kunstbus

Ben jij de slimste mens? Test je kennisniveau op YaGooBle.com.
Dit artikel is 09-12-2008 voor het laatst bewerkt.

Johannes Brahms

Johannes Brahms Hamburg, 7-5-1833 - Wenen, 3-4-1897
Duits componist

biografie
Johannes Brahms was de zoon van de Hamburgse musicus Johann Jakob Brahms en de 11 jaar oudere winkelierster Henrika Christiane Nissen. Zijn vader was een afstammeling van een arbeidersgeslacht, terwijl zijn moeder van de 'betere standen' afstamde, die echter langzamerhand verarmd was.

Het werd een ongelukkig huwelijk en liep uit op een scheiding vlak voor de dood van de moeder(1865). Zijn vader trouwde opnieuw met een weduwe waar de toen al beroemde componist erg op gesteld was.

Zijn eerste muziekonderricht kreeg Johannes Brahms van zijn vader, die contrabassist was van het Hamburgse stedelijk orkest.

Brahms, viool concert in D gr.t., violist Gidon Kremer, dirigent Leonard Bernstein en het Wiener Philharmoniker

In 1834 had de 10-jarige pianoleerling van Otto Friedrich Willibald Cossel, op een weldadigheidsconcert ten bate van de verdere ontwikkeling van Johannes Brahms zoveel succes, dat een impressario hem als wonderkind een tournee door Amerika aanbood. Cossel overtuigde de vader echter Brahms verdere muzikale vorming aan zijn eigen leraar Eduard Marxsen over te laten.
Van deze twee leraren kreeg hij een gedegen muzikale kennis mee en een grote liefde voor Bach en Beethoven.

Tot zijn 16e jaar moest Brahms al bijdragen in het levensonderhoud van zijn familie als dansmuziek-pianist en als begeleider in theaters, door het geven van lessen en met het maken van arrangementen van populaire liedjes. Daarbij viel hij op door zijn enorme muzikale geheugen, zijn vaardigheid in het transponeren en het spelen van blad.

In 1847 kreeg Brahms de gelegenheid een paar maanden lang in de provincie een mannenzangvereniging te dirigeren. Componeren deed hij vooral s'ochtends vroeg.

In het voorjaar van 1852 ging Brahms samenwerken met de violist Eduard Remeny (een Hongaarse vrijheidsstrijder, eigenlijk Hoffmann geheten)en ondernam een concertreis met hem. In Hannover ontmoetten zij de concertmeester Josef Joachim (1831-1907) een beroemd landgenoot van Remeny. Deze raadde hen aan door te reizen naar Franz Liszt (1811-1886) in Weimar, de held van de ' Neu-Deutsche ' beweging. Remeny werd een groot bewonderaar van Liszt, Brahms niet, waarop hun wegen zich scheidden.

Brahms ging terug naar Joachim in Göttingen en ze werden vrienden voor het leven. In september van 1853 introduceerde Josef Joachim Brahms bij Wasielewski (1822-1896) een groot bewonderaar van Schumann. Zo kwam Brahms in de kring rond het echtpaar Robert en Clara Schumann in Düsseldorf terecht. Schumann raakte erg onder de indruk van Brahms talent, dankzij hem werden de eerste werken van Brahms gedrukt.
Schumann schreef in een door hem geredigeerd tijdschrift het beroemd geworden artikel Neue Bahnen : "Ik heb geruime tijd gewacht op een componist die geroepen was de hoogste uitdrukking van de tijd op ideale wijze uit te spreken. En hij is gekomen, een jongeman, aan wiens wieg gratiën en helden waakten. Hij had, ook in zijn uiterlijk, alle kentekenen die ons aankondigden: dit is een uitverkorene." Schumann werd zijn vriend en beschermer.

Nadat Schumann zo'n vier maanden later een zelfmoordpoging deed door in de Rijn te springen en daarna zijn verstand verloor ging Brahms vanuit Leipzig naar Düsseldorf om Clara bij te staan. Ze werd zijn vriendin voor het leven. Zij hebben elkaar vergezeld op vele concertreizen en uitstapjes en hebben elkaar meer dan 1000 brieven geschreven, maar ze zijn nooit getrouwd.

In de jaren 1857, 1858 en 1859 was hij telkens 3 maanden (september tot december) hofpianist van prinses Frederike von Lippe-Detmold en dirigent van de zangvereniging van Detmold.

In 1860 maakte Brahms kennis met de uitgever Simrock, bij wie de meeste van zijn werken in druk verschenen zijn.

In 1863 had hij als dirigent van de Wiener Singakademie veel succes, maar het volgend jaar bedankte hij voor deze functie, omdat hij het artistiek niet verantwoord vond, de wens van het koor om veel uitvoeringen te geven, in te willigen. Als solopianist en begeleider (o.a. van de zanger Stockhausen) maakte Brahms veel naam.
Hij maakte concertreizen naar Duitsland, Zwitserland, Oostenrijk, Hongarije, Polen, Nederland en Denemarken. Frankrijk, Engeland en Rusland begonnen ook belangstelling voor hem te krijgen mede dankzij Clara Schumann en Josef Joachim.

In 1872 betrok Brahms zijn eerste eigen woning, in de Karlsgasse 4 te Wenen, waar hij tot aan zijn dood is blijven wonen. Ook was hij sinds 1872 drie seizoenen lang artistiek directeur van de Weense ' Gesellschaft der Musikfreunde ', waarvan hij het koor en het orkest leidde.

Als het om een première van een werk van Brahms ging in het buitenland was het de gewoonte de componist zelf als dirigent of pianist uit te nodigen. In 1874 was het aantal uitnodigingen zo gestegen, dat hij moest gaan selecteren.

De universiteit van Cambridge benoemde hem in 1877 tot eredoctor, de univ. van Breslau benoemde hem in 1879 (Akademische Festouverture). Andere onderscheidingen, die hem te beurt vielen, waren: erevoorzitter van de Wiener Tonkünstlerverein, ereburger van Hamburg, de Oostenrjkse onderscheiding Litteris et artibus, erelid van de Mij. tot bevordering der Toonkunst te Amsterdam, en van de Bachvereniging in Haarlem en als bekroning: buitenlands lid van de Académie française.

Brahms heeft nooit kunnen verkroppen dat zijn geboortestad Hamburg hem bij de benoeming van een dirigent steeds passeerde, dus toen hem in 1894 eindelijk de functie van dirigent bij de Hamburgse Philharmonie werd aangeboden, bedankte hij.

In 1895 werd zijn portret in de nieuwe concertzaal te Zürich aangebracht aan het plafond bij de grootmeesters der toonkunst.

In 1895-1896, tegen het einde van zijn leven had hij weer veel succes met zijn liederen, vooral dankzij de Nederlandse zanger Johannes Messchaert en diens begeleider Julius Röntgen.

Op 10 januari 1896 trad Johannes Brahms voor het laatst in het openbaar op, als dirigent van zijn 2 pianoconcerten, gespeeld door Eugen d'Albert. Ook in 1896 liet een onbekende Engelse filantroop hem 12000 gulden na. Brahms die zelf ook hoge inkomsten genoot van concerten en in druk verschenen werken schonk de helft hiervan aan de Weense ' Gesellschaft de Musikfreunde '.

Nadat in 1896 geelzucht was geconstateerd, waarvoor Brahms een kuur in Karlsbad deed, bleek hij al gauw aan leverkanker te lijden.

Op 3 april 1897 overleed hij in zijn eigen woning in Wenen. Hij werd naast Beethoven en Schubert begraven en op zijn begrafenis waren veel belangrijke personen aanwezig.

Zijn grote erfenis liet hij na aan zijn laatste huishoudster, de zoon van zijn stiefmoeder en aan verscheidene steunfondsen en verenigingen voor musici. Op vele plaatsen werd een gedenkteken of een buste voor hem opgericht.

Brahms is nooit getrouwd geweest, aan zijn beantwoorde liefde voor Agathe von Siebold maakte hij een einde "omdat hij geen knellende banden kon verdragen" zoals hij aan haar schreef.

Voor zijn algemene ontwikkeling was Brahms belangstelling voor de literatuur van belang. Deze strekte zich uit van Aristoteles tot zijn lievelingsschrijvers E. T. A. Hoffmann en Jean Paul. Zijn omgang met musici en dichters dreog bij tot zijn algemene vorming.

Brahms had een grote bewondering voor Wagner zonder Wagneriaan te zijn. De oude kerkmuziek, Bach, de grote klassieken en de Vroegromantici kende hij door en door. Hij maakte een speciale studie van het Duitse volkslied.

Het valt op, dat Johannes Brahms betrekkelijk weinig orkestwerken heeft gecomponeerd maar des te meer kamermuziek en liederen (ca 200) en hij dus de voorkeur gaf aan intieme muziekgenres boven de symfonische kunst, die meer op het grote publiek gericht is.

Toch staan zijn symfonische werken tot op de dag van vandaag in het middelpunt van de belangstelling. Het heeft de componist veel zelfoverwinning gekost voordat hij zich aan de symfonie waagde. Te groot was zijn eerbied voor de oppermachtige Ludwig van Beethoven.

Pas op 43-jarige leeftijd voltooide de componist zijn eerste van in totaal vier symfonieën. Daarbij hield hij vast aan de traditionele vormen, terwijl hij zich bewust distantieerde van de programmatische tendensen van zijn tijd.

Brahms oriënteerde zich op de grote voorbeelden zoals Johann Sebastian Bach, Georg Friedrich Händel, Joseph Haydn en Wolfgang Amadeus Mozart; bij hen waardeerde hij vooral het buitengewone vakmanschap en de harde arbeid, die hij als zeer belangrijk voor de kunst achtte: "Dat wat men eigenlijk gevoel noemt, dus een werkelijke gedachte, is om het zo maar eens te noemen een hogere ingeving, inspiratie en dat heb ik niet in de hand. Zo bekeken kan ik dit 'geschenk' niet genoeg verachten want ik moet het door voortdurende intensieve arbeid tot mijn rechtmatig, welverdiend eigendom maken."

Brahms, die al met plannen voor een opera rondliep maar uiteindelijk geen dramatische muziek heeft geschreven, leverde vooral een wezenlijke bijdrage aan het door piano begeleide lied. Hij stelde hoge eisen aan zijn teksten; deze betekenden voor hem inspiratie, nooit slechts enkel objecten voor de muzikale voordracht. In zijn liederen treedt niet het rijke gevoelsscala van bijv. Franz Schubert of Hugo Wolf op de voorgrond maar een beperking tot donkere gevoelsklanken. Zoals zijn gehele oeuvre wordt ook het lied beheerst door een berustende, melancholieke, bedachtzaam ingehouden en hartstochtelijke stemming, een gevoelswereld, waarin de mens Johannes Brahms zich gedurende zijn leven zelf bevonden heeft: "Rustig in de vreugde en rustig in de smart, zo is de waarachtige mens. Hartstochten zijn spoedig gedoemd te vergaan, of men moet deze verdrijven."

keuze uit de werken: 4 symfonieën (op.68 in c kleine terts, 1876; op.73 in D grote terts, 1877; op. 90 in F grote terts, 1883; op.98 in e kleine terts, 1885), Akademische Festouvertüre op.80 in c kleine terts voor orkest (1880), 2 pianoconcerten (op.15 in d kleine terts, 1858; op. 83 in Bes grote terts, 1881), vioolconcert (op. 77 in D gr. t., 1878), Ein deutsches Requiem op. 45 voor soli, koor en orkest (1868), Liebesliederwalzer op. 52 en op. 65 voor zangkwartet en piano vierhandig.


Test je competentie op YaGooBle.com.

Pageviews vandaag: 283.