kunstbus

Ben jij de slimste mens? Test je kennisniveau op YaGooBle.com.

Johan Wagenaar

(geb. 1.11.1862 in Utrecht - gest. 17.6.1941 in Den Haag), Nederlandse componist, koordirigent, organist en pedagoog.

Dr. Johan Wagenaar was in de eerste helft van de vorige eeuw een van de belangrijkste figuren in de Nederlandse muziekwereld. Als componist, organist, dirigent, conservatoriumdirecteur en bestuurder heeft hij een belangrijke rol gespeeld. Hij was een onecht kind van een deftige vader en een eenvoudige moeder en groeide op in een sober milieu. Deze door hem betreurde afkomst heeft in zijn leven en werk haar sporen nagelaten.

Wagenaar was eerst leerling aan de muziekschool der Maatsch. t. Bev. d. Toonkunst te Utrecht, leerling van Richard Hol, Samuel de Lange (orgel) en Heinrich von Herzogenberg te Berlijn (contrapunt), was aanvankelijk violist in het orkest van Utrecht en werd daar in 1887 theorieleraar aan de muziekschool.

Hij werd O.m. violist in het U.S.O.

In het jaar 1888 werd de voortreffelijke pedagoog organist van de Domkerk in zijn geboortestad en werd daar in 1904 dirigent van de koorvereniging. Vier jaar was hij dirigent van de Arnhemse afdeling en nog eens twee jaar later van de Leidse. Hiermee brak voor Utrecht een tijdperk van grote muzikale bloei aan, grotendeels bepaald door Wagenaar, die talrijke functies bekleedde in het muziekleven (oprichter van de Muzikale Kring, leider van een a-capella- koor, dirigent van de Utrechtse afdeling van Toonkunst, enz.).

In 1916 verleende de universiteit van Utrecht hem een eredoctoraat.

Vanaf 1919 tot 1937 was Wagenaar directeur van het conservatorium in Den Haag. Tot zijn leerlingen behoorden componisten als Jacob van Domselaer, Alexander Voormolen, Peter van Anrooy en Willem Pijper.

Hij wist een eigen stijl te ontwikkelen, die men welhaast een Nederlands-romantische zou mogen noemen, met de grote Duitse voorbeelden uit die tijd en in mindere mate de Franse als basis, maar zeker niet zonder een eigen, voor die tijd nieuw, en humoristisch element als onmiskenbare eigenschap daarbij.

In zijn composities, die bijna alle genres omvatten, oriënteert de Utrechter zich naar muzikale voorbeelden als Hector Berlioz, Richard Strauss en Johannes Brahms. Als dirigent maakte hij vooral naam door de opvoering van onbekende werken.

Keuze uit zijn werken: "De doge van Venetië" (opera, 1904); "De Cid" (opera, 1916); "Jupiter amans" (opera, 1925); "De schipbreuk" (cantate, 1889); "Cyrano de Bergerac" (ouverture, 1905); "De getemde feeks" (ouverture, 1909); Saul en David (1914; symf. ged.). Voorts: koorwerken en liederen.

Wagenaar heeft voortreffelijk werk verricht als dirigent van Toonkunstafdelingen; hij introduceerde als zodanig meesterwerken gelijk Moessorgski's Boris Godoenow; niet minder onderscheidde hij zich als organist en uitvoerend kunstenaar in het algemeen. Een veelzijdige begaafdheid toonde Wagenaar ook als componist. De techniek beheerste hij volkomen. Invloeden van Brahms (destijds te Utrecht zeer geliefd), doch vooral van H. Berlioz en Rich. Strauss, wist W. persoonlijk te verwerken, zodat hij zich speciaal in zijn humoristische stukken een zeer aparte stijl verwierf. Met name is dat het geval in de cantate De Schipbreuk (tekst van De Schoolmeester) en in zijn beide opera's De Doge van Venetië en De Cid. Dit zijn Wagenaars beste werken geworden in hun speciale genre. Men dient daarbij te bedenken dat, hoezeer Wagenaar het ridicule in vele opera's aan de kaak stelde, zijn spot toch bovenal het reële leven gold, met alle valse romantiek, theatraliteit, domme braafheid, oppervlakkige sentimentaliteit. Wagenaars streven is nooit geweest het goede der operakunst te parodiëren: zijn aanwending van Leitmotiv, fugavorm, contrastwerking, bel canto e.d. kan zulks overtuigend bewijzen.


Test je competentie op YaGooBle.com.

Pageviews vandaag: 7.