kunstbus

Ben jij de slimste mens? Test je kennisniveau op YaGooBle.com.
Dit artikel is 08-07-2008 voor het laatst bewerkt.

Johann Joachim Quantz

Quantz - Konzert für zwei Flöten

Duits fluitvirtuoos en componist, geboren 30 januari 1697 in Oberscheden bij Göttingen, gestorven 12 juli 1773 in Potsdam

Johann Joachim Quantz was al op zeer jonge leeftijd in muziek geïnteresseerd en kreeg zijn eerste muziekonderricht van zijn oom, Justus Quantz te Merseburg, bij wie hij verschillende instrumenten leerde bespelen. Op zeventienjarige leeftijd werd hij stadsmuzikant in Radeberg en Pirna. In 1716 assisteerde hij in de kapel van de stadsmusicus Gottfried Heyne in Dresden. Een jaar later nam Quantz bij de componisten Jan Dismas Zelenka en Johann Joseph Fux les in contrapunt.

In 1718 jaar later kreeg Quantz werk als hoboïst aan de Koninklijke Poolse Kapel van Frederick Augustus II. Hij bleef ook in Dresden spelen. Al spoedig, na vier maanden studie bij Pierre Gabriel Buffardin, speelde hij in dit ensemble het instrument waardoor hij later een historische figuur zou worden: de fluit.

Door het hof te Dresden werd Quantz voor verdere studie naar Italië gezonden, waar hij bij Gasparini contrapunt studeerde. Ook maakte hij kennis met de vornaamste componisten van de Napolitaanse school.

In 1726 reisde Quantz naar Parijs, waar hij vele sonates in druk uitgaf en zijn instrument verbeterde door er een tweede klep aan toe te voegen. In 1727 reisde hij naar Engeland waar hij George Handel ontmoette.

Na zijn terugkeer in Dresden bracht hij het tot eerste fluitist van de Koninklijke Kapel. Vanaf 1728 was Quantz fluitleraar van de kroonprins Frederik van Pruisen, de latere Frederik de Grote. Hij verhuisde naar Berlijn in 1741 nadat Frederik koning van Pruisen was geworden en werd diens kamermusicus en hofcomponist. Deze functie behield hij tot aan zijn dood.

Quantz componeerde voor de koning 300 fluitconcerten en 200 kamermuziekwerken voor fluit. Quantz had Vivaldi, Alessandro Scarlatti en Antonio Lotti goed gekend en zijn stijl stond zeer sterk onder hun invloed. De koning waardeerde Quantz evenzeer als de componist Graun en hij wenste geen andere muziek te horen dan die van zijn twee beschermelingen. Alleen voor Agricola en Hasse werd soms een uitzondering gemaakt.

Johann Joachim Quantz was samen met Carl Philipp Emanuel Bach en Franz Benda een van de belangrijkste vertegenwoordigers van de galante stijl, schreef circa driehonderd op Antonio Vivaldi georiënteerde concerten en tweehonderd kamermuziekwerken voor fluit. In zijn muziek huldigt hij de zogenaamde "gemengde smaak", d.w.z. hij combineert bijvoorbeeld Italiaanse en Franse stijlelementen met Duitse contrapuntische techniek.

Tot zijn belangrijkste, tot in de 19de eeuw toonaangevende, werk, moet zijn theoretische verhandeling over de techniek van het fluitspel gerekend worden: zijn Versuch einer Anweisung, die Flöte traversière zu spielen. Die verhandeling stamt uit het jaar 1752 en is het eerste Duitse werk over de fluit.
Quantz maakte ook fluiten; voorbeelden van zijn instrumenten zijn te vinden in Berlijn en Washington, D.C.

website: www.hoasm.org


Test je competentie op YaGooBle.com.

Pageviews vandaag: 11.