kunstbus

Ben jij de slimste mens? Test je kennisniveau op YaGooBle.com.

Johann Strauss

Johann Strauss Jr

De " koning van de wals " (geboren 25-10-1825 in Wenen, overleden 3-6-1899 in Wenen), Oostenrijks componist en dirigent.

Als zoon van Johann Strauss Sr zette hij de traditie van de wals voort en overtrof daarin zijn vader. Tussen 1844 (Sinngedichte, op. 1) en zijn dood componeerde hij meer dan 500 werken, waaronder ca 165 walsen, die hij door geacheveerde melodiek en ritmiek tot concertstuk wist te verheffen. De Weense wals dankt aan hem zijn klassieke perfectie.

Johann Strauß II (door zijn familie doorgaans "Schani" genoemd) aanschouwde het levenslicht als zoon van Johann Strauß Sr en zijn vrouw Anna op 25 oktober 1825 in Wenen. Zijn vader was, toen kleine Johann geboren werd, al op weg om Europa’s ongekroonde koning van de dansmuziek te worden.

Tegen de wil van zijn vader en pas nadat vader Strauss zijn familie verlaten had volgt hij muzieklessen bij A. Kohlmann, een balletrepetitor aan de Hofopera. Hij studeerde compositie bij Hofmann en later bij Domkapelmeester Joseph Drechsler.

Zijn broers Jozef en Eduard waren eveneens componisten, maar Johann jr. is met voorsprong de bekendste. Dit wekte een niet geringe jaloezie op bij zijn beide broers, met name bij Eduard. Muzikaal gezien stak "Schani" met kop en schouders boven het niveau van zijn broers uit. De composities van Jozef en Eduard zijn verdienstelijk, maar missen de geniale en verrassende wendingen van de composities van Johann jr.

18 juli 1844 laat hij bevestigen dat hij een goede vioolspeler is, dat zijn composities veel talent verraden en dat hij de vaardigheden bezit om een orkest te dirigeren. Hij vormde zijn eigen Tanzkapelle en debuteerde ermee op 18 oktober van datzelfde jaar, bij Dommayer te Hietzing een voorstad van Wenen. Met al zijn 15 muzikanten bond hij een muzikale strijd aan met zijn vader, de lieveling van het publiek in Wenen en Europa. Reeds het eerste concert besliste de strijd in het voordeel van de zoon. Johann Strauss Sr. was woedend, toen hij hoorde dat zijn zoon een orkest gevormd had. Tot een verzoening tussen beiden is het nooit meer gekomen.

Hij streefde zijn vader als componist (met als beroemdste werk de Radetsky Marsch) snel voorbij. Steeds steeg de faam van de jonge Johann Strauss. Hij maakte nu met zijn orkest tournees in binnen en buitenland: Steirmarken, Servië, Roemenië.

Na de dood van zijn vader in 1849 verenigde hij zijn orkest met dat van zijn vader en nam de leiding op zich. Hij dirigeerde zijn nieuw orkest voor het eerst tijdens de kerkelijke dienst ter ere van zijn overleden vader, tijdens welke Mozart's Requiem uitgevoerd werd.

Strauß musiceerde overal waar men hem horen wilde. Hij was ondermeer beschikbaar voor de balfeesten in Baden bei Wien en Vöslau en hij trad op aan het hof op de verjaardag van de keizer. Tournees door heel Europa maakten hem beroemd.
Na het Wiener carnaval van 1853 werd Johann Strauss Jr. echter ernstig ziek en gedurende een half jaar niet in staat om te dirigeren. Zijn broeder Josef nam deze taak als dirigent over. Tegen de zomer van 1853 was Jr. herstellende en in 1854 begon hij opnieuw te componeren.

Rusland, Petersburg, Pawlowsk
Vooral de jaarlijkse optredens in Rusland, en daar in het bijzonder de concerten in Pawlowsk, de zomerresidentie van de tsarenfamilie brachten hem faam. Bij mooi weer moest dan dagelijks een openluchtconcert van twee tot vier uur voor de tsaar gegeven worden. Voor het afwisselende avondprogramma koos de dirigent Johann Strauß dan eigen composities, maar ook de muziek van zijnertijdse componisten. De ouvertures van "Rienzi", "Lohengrin" en "Tannhäuser" van Richard Wagner waren evengoed te beluisteren als stukken uit "Luisa Miller", "Nabucco", "Il Trovatore" en "La Taviata" von Giuseppe Verdi, alsmede oorspronkelijke uitvoeringen van werken van Peter Iljitsch Tschaikowsky.
Iwan Strauss, zoals hij in Rusland genoemd werd, moest het verwende publiek het hele seizoen naar Pawlowsk lokken. Hier is hij een totaal ander mens, geniet van de roem en verheugt zich over de lauwerkransen en de bloemenboeketten van zijn talrijke bewonderaarsters. In 1856 overwoog Strauß zelfs de Russische Maria Samuilowa Fränkel te trouwen, wat hij echter toch niet deed en in 1859 beleefde hij met Olga Smirnitskaja een heftige romance die zijn leven vergaand beïnvloedde. De wals "Abschied von St. Petersburg" geeft zijn elegische stemming weer.

Zijn walsen werden gespeeld in gans de beschaafde wereld. Zij waren echter nog alle voor de balzaal gecomponeerd. Strauss wilde hogerop. Hij ging voor de concertzaal schrijven. De Weense wals werd in de tijd waarin Johann Strauss jr. leefde voornamelijk in danszalen gespeeld. Het is uitsluitend aan Johann Strauss jr. te danken dat de Weense wals van het niveau van de danszaal naar het concertpodium getild werd.

Augustus 1862 trouwde hij in de 'Stephansdom' met de zangeres Henriette (koosnaam: Jetty) Treffz.

In 1863 werd hij "Hofballmusik-Direktor" en leidde van 1863 tot 1870 Strauss (die zelf niet danste) de hofbals in Wenen.

Johann Strauss Jr. dirigeerde niet veel meer. In 1867 stond hij voor het laatst aan de lessenaar in een Weense balzaal. In de periode die volgde componeerde hij enkele van zijn beste werken zoals: 'An der Schöne Blauen Donau', Op.314, 'Künstlerleben' Op.316, 'G'schichten aus dem Wienerwald', Op.325, 'Wien, WeiB und Gesang', Op.333, 'Egyptischer Marsch', Op.335 en 'Freut euch des Lebens', Op.340.

An der Schönen Blauen Donau
In februari 1867 kreeg hij opdracht een werk te schrijven voor de "Wiener Männengesangverein". Zo ontstond: "An der Schönen Blauen Donau". Bij de première ervan op 13 februari 1867, kende deze koorwals maar weinig bijval. Eerst toen de componist in mei van hetzelfde jaar het werk tijdens de Wereldtentoonstelling te Parijs dirigeerde, werd het een triomf en begon zijn zegetocht door de wereld. Bekend is de bewondering die Johannes Brahms voor deze wals koesterde. Op zijn concerten bracht hij er vaak een sensationele pianovertolking van.

operettes
Hij dacht er nu aan om operettes te gaan schrijven. Offenbach had hem dat vroeger al aangeraden. Nu waren het zijn vrouw en Max Steiner, directeur van het "Theater an der Wien", die hem aanspoorden. Zo ontstond: 'Die Lustige Weiber von Wien'. Het werk werd nooit opgevoerd en de partituur verdween, maar op 10 februari 1871 ging de première van 'König Indigo'. Het werk had succes, maar dat was uit sympathie voor Strauss. Het libretto was vervelend en de opvoering duurde te lang. Toch was het rijk van Offenbach, die tot dan ook te Wenen getroond had, uit. Strauss had hem verdreven.

Vanaf ca 1871 componeerde hij ca 15 operettes, met als hoogtepunt de ook wel als opera betitelde Die Fledermaus (1874), waarvan een aantal tot op heden repertoire heeft gehouden.

Als ‘Walzerkönig’ maakte hij grote tournees, o.a. naar de Verenigde Staten (1872).

In oktober 1872 bezorgde Steiner hem een nieuw libretto: 'Carnaval in Rom' geschreven door Joseph Braun, en toen op 1 maart 1873 de première ging behaalde het werk een groot succes. Van Wenen uit verspreidde het zich op een deel van Europa en Amerika. Toch was het geen lange leven beschoren.

Die Fledermaus
Daarna brachten Richard Genée en Karl Haffner een nieuw libretto: 'Die Fledermaus' een bewerking van "Le Réveillon" van Meilbac en Halévy. Strauss componeerde de muziek in 6 weken. Op 5 april 1874 vond de eerste opvoering plaats in het "Theater an der Wien". Wenen had in 1873 een enorme beurskrach doorstaan en leed nog onder de naweeën. Het succes was niet groot. 'Die Fledermaus' bracht het maar tot 16 of 18 vertoningen. In juni 1874 ging het werk naar Berlijn. Hier beleefde het een warm onthaal. Er waren meer dan 100 opvoeringen. Toen erkende ook Wenen de waarde van "Die Fledermaus" en sindsdien geldt zij als één van de beste werken in het genre. Op 13 maart 1894 gaf Gustav Mahler er een modelopvoering van in het 'Stadtheater" van Hamburg.

Op 27 februari 1875 volgde nog 'Cagliostro in Wien'.

Kort daarna werd Johann een bod gedaan van de fabelachtige som van 100.000 $ met een uitnodiging van Amerika, die hij aanvaarde om als gastdirigent te fungeren ter gelegenheid van de viering van honderd jaar onafhankelijkheid. Hij dirigeerde 12 monsterconcerten te Boston en 4 in New York City.

Terug in Wenen zette hij zich aan de compositie van 'Prinz Mathusalem'. De première ervan liep op 3 januari 1877 en kende trouwens weinig bijval. Datzelfde jaar nog leidde hij de bals in de 'Opéra' van Parijs en werd er benoemd tot ridder in het 'Légion d'honneur".

Driemaal getrouwd
Zijn eerste huwelijk was met de zeven jaar oudere en moederlijke echtgenote Henriette Treffz (Jetty). Zij was zijn zakenpartner en stond in voor de arrangementen voor zijn concert tournees, de theatercontracten en alle bijhorende briefwisseling. Op 8 april 1878 overleed zij plots aan een hartinfarct. Haar dood was afschuwelijk voor Johann Strauss. Hij werd volledig hulploos en was niet in staat om op haar begrafenis aanwezig te zijn.

Strauss was niet in staat om alleen te leven en amper zeven weken later, hij was toen al 52, hertrouwde hij de 30 jaar jongere ambitieuze artieste Angelika Dittrich. Dit huwelijk werd een mislukking. Lili besefte al vlug dat zij gehuwd was met een compulsieve werker, wiens levensstijl zij onmogelijk kon aanvaarden. Lili deed hem veel lijden door haar vele slippertjes en ontrouw, ze vernederde hem voor gans Wenen. In 1882 verliet Lili haar echtgenoot voor een directeur, en na vijf jaar 'huwelijk' werd de echtscheiding uitgesproken.

Zijn verdriet blijft beperkt en in 1887 trouwde hij voor de derde keer. Er waren een paar obstakels voor dit huwelijk met Adèle Strauß, hoewel zij geen familie van hem was. Adèle was een Duitse weduwe en Johann een gescheiden katholiek. In het grootburgerlijke Wenen neemt men dergelijke moeilijkheden niet zo ernstig. Er werd een manier gevonden om dit huwelijk toch wettelijk te regelen. Johann werd buitenlander en protestant. Als onderdaan van de Hertog van Coburg kon hij wettelijk en kerkelijk met Adèle trouwen. Zij werd snel de goede geest in huize Strauß, raadgever, secretaresse en later de rentmeester van zijn nalatenschap.

Op 15 oktober 1884 werd de 40e verjaring van zijn kunstenaarsloopbaan door heel Wenen gevierd en de burgemeester verleende hem, namens het gemeentebestuur, het 'belastingsvrije burgerrecht'.

24 oktober 885 ging 'Der Zigeunerbaron' in premiere. Strauss had twee jaar aan de partituur gewerkt. Naast 'Die Fledermaus' werd: 'Der Zigeunerbaron' zijn meesterwerk. Ditmaal kwam het succes al bij de aanvang. Het werk ging 84 maal in ononderbroken reeks en in 1909 noteerde men al de 1000e opvoering te Wenen. De vakpers prees dit opus hoger dan alle voorgaande en 'Der Zigeunerbaron' heeft een zegetocht door de wereld gemaakt, die momenteel nog niet aan zijn einde is.

Na de mislukking van 'Simplizino Simplizissimus met première op 17 december 1887 ging Johann Strauss Jr., opnieuw symfonische walsen schrijven. Zo ontstond ter gelegenheid van de 40-jarige regeringsjubileum van keizer Franz Joseph in 1888 de 'Kaiserwalzer (Op.437), een van zijn laatste maar ook van zijn beste walsen.

Zijn laatste werk was nog een wals: 'Klänge aus der Raymundzeit' (Op.479).

'Drei Walzer' (1936) gebruikte Oscar Strauss (geen familie) muziek van Johann Strauss Jr.
Op 3 juni 1899 is Johann Strauß gestorven aan een longontsteking in Wenen. Hij, die zelf niet dansen kon, hetgeen hij met keizer Franz Joseph gemeen had, bracht met zijn muziek talloze dansparen tot elkaar. De schaduwzijde van zijn persoonlijkheid wordt overstraald door zijn genie en zijn onsterfelijke muziek.

De muziek van Johann Strauss Jr. is de meest typische uiting van het negentiende-eeuwse salonleven in Wenen, en van de voorspoedigste periode van het Habsburgse hof. De melodieën getuigen vaan een ongeëvenaarde charme, levendigheid en elegantie.

Naast zijn bijna 500 walscomposities (waaronder An der schönen blauen Donau op. 314, "Wiener Blut" op. 354 en de "Kaiserwalzer" op. 437), die hem de bijnaam Walzerkoning opleverden, werd Johann Strauss ook door zijn tot op heden geliefde operettecomposities in Wenen tot een gevierd kunstenaar. Keuze van zijn operettes: "Die Fledermaus" (1874) "Eine Nacht in Venedig" (1883) "Der Zigeunerbaron" (1885) en dan nog de onder zijn auspiciën door Adolf Müller uit beschikbare dansen samengestelde, maar pas na zijn dood opgevoerde, operette "Wiener Blut".

Johann Strauß was erg ontoegeeflijk als het erom ging zijn imperium te behouden. Zijn broers Josef Strauß en Eduard Strauß moesten hun ambities altijd ondergeschikt maken aan de heerschappij van hun broer Johann. Hij behandelde hen min of meer als ondergeschikten met de voornaamste opdracht hun bijdrage te leveren om ervoor te zorgen dat de "Firma Strauß" alomtegenwoordig was. In het bijzonder Josef, zelf een erkende en begaafde componist, moest daaronder lijden. De overgeleverde uitspraak van Johann: "Pepi is begaafder, maar ik ben populairder!" was slechts een geringe troost. Gesterkt door zijn vrouw, maar zeker ook uit eigen aard, was hij eigenlijk een egoïst. Brieven van Eduard en Josef spreken boekdelen.

Een ballet dat hij onafgewerkt achter liet, 'Aschenbrödel', werd geïnstrumenteerd door Josef Bayer en werd in 1901 gecreëerd Met de werken die hij onuitgegeven naliet en de schetsen die men vond, zijn postuum nog enkele operettes samengesteld zoals: 'Wienerblüt' (1899) en 'Fanny Elssler' (1935). Voor het 2e bedrijf van 'Drei Walzer' (1936) gebruikte Oscar Strauss (geen familie) muziek van Johann Strauss Jr.

Niettegenstaande hij al bekend stond als de "Walz Koning", verloor Strauss bij een walsschrijvers wedstrijd te Parijs. De winnaar was niemand minder dan Jacques Offenbach


Test je competentie op YaGooBle.com.

Pageviews vandaag: 18.