van Oxford op voordracht van de beroemde muziekhistoricus Charles Burney en werd aan het hof ontvangen. In deze periode schreef hij zijn zogenaamde Londense symfonieen, onder meer de Miracle. In Londen raakte hij sterk onder de indruk van Händels koormuziek.

Na terugkomst in Wenen kocht hij een huis en nam leerlingen. Op zijn terugreis ontmoette hij te Godesberg de jonge Beethoven, die hem volgt naar Wenen voor muzieklessen. De verhouding tussen beiden vlotten niet: Haydn was niet erg gesteld op de jonge Beethoven, die hij om zijn sterk gevoel van eigenwaarde 'De Grootmogol' noemde en de leerling was ontevreden dat zijn leraar de pedagogische puntjes niet beter op de i zette. Later waardeerde zij elkander meer, en op zijn sterfbed zei Beethoven, naar een afbeelding van Haydn's ouderlijk huis kijkend: "Een kleine hut, waarin een groot man werd geboren".

Omstreeks de jaren negentig componeerde Haydn nog een serie pianotrio's, die opvallen door een cantabilestijl (zie cantabile), die anticipeert op het vroege werk van Beethoven. Van de tegelijkertijd gecomponeerde drie pianosonates wijst de sonate in Es majeur (Hob. XVI:52) met haar volle en harmonisch rijke textuur zelfs op directe invloed van Beethoven.

Gedurende een tweede verblijf in Londen (1794-1795) componeerde hij zes nieuwe symfonieen, waaronder The Clock, The Surprise en de London Symphony, hoogtepunten van zijn artistieke kunnen.

Nadien bleef hij voorgoed in Wenen, waar hij voornamelijk vocale religieuze muziek componeerde, w.o. zes grote missen en, de bekroning van zijn oeuvre, de oratoria Die Schöpfung (1797–1798) en Die Jahreszeiten (1798–1801); midden onder de arbeid aan het laatste werk verloor hij zijn vrouw.

In de vormen die een dramatisch karakter hebben, bijv. de opera, heeft hij zich niet zo representatief kunnen uiten; in het epische genre evenwel kwam zijn talent tot volle ontplooiing, met name in de beide oratoria Die Schöpfung en Die Jahreszeiten. Daarnaast heeft Haydn, die in 1790 – na de dood van zijn broodheer – van daadwerkelijke diensten aan de Esterházy's was ontheven, nog een groot aantal van een grote geestelijke rijkdom getuigende speel- en gebruiksmuziek geschreven.

In 1808 verscheen hij voor de laatste keer in het publiek ter gelegenheid van een uitvoering van Die Schopfung; vele vooraanstaande musici waren daarbij aanwezig en brachten hem hulde. Enkele dagen voor de tweede bezetting van Wenen stierf Haydn: zijn derde oratorium, Das Letzte Gericht bleef onvoltooid.

Wegens een naamverwisseling met zijn broer Johann kon hij zijn eigen doodsbericht in de krant lezen, en betreurde geen uitnodiging te hebben gekregen voor de groots opgezette rouwdienst in Parijs (met o.a. het Requiem van Mozart en een speciaal voor die gelegenheid gecomponeerd treurmotet van Cherubini), anders "had hij die dienst graag zelf gedirigeerd". Hij stierf dan ten slotte toch rustig en helder van geest middenin het bombardement van de Fransen op Wenen op 31 mei 1809 (dus 18 jaar na de 24 jaar jongere Mozart).

Kort na zijn dood verschenen er drie, op conversatie met de componist gebaseerde, biografische geschriften (G.A. Griesinger, A.C. Dies, Carpani). Nog tijdens zijn leven werd door Breitkopf & Härtel het complete oeuvre van Haydn uitgegeven.

Haydns enorme oeuvre omvat symfonieën, opera's, missen, cantates, oratoria en veel werken voor soloinstrumenten en kamermuziek. Haydn stond aan de basis van de vorming van de vierdelige symfonie en droeg ook zijn steentje bij aan de ontwikkeling van de sonatevorm. Ook heeft hij het strijkkwartet gemoderniseerd, zowel naar de vorm als muzikaal (door de vier strijkers op een gelijkwaardig niveau te plaatsen). Hij schreef maar liefst 68 werken in dit genre. In onze tijd hebben vooral deze kwartetten de waardering voor Haydn hernieuwd.

Haydns werken worden zowel aangeduid met 'opus'-nummers als met Hoboken-classificatienummers.


Test je competentie op YaGooBle.com.

Pageviews vandaag: 107.