kunstbus

Ben jij de slimste mens? Test je kennisniveau op YaGooBle.com.

John Tavener

John Tavener geboren Londen 28 januari 1944
Brits componist

John Tavener werd geboren in een Presbyteriaanse familie. Hij kreeg een religieuze opvoeding en zijn muzikale talenten werden aangemoedigd; zijn familie nam hem regelmatig mee naar concerten. Al op jonge leeftijd begon hij te improviseren en componeren op de piano. Nadat Tavener een muziekbeurs gewonnen had ging hij naar Highgate School in Londen, waar hij piano, orgel en compositie studeerde en componeerde voor het schoolorkest. Hij schreef ook muziek voor de Presbyteriaanse Kerk St. Andrew in Frognall, Hampstead, waar zijn vader organist was: eerst schreef hij een Credo in 1961 en daarna in 1962 een kort oratorio Genesis.

In 1962 studeerde Tavener verder aan de Royal Academy of Music met de bedoeling om concertpianist te worden en had al lessen genomen bij Solomon. Door zijn zwakke constitutie (hij lijdt aan het marfan-syndroom) had hij problemen bij het pianostuderen en hij besloot zich te wijden aan compositie. Zijn leraren waren Lennox Berkeley en David Lumsdaine, welke laatste hem introduceerde bij Boulez, Messiaen en Ligeti. Londense uitvoeringen van hun werken maakten een grote indruk op Tavener.

In dezelfde tijd dirigeerde hij het koor en bespeelde hij het orgel van de Presbyteriaanse Kerk St. John, Kensington, toegevend aan zijn liefde voor Victoriaanse hymnes en religie.
Tavener maakte gebruik van de vernieuwingen en kansen in de zestiger jaren en hij speelde de première van zijn Piano Concerto toen hij nog maar achttien was. Tegen de tijd dat hij de Academie verliet, was zijn eenakter opera The Cappemakers uitgevoerd, had John Noble zijn Three Holy Sonnets of John Donne gezongen en was zijn cantata Cain and Abel door de Londen Bach Society uitgevoerd voor uitzending, met de componist als dirigent; het won de Prince Rainier III prijs. In 1964 ontmoette Tavener zijn voorbeeld Stravinsky, die op de partituur van Three Holy Sonnets slechts "Ik weet" schreef.

In 1968 gingen zes belangrijke nieuwe werken van Tavener in première, waaronder The Whale, dat zijn reputatie vestigde. Het stuk gebruikt de toen zeer populaire collage, vooraf opgenomen tape, versterkte percussie en een koor dat megafoons gebruikt. Een ander succes in 1968 was In Alium, een opdracht van Sir William Glock voor het Proms seizoen, geschreven in drie weken. De Guardian noemde het de volgende ochtend in zijn recensie 'a musical love-in'. De Prom zelf was vernieuwend, er werden 3 hedendaagse werken uitgevoerd in de eerste helft, daarna stemde het publiek voor de herhaling van een van de werken in de tweede helft. Het publiek koos spontaan In Alium, daarmee rijpere en betere werken negerend.

Tavener was de 'boy wonder' van het jaar, de Guardian noemde hem "de muzikale vondst van het jaar", de Times noemde hem "behorend tot de beste creatieve talenten van zijn generatie".

In 1969 ging zijn Celtic Requiem in première, een opdracht van het Sinfonietta, een werk dat de rituelen van een massa voor de doden combineert met speelterrein kinderspelen en catches. De Beatles kregen belangstelling. Ringo Starr kreeg een tape van The Whale en John Tavener ontmoette John Lennon en Yoko Ono voor een diner en muziekavond in Kensington. De volgende dag besloot Lennon Tavener's muziek uit te brengen op zijn nieuw gevormde Apple label. The Whale, Celtic Requiem, Coplas en Nomine Jesu werden op LP uitgebracht.

Eveneens in 1969 werd Tavener compositie docent aan Trinity College en in datzelfde jaar nodigde Britten hem uit een opera te componeren voor het Royal Opera House.

Tavener kreeg last van steeds langere 'dode perioden'. Tot nu toe had de vorm van elk werk zich aan hem in één enkel idee geopenbaard. Hij werd bang dat hij nooit meer zou kunnen componeren en dat elk werk zijn laatste zou zijn. Hij deed erg lang over de opera. Hij begon met de zetting van Notre Dame des Fleurs van Genet maar hield hier weer mee op. Ondertussen kreeg Tavener een grote opdracht van Mario di Bonaventura: Ultimos Ritos - dat uitgevoerd zou worden in de Kathedraal St Bavo in Haarlem. Het kostte hem drie jaar om het te voltooien, maar bevatte twee eerdere stukken, Coplas en Nomine Jesu uit de zeventiger jaren. De inspiratie voor Ultimos Ritos kwam van de Crucifixus van Bach's B Mineur Mis, welke hij op de radio hoorde. De teksten van het werk waren van 'St John of The Cross' 'Dark night of the Soul'. Het werk vereist speciale opstellingen van de spelers: solisten en groepen in de uiteinden van het gebouw, terwijl de uitvoerders centraal opgesteld zijn in de vorm van een kruis. Deze ruimtelijke manier van inrichten was een gebruikelijk kenmerk van die tijd: onder meer gebruikt door Stockhausen. De uivoering was een ramp, maar het werk zelf werd goed ontvangen door de critici en werd vaker uitgevoerd in Winchester en Westminster Cathedral.

De eerdere compositie Notre dame, was ondertussen voltooid en op tape gezet. Tavener was er echter niet tevreden over en hij begon te spelen met het idee van een opera over het leven van Therese. De in Ierland geboren toneelschrijver Gerard McLarnon stemde toe om het libretto te schrijven. Maar Tavener was geblokkeerd en de voortgang was pijnlijk en er werd gezocht naar hulp en struktuur van buitenaf; uiteindelijk werd er een palindromische vorm gecreëerd in een enkele 2 uur durende akte. Het werd in 1979 uitgevoerd in volle zalen, maar werd afgewezen door de pers.

Direct na Therese begon hetzelfde team aan een kameropera te werken A Gentle Spirit, gebaseerd op een verhaal van Dostojevski. Het ging in 1977 in Bath in première, nog voor Therese. In 1977 was John Tavener, evenals Gerard McLarnon, toegetreden tot de Russische Orthodoxe Kerk. Hij beschreef de teotreding als 'a homecoming'.

Ondanks zijn nieuw gevonden geloof, bleef zijn leven een strijd, hij dronk veel te veel whisky en tobde over de scheiding van zijn eerste huwelijk (dat slechts 8 maanden duurde) in 1974 met Vicky Maragopoulou, een tien jaar jongere ballerina; het ontbrak hem nog steeds aan richting.

Sinds zijn bekering werd zijn werk steeds meer geënt op de liturgische behoeften van de kerk. In de vroege tachtiger jaren begon zijn gezondheid achteruit te gaan, zijn ziekte veroorzaakte cardiovasculaire abnormaliteiten. Hij werd steeds meer zelfbespiegelend. Terwijl hij ernstig ziek was en wachtte op een hartoperatie, begon Tavener The Apocalypse uit te stippelen.
Er moest een tumor uit zijn kaak verwijderd worden. Hij stierf op de operatietafel maar werd weer gereanimeerd door het chirurgen team. Er was een 50-50 kans of hij zou uberhaupt zou overleven. De dood zou een constante muzikale en metafysische begeleider zijn. "Voor mijn ziekte had ik altijd een morbide angst voor de dood, maar sinds de operatie, is de dood je levensgezel geworden. Het is niet meer beangstigend. De mogelijkheid van eeuwig leven is er altijd, maar niemand kan het je vertellen. De Roomse Kerk zal je vertellen, als je dit doet ga je daar naartoe, als je dat doet, ga je ergens anders naartoe. Het voelt alsof je aankomt op Heathrow Airport. Maar we weten het oordeel van God niet, niemand weet het."

Tavener wilde meer duurzaamheid bereiken met zijn tweede vrouw Maryanna (weer veel jonger dan hij), met wie hij trouwde in 1991. Hij was bang dat het componeren zou stoppen door het krijgen van kinderen, maar besloot uiteindelijk zijn vertrouwen in gebed te stoppen.

1991 was het begin van zijn relatie met Moeder Thekla, de tachtigjarige orthodoxe non domineerde zijn leven. Taveners moeder lag op sterven en hij belde moeder Thekla elke dag in haar klooster in Yorkshire. Hij zei dat hij geen muziek meer zou schrijven, waarop moeder Thekla zei dat hij dat wel moest doen. Zij werkte mee aan het libretto van Mary of Egypt en verschillende andere stukken sindsdien.

De orthodoxie deed de componist Tavener herrijzen. Hij beschrijft hoe zijn werken "ikonen met noten, veeleer dan met kleuren" werden. Nadat hij zichzelf opnieuw had gedefinieerd, keerde hij tegen het humanisme van Beethoven - gecorrumpeerd, zoals hij het zegt "door de cult van de artiest". Hij werkt in de gewijde traditie, waarbij hij, wat hij noemt "het verstandelijke orgaan van het hart", gebruikt: noch het droge academisme van zijn meeste tijdgenoten, noch de romantische zelfverdichtsels van de 19e eeuw. "De religieuze traditie zegt dat alleen het spontane waarachtig is - wanneer ik ontdek dat ik bezig ben te proberen te schrijven en het is niet spontaan, komt het niet. Op het moment dat ik erover nadenk of het moeilijk te doen vindt, vernietig ik het. En dat is absoluut het tegenoverstelde van het westerse concept van compositie - het idee van iemand zwoegend op iets om het goed te krijgen.

Met zijn nieuw gevonden bronnen van inspiratie: orthodoxie, moeder Thekla en een nieuwe vrouw en familie, deed Taveners carrière herleven. Zijn werken waren succesvol, maar roem en fortuin kwamen met zijn werk The Protecting Veil, dat in première ging tijdens de Proms in 1989, en opgenomen werd door Stephen Isserlis. Het stond in 1992 verscheidene maanden op nr 1 in de klassieke hitlijsten en won de gramophone award voor de beste hedendaagse opname. Er zijn nu vele opnamen van het werk te krijgen, allemaal uitstekend. Een BBC documentaire in 1992 gunde een groter publiek een kijkje op de man en een proeve van zijn werken.

In 1993 werd Tavener een Apollo Award toegekend, door de Griekse Nationale Opera, voor zijn bijdrage aan de Griekse cultuur - Griekenland was inmiddels zijn tweede thuis (hij zegt dat hij een zonaanbidder is) - elk jaar zat hij zich de helft van het jaar in Griekenland te bruinen. Hij is de enige niet-Griek die deze prijs heeft gewonnen.
Om zijn vijftigste verjaardag te vieren wijdde in 1994 BBC Radio 3 zijn jaarlijkse January Festival aan Taveners muziek, onder de titel Ikons, met concerten in Westminster Abbey en Westminster's Katholieke Kathedraal.

In 1994 was de opname van wat velen zien als zijn grootste werk: Akathist of Thanksgiving bij zijn tweede uitvoering in Westminster Abbey. Het was een opdracht in 1987 voor het millenium van de Russisch Orthodoxe Kerk - de eerste uitvoering werd in januari 1988 gegeven. Het was gebaseerd op een tekst geschreven in de veertiger jaren door de 'archpriest' Gregory Petrov, vlak voor zijn dood in een Siberisch concentratiekamp, en vertaald door moeder Thekla.

Sindsdien volgden de nieuwe composities elkaar snel op. Tavener bleef een vruchtbaar schrijver. Door het spelen van zijn koorwerk Song for Athene op de begrafenis van Diana, prinses van Wales, in 1998, werd zijn roem, via de live uitgezonden beelden door de BBC, verspreid over alle delen van de wereld.

Bron: muziek als een mystiek gebed, maar de componist is in zijn uiting van religie een stuk liberaler dan andere gelovigen. Zo verwerkte hij in de compositie The Beautiful Names de 99 namen van Allah. Het werk, dat Tavener in opdracht van Prins Charles schreef, ging vorige week in première in de kathedraal van Westminster in Londen. Conservatieve katholieken vonden dit maar niets en kwamen in opstand. De baas van de kathedraal wist de crisis te bezweren. Volgens hem was de compositie van Tavener geen liturgische uiting maar gewoon een stuk muziek. En zo kon de première – door het BBC Symphony Orchestra onder leiding van Jiri Belohlávĕk – gewoon doorgaan. orkest: www.bbc.co.uk/orchestras/symphonyorchestra


Test je competentie op YaGooBle.com.

Pageviews vandaag: 22.