kunstbus

Ben jij de slimste mens? Test je kennisniveau op YaGooBle.com.

John Ogdon

John Andrew Howard Ogdon geboren Mansfield Woodhouse, Nottinghamshire 27 januari 1937, gestorven Londen 1 augustus 1989
Brits pianist en componist

John Ogdon's muzikale talenten werden al vroeg onderkend en gekoesterd door zijn moeder. Op zijn vijfde jaar speelde hij vloeiend piano en op zijn negende componeerde hij. Op zijn achtste jaar nam hij een keer per week lessen aan het Royal Northern College of Music in Manchester bij Richard Hall en Claude Biggs; en in deze tijd ontmoette hij voor het eerst Ronald Stevenson, terwijl deze het Busoni Piano Concerto aan het oefenen was.

Op zijn zestiende van 1953 en 1957 werd Ogdon full-time student aan het Royal Manchester College of Music. Door een beurs van het College kreeg hij de gelegenheid om laat 1957 bij de grote pianist Egon Petri te studeren in Zwitserland.

Samen met zijn medestudenten, Harrison Birtwistle, Alexander Goehr, Elgar Howarth en Peter Maxwell Davies, vormde hij de New Music Manchester groep, die zich bezighield met het uitvoeren van seriële en andere moderne muziek. Ogdon studeerde verder bij onder meer Iso Elinson, Denis Matthews, Dame Myra Hess en Ilona Kabos.

Na een succesvolle serie concerten in het noorden van Engeland, maakte Ogdon in 1958 zijn sensationele Londense debuut tijdens de Proms op zijn 21ste jaar. Hij speelde Busoni's weinig gehoorde Piano Concerto onder directie van Sir Henry Wood.

Twee belangrijke muziekprijzen vestigden Ogdon's internationale reputatie, de Liszt Prize in Boedapest in 1961 en de eerste prijs op de International Tchaikovsky Competition in Moskou in 1962, die hij moest delen met Vladimir Ashkenazy.

Hierna volgde een hectische carrière, Ogdon speelde met veel succes concerten en recitals over de hele wereld, maakte veel opnamen en schreef een aantal goed ontvangen verhandelingen, waaronder Sorabji and Melville (1960), Liszt's Later Piano Music (1970) en The Romantic Tradition (1972). Ook ging Ogdon compositie studeren bij Richard Hall, Thomas Pittfield en George Lloyd. In 1960 was Ogdon met de pianiste Brenda Lucas getrouwd, met wie hij vaak in recitals optrad.

Ogdon had geen goede gezondheid en gezien het tempo van zijn carrière, stortte hij in 1973 volkomen in. Er lag echter een serieuzere oorzaak aan ten grondslag. Ogden werd gediagnosticeerd als schizofreen, net als zijn vader voor hem, of manisch depressief en hij werd verscheidene jaren opgenomen in het Maudsley Hospital in Londen. In dit ziekenhuis hield hij echter toch een oefenschema aan van drie uur spelen per dag op de Steinway van het ziekenhuis.

In 1980 maakte John Ogdon een comeback in de concertzaal, maar critici vonden dat zijn techniek had geleden onder de ziekenhuis-jaren en de medicijnen die hij nam om zijn innerlijke evenwicht te bewaren. Toch waren er momenten van grote inspiratie, wanneer de schittering van zijn opvattingen iedere afname van zijn speelkrachten overschaduwde en zijn opname van Sorabji's Opus Clavicembalisticum (Altarus CD 9075, 4 discs) is een ongelooflijke prestatie.

Ogdon was net zo thuis in het klassieke als in het moderne repertoire, maar hij was misschien het bekendst als voorvechter van 20ste eeuwse muziek van Britse componisten. Naast premières van talrijke werken door de Manchester New Music Group, was hij baanbrekend in zijn eerste uitvoeringen van werken van Elgar, Rawsthorne en Tippett. Tezelfdertijd onderzocht hij de veel verwaarloosde muziek uit de late romantiek. Hij was een geweldig vertolker van Alkan, Busoni, Rachmaninov, Scriabin en Schoenberg.

Hij vergat Liszt nooit en was een van de eerste spelers die bijna alle vergeten werken van de componist weer opvoerde. Ook was hij een meester in het twee-piano repertoire dat hij vertolkte met Brenda Lucas. Ogdon laat een onschatbare erfenis na van opnamen gemaakt in een tijdspanne van 30 jaar.

Tussen 1975 en 1980 doceerde Ogdon aan de Indiana University. Zijn dood in Londen aan longontsteking op zijn 52ste jaar, maakte een voortijdig einde aan een dramatische carrière.

Ogdon componeerde meer dan 200 werken, waaronder 4 opera's, 2 grote orkestwerken, 3 cantates, liederen, kamermuziek, veel muziek voor solo piano en 2 pianoconcerten. Het grootste deel van zijn oeuvre was gecomponeerd voor de piano, waaronder 50 transcripties van werken van Stravinsky, Palestrina, Mozart, Satie en Wagner. Verder maakte hij arrangementen van liedren door Cole Porter, Jerome Kern en George Gershwin. Ook schreef hij sonates voor viool, fluit en cello, niet begeleid.

websites: www.allmusic.com, johnogdon.org.uk


Test je competentie op YaGooBle.com.

Pageviews vandaag: 165.