kunstbus

Ben jij de slimste mens? Test je kennisniveau op YaGooBle.com.

Johann Mattheson

pseudoniem: Aristoxenos junior geboren Hamburg, 28 september 1681, gestorven Hamburg, 17 april 1764
Duits musicoloog, publicist en componist

Johann Mattheson genoot een brede opleiding, zowel in vreemde talen, Engels, Frans, Italiaans en Latijn alsook op muzikaal gebied, zang, viool, orgel en cembalo. Eén van zijn leraren was de organist Johann Nikolaus Hanff.

Al op zijn negende jaar zong hij, zichzelf op de harp begeleidend, speelde hij orgel in de kerk en was hij lid van het koor van de Hamburgse Opera. Hij maakte zijn solodebuut in 1696 in de Hamburgse Opera in vrouwenrollen en nadat zijn stem veranderde zong hij tenor. Voorts dirigeerde hij repetities en componeerde hij zelf opera's. In 1699 werd zijn eerste opera Die Pleyaden uitgevoerd.

Vanaf 1703 was Mattheson bevriend met Händel, hoewel ze op enig moment slaande ruzie kregen waren ze daarna betere vrienden dan ooit (zie biografie Händel). Mattheson en Händel gingen samen naar Lübeck om daar naar de post van organist te solliciteren als opvolger van Dietrich Buxtehude. De voorwaarde voor deze post was echter het trouwen met Buxtehude's dochter, waar zij geen van beiden iets voor voelden en dus terugkeerden naar Hamburg.

In 1706 werd Mattheson muziekleraar en legatiesecretaris aan het Britse gezantschap te Hamburg. In 1709 trouwde hij met een Engelse.

Van 1718-28 was Mattheson muziekdirecteur van de Dom te Hamburg. Daar schreef hij een aantal zeer belangrijke werken over muziektheorie, waarin hij volledig brak met de oude scholen die nog steeds de solmisatie en de kerktoonsoorten gebruikten. In die tijd was zijn gehoor steeds slechter geworden en vanaf 1728 was hij doof voor de rest van zijn leven.

Mattheson componeerde 8 opera's; koormuziek; 24 oratoria en cantates, een passie, een mis; suites voor klavier (1714), 12 fluitsonates (1720); Geschriften: Das neueröffnete Orchester (1713), Das beschützte Orchester (1717), Das forschende Orchester (1721), een grote en een kleine Generalbasschule (1731, 1735), Der volkommene Kapellmeister (1739), Grundlagen einer Ehrenpforte, worin der tüchtigsten Kapellmeister, Componisten, Musikgelehrten, Tonkünstleru.s.w. Leben, Wercke, Verdienste u.s.w. erscheinen sollen (1740, nieuwe uitgave door Max Schneider 1910, een veelomvattend werk over 149 musici).


Test je competentie op YaGooBle.com.

Pageviews vandaag: 31.