kunstbus

Ben jij de slimste mens? Test je kennisniveau op YaGooBle.com.
Dit artikel is 25-03-2008 voor het laatst bewerkt.

Johann Christian Bach

Duits componist, geb. 5-9-1735 in Leipzig, gest. 1-1-1782 in Londen, Stijlperiode: Rococo, Klassiek
Geboren: 5 september 1735

De jongste zoon van Johann Sebastian Bach en diens tweede vrouw, Anna Magdalena Wülken, verbleef tot zijn vijftiende levensjaar in zijn ouderlijk huis, waar hij onder leiding van zijn vader ongetwijfeld een grondige muzikale opleiding heeft gekregen. Kreeg zijn eerste klavierlessen misschien van Joh. Schneider, organist van de Nikolaikerk, of van Joh. Chr. Altnikol, Bachs leerling en schoonzoon.

Na zijn vaders dood werd Carl Philipp Emanuel Bach zo'n vijf jaar zijn muziekleraar aan Pruisische hof in Berlijn die hem ook compositielessen gaf. Onder zijn leiding ontwikkelde Johann Christian zich tot een van de beste klavierspelers van zijn tijd. De door Frederik de Grote gebouwde nieuwe Berlijnse opera, waar de Italiaanse opera seria de toon aangaf en het repertoire vrijwel uitsluitend bestond uit werken van Carl Heinrich Graun en Johann Adolf Hasse, had zijn levendige belangstelling.

Tot zijn vorming heeft de voortdurende omgang met verschillende grote kunstenaars, geleerden en musici, zoals Quantz en Graun, veel bijgedragen. Hij leerde hen kennen via zijn broer Carl Philipp Emanuel. Deze had hen ontmoet aan het hof van Frederik II van Pruisen. Johann Christians eerste composities ontstonden in deze leertijd, o.a. een Ode aan de Pruisische koning, waarin voor het eerst klarinetten in het orkest werden gebruikt.

Milanese Bach
In 1756 vestigde Johann Christian zich in Milaan, waar hij een betrekking vond als huiskapelmeester van graaf A. Litta.
Van graaf Litta kreeg Johann Christian een stipendium dat hem in staat stelde te gaan studeren bij padre Martini in Bologna. In Italië componeert hij tot in 1760 bijna uitsluitend religieuze muziek onder het wakend oog van Martini. In 1760 werd hem de vacante positie van organist aan de dom van Milaan aangeboden. Bach aanvaardde en bekeerde zich daarom tot het katholicisme.

In protestants Duitsland heerste lange tijd een vooroordeel tegen de jongste zoon van Johann Sebastian Bach. Deze Johann Christian had zich immers in 1757 bekeerd tot het katholieke geloof van het land waar hij op dat moment verbleef, Italië. Hier componeerde hij ook de meeste van zijn Latijnse vocale werken. Het duurde niet lang, of Johann Christian Bach begreep dat een carrière in de kerkmuziek niets voor hem was. Hij begon opera's te componeren.
Omstreeks 1760 wordt hem gevraagd zangers te recruteren die in voorstellingen in de Turijnse opera zouden optreden. Vanaf dan oriënteert hij zich naar de wereld van het theater. Opera's van Johann Christian Bach worden met veel succes vertoond in Turijn, Milaan en Napels. Dit is de mogelijkheid om contacten te leggen met de musici uit de Napolitaanse school, waaronder Traetta, Jommelli en Sacchini.

Londense Bach
Johann Christian Bach was in de 18de eeuw verreweg de beroemdste van de vier componerende zonen van Johann Sebastian. Waar de anderen met wisselend succes in Duitsland carrière probeerden te maken, ging Johann Christian na zijn leertijd in Berlijn naar Milaan, om na nog enkele omzwervingen, in 1762 in Londen terecht te komen, waar hij werd aangesteld als operacomponist aan het King's Theatre in Londen.

Hij werd ook klavierleraar van de echtgenote van koning George III, koningin Sophie Charlotte van Mecklenburg-St en haar kinderen. Deze betrekking werd ruim gehonoreerd. Zijn als opus 1 gedrukte 6 klavecimbelconcerten (1763), met als finale van het laatste concert variaties over God save the King, zijn aan haar opgedragen.

Bovendien had Bach nu voldoende vrije tijd om zich geheel aan zijn kunst te wijden: componeren, improviseren en concerteren. Binnen korte tijd was Bach een gevierd kunstenaar in Londen.

In London richt hij samen met gambist, componist en landgenoot Karl Friederich Abel (1723-1787) een van de eerste organisaties op voor publieke concerten, de populaire ' Bach-Abel Concerts '. Hoewel de laatste jaren met verminderd succes, zouden deze concerten tot aan Bachs dood plaatsvinden. Daarnaast oogstte hij veel succes als componist van opera's en als propagandist van het toen moderne hamerklavier (pianoforte).

Wolfgang Amadeus Mozart
In april 1764 hoorde hij in het koninklijk paleis het klavierspel van de achtjarige Wolfgang Amadeus Mozart, die veel van hem leerde en op wiens compositiestijl Bach een aanzienlijke invloed heeft uitgeoefend (bijv. het ‘zingende allegro’ voor het eerste sonatedeel). Samen met Mozart, die op doorreis was in London, vertolkt hij in hetzelfde jaar een sonate, waarbij ze om de beurt een maat spelen. Een drietal van Bachs eerste klaviersonates, de Six sonates pour le clavecin ou le piano forte op. 5 (1768), bewerkte Mozart tot klavierconcerten.

In 1766 verschenen de "Zes sonates voor pianoforte of klavecimbel, op.5". Bij de muziek van Johann Christian Bach heeft men wel eens het gevoel, dat hij teveel aan de smaak van het grote publiek heeft toegegeven om nu nog te kunnen boeien. Deze sonates vormen wat dat betreft een positieve uitzondering. Bij het beluisteren van deze muziek kan men zich dan ook goed voorstellen dat Mozart (die een aantal van deze sonates als pianoconcert heeft bewerkt) deze "Engelse Bach" na diens dood beweende, terwijl het Londense publiek al lang op hem was uitgekeken.

Mozart en Bach ontmoetten elkaar voor de tweede keer in Parijs in 1778, een ontmoeting die volgens een brief van Mozart aan zijn vader zeer ontroerend was. Maar het Parijs van de jaren 1778-1779 ontving hen zonder vreugde: de opera 'Amadis des Gaules', zijn reden om naar Parijs te komen, werd niet echt geapprecieerd in de 'Académie royale de musique', terwijl zijn opera's in London en in andere grote en kleinere steden telkens veel succes oogstten.

Zijn muziek was geliefd en bracht hem niet alleen de adoratie van het Engelse publiek, maar ook eervolle opdrachten om stukken te schrijven voor de opera van Parijs en het hoforkest van Mannheim - op dat moment de belangrijkste Europese muziekcentra. In Engeland maakte Johann Christian zich vooral geliefd met zijn pianoconcerten. De eerste waren relatief korte stukken die niet al te hoge eisen aan de spelers stelden en bovendien, omdat slechts een bescheiden ensemble ter begeleiding nodig was, gemakkelijk in huiselijke kring konden worden uitgevoerd. De latere Pianoconcerten op.13 stammen uit 1777 en zijn in alle dimensies was groter: ze duren wat langer en vragen een uitgebreidere begeleiding, met name wat betreft houtblazers. Concert nr.4 was destijds ongekend populair, vooral omdat het laatste deel gebaseerd was op een Schots volkslied, 'The yellow hair'd laddie'. Dit concert is samen met nr.14 ook het meest uitgebreid, want ze tellen een deel meer dan de tweedelige concerten nr.5 en 6.

Van de zonen van de grote Johann Sebastian heeft Johann Christian Bach lange tijd de slechtste reputatie gehad. Hij is jarenlang afgeschilderd als de absolute tegenpool van zijn vader; als iemand zonder al te veel artistieke principes die er geen probleem van maakte het publiek te bedienen met de frivoliteiten waar het om vroeg. Carl Philipps fameuze uitspraak dat hijzelf (Carl) leefde om te componeren, terwijl zijn broer slechts zou componeren om te leven, lag aan de grondslag van dit beeld. Slechts de waardering die Johann Christian van Mozart kreeg, verzachtte dit negatieve beeld een beetje. Inmiddels wint gelukkig algemeen het besef terrein, dat Johann Christian Bach een zeer inventief componist was en dat zijn gewiekste marketingtechniek niet betekende dat hij geen muziek van formaat kon schrijven. Dat blijkt bijvoorbeeld uit de Zes symfonieën op.18. Ze werden in 1781 gepubliceerd door de Londense uitgever William Forster, waarbij deze ze het opusnummer 18 gaf. (Dat was nogal onhandig, want Johann Christian had dat nummer zelf al eerder voor een andere collectie gepubliceerde werken gebruikt.) Opvallend aan deze collectie is dat de helft ervan geschreven is voor dubbelorkest. Het is eigenlijk onduidelijk hoe Johann Christian op het idee van een dergelijke bezetting is gekomen; zeker is alleen dat hij al bijna tien jaar eerder met dergelijke stukken in de openbaarheid was getreden. Mogelijk heeft het principe van het concerto grosso Johann Christian hiertoe gebracht. De beide orkesten zijn namelijk niet van gelijke omvang; het tweede bestaat slechts uit strijkers en fluiten. In ieder geval bewijzen deze symfonieën andermaal dat deze altijd enigszins neerbuigend behandelde Bachzoon een componist van formaat was.

De laatste jaren van zijn leven ging zijn populariteit meer en meer achteruit. In 1781 werd het laatste Bach-Abel-concert gegeven.

In de laatste jaren van zijn leven lieten Bachs bijna spreekwoordelijke opgewektheid en beminnelijkheid hem langzaam aan in de steek, mogelijk als gevolg van een ziekte. Zijn rijke inspiratie taande en zijn roem verbleekte enigszins. Zijn inkomsten verminderden weliswaar, maar bleven goed. Bach maakte zich echter zorgen en hij maakte schulden, welke door de koningin steeds betaald werden. Ondanks een succesvolle carrière stierf Johann Christian Bach in armoede onverwach op nieuwjaarsdag 1782 te London toen hij slechts 47 jaar oud was. Zijn weduwe ontving van het hof een pensioen.

Johann Christian Bach lag mede aan de basis van een nieuwe sentimentele stijl en inspireerde Wolfgang Amadeus Mozart met zijn composities. Kenmerkend voor Bachs schrijfwijze is een lyrische melodiek met, in tegenstelling tot in die van zijn broers, een sterke Italiaanse inslag. Johann Christian Bach was één van de vertegenwoordigers van de zogenaamde Empfindsame Stil, die wordt gekenmerkt door rijke, gevoelige en sierlijke melodieën en grote afwisselingen in gemoedsstemmingen. Zijn muziek ontbeert geenszins expressiviteit, maar deze is altijd beheerst en beminnelijk. Zijn instrumentale werken zijn van invloed geweest op de ontwikkeling van de klassieke stijl in het laatste kwart van de 18de eeuw.

De concerten van Johann Christian Bach doen voor de hedendaagse luisteraar vaak wat simpel aan en dat is ook wel begrijpelijk, want ze zijn vrij kort, ze hebben eenvoudige thema's en van de solist wordt weinig virtuositeit gevraagd. Toch zijn dit veel geraffineerdere stukken dan men op het eerste gehoor zou denken; per slot van rekening zijn het ook de voorbeelden geweest voor Mozart, die Johann Christians concerten hogelijk bewonderde.

Johann Christian Bach componeerde ongeveer 11 opera's, ongeveer 90 religieuze muziekstukken, 90 symfonieën, 40 klavecimbel- en pianoconcerten en kamermuziek.

Wegens zijn landurige verblijven in Milaan en Londen wordt Johann Christian Bach ook wel eens de "Milanese" of "Londense" Bach genoemd.


Test je competentie op YaGooBle.com.

Pageviews vandaag: 242.