kunstbus

Ben jij de slimste mens? Test je kennisniveau op YaGooBle.com.

John Cale

John Cale geboren Garnant, Wales 9-3-1942
Brits musicus, componist, producent en rockmuzikant

John Cale bracht zijn kinderjaren door in Wales. Zijn vader Arthur George was een mijnwerker en zijn moeder, voordat zij trouwde, een onderwijzeres. John was enig kind. Hij ging naar de basisschool waar zijn moeder ook les had gegeven. Op zijn zevende jaar begon hij met klassieke pianolessen.

Op zijn twaalfde jaar begon hij orgel te spelen in de lokale kerk. De organist was onder de indruk van Cale's aanleg, maar was nog geïnteresseerder in pogingen de jonge Cale af te trekken.

Terwijl Cale op de Ammanford middelbare school zat, componeerde hij zijn eerste stukje: Tocatta in the style of Khachaturian. Hij luisterde naar het New Music programma op de BBC radio, waar hij kennis maakte met componisten als Schönberg en Stockhausen.

John Cage begon altviool te spelen in het schoolorkest en werd lid van het Welsh Youth Orchestra op zijn dertiende. In 1957 maakten ze een tournee naar het buitenland, waar ze optraden in Amsterdam, Nijmegen en Rotterdam.

Jazz was niet populair op school, maar Cale speelde het toch met een groep op een school dansfeest in 1959 en de leraren moesten toegeven dat ze goed waren.

Van 1960 tot 1963 studeerde Cale musicologie aan Goldsmiths College in Londen. Nadat Cale de "most hateful student" award gewonnen had uitgereikt door de afdelingshoofden, beëindigde Cale zijn studie met de uitvoering van La Monte Young's X for Henry Flynt, door te knielen voor de piano en met zijn ellebogen op de toetsen te rammen. In dezelfde show kwam Robin Page schreeuwend naar beneden rennen van het balkon, Cale's Plant Piece uitvoerend. Een potplant was op het podium gezet en het idee was net zo lang te schreeuwen tot de plant dood ging. De plant overleefde en het publiek was niet erg enthousiast. Piano Piece was Cale's derde compositie. Goldsmiths College kende Cale in 1997 een erelidmaatschap toe.

De Leonard Bernstein Scholarship (beurs) werd aan hem toegekend en Cale ging studeren aan Tanglewood in Massachussets in de VS bij de componist Yannis Xenakis.

Hij werkte in de Orientalia boekhandel aan de Lower East Side in New York.

Cale werd uitgenodigd door zijn mentor John Cage om één van de 11 uitvoerders van Vexations te zijn, een piano compositie van Eric Satie, die hierover schreef: "Om dit stuk 840 keer te spelen, zou de uitvoerder zich van te voren moeten prepareren in diepe stilte en serieuze onbeweeglijkheid". Het optreden in het Pocket Theatre in New York begon op maandag 9 september 1963 en duurde 18 uur en 40 minuten.

Hij ging altviool spelen bij de avant-garde groep Theatre of Eternal Music, geleid door La Monte Young. Van één van de fases van de groep bekend onder de naam Dream Syndicate, hebben tientallen jaren tapes gecirculeerd.
Een CD met Day Of Niagara, één van de composities van de groep, zag het licht in 2000. Allereerst, was er een zeer beperkte editie LP van de Dream Syndicate uitgebracht: er werden slechts 98 exemplaren geperst.

In 1965 ging Cale toeren met The Primitives om Lou Reed's offbeat dance craze The Ostrich te promoten. Hij deed niet mee aan de opname. "Even though the record bombed, the experience of being in a rock band, however ersatz, gave Lou and me the opportunity to connect."

Lou Reed en John Cale gaan samen in een flat wonen in Ludlow Street. Van straat optredens betalen ze de huur. Ze vormden een band met Sterling Morrison en Angus MacLise. MacLise woonde in hetzelfde gebouw, maar zijn appartement had verwarming. Ze noemden zichzelf The Warlocks en The Falling Spikes. Cale maakte veel opnamen van de repetities. Sommigen daarvan zijn opgenomen in de Peel Slowly boxset.

De eerste samenwerking van Reed en Cale werd op plaat gezet: Why Don't You Smile Now, ook gecrediteerd aan Terry Philips en Jerry Vance, werd uitgebracht als een single door de All-Night Workers.
Een cover van dit nummer werd uitgebracht op de 12 inch ep (met vijf nummers) MoeJadKateBarry door Maureen Tucker, Jad Fair, Kate Messer en Barry Stock in 1987.

Toen Angus MacLise een exemplaar van The Velvet Underground door Michael Leigh in het Times Square metrostation vond, hadden ze eindelijk een naam voor de band. Volgens Sterling Morrison was het een saaie roman over vrouwenruil in de voorsteden.

Een korte film geregisseerd door Piero Heliczer, met Cale, MacLise, Reed en anderen werd uitgezonden op nieuwjaaravond op het CBS programma van Walter Cronkite.

John Cale ging naar Londen om Marianne Faithfull te interesseren voor de demo opnamen die ze in het Ludlow appartement gemaakt hadden. Zij was niet onder de indruk. Alles was niet voor niets Cale keerde terug met een stapel net uitgebrachte singletjes uit uit Groot Brittanië, waaronder Anyway Anyhow Anywhere van The Who.

Op 11 december 1965 had The Velvet Underground zijn eerste officiële optreden, ze kregen 75,00 dollar, op de Summit High school, Summit, New Jersey, waar ze de openings act waren voor de Myddle Class. MacLise nam zijn ontslag en Maureen Tucker werd de nieuwe percussionist. The Velvets openden hun korte sessie met het nummer There She Goes Again en verder Venus In Furs en Heroin. Het publiek was er bepaald niet klaar voor.

Hierna speelden de Velvets korte tijd in Cafe Bizarre in Greenwich Village, New York en werden ontslagen nadat ze de Black Angels Death Song speelden. Gelukkig vroeg Andy Warhol ze om mee te doen aan zijn multi media extravaganza Up-Tight. John Cale verliet de Velvets na het tweede album White Light / White Heat.

In de zeventiger jaren ging Cale solo, bracht talrijke solo-albums uit en schreef de muziek voor dozijnen films.

John Cale begon als producer van bands in de late zestiger jaren en stond in de voorste gelederen tijdens de punk explosie. Hij is nog steeds veelgevraagd. Hij was de producer van het debuut van de Stooges en Patti Smith. Andere waren onder meer de Happy Mondays, the Mediæval Baebes, Nico en Les Nouvelles Polyphonies Corses.

Vanaf de negentiger jaren vormde het componeren van de muziek voor films en een ballet een belangrijk deel van zijn inkomen.

Vanaf 2000 keerde John Cale terug naar de rock. Hij bracht een aantal zeer gewaardeerde albums uit, waaronder HoboSapiens (EMI) oktober 2003 en blackAcetate (EMI) oktober 2005 en ging op tournee met een volledige backup band.

John Cale woont in Manhattan, New York, de VS.


Test je competentie op YaGooBle.com.

Pageviews vandaag: 124.