kunstbus

Ben jij de slimste mens? Test je kennisniveau op YaGooBle.com.
Dit artikel is 29 11 2016 029:35 voor het laatst bewerkt.

Jean-Philippe Rameau


portret van Rameau geschilderd door Greuze (Musée des Beaux Arts, Dijon)

Jean-Philippe Rameau gedoopt 25.9.1683 in Dijon - gestorven 12.9.1764 in Parijs
Frans componist en musicoloog

Jean-Philippe Rameau, een tijdgenoot van Johann Sebastian Bach en Georg Friedrich Händel, kreeg zijn muziekopleiding van zijn vader die organist was aan de Notre Dame in Dijon. Hij vervulde zelf ook de functie van organist, maar legde zich vooral toe op de theorie en de klavecimbelcompositie. Een Franse schrijver zei over hem: "Heel zijn hart en ziel werden opgeslokt door het klavecimbel; en zodra hij dat [instrument] sloot, was het huis leeg -er was dan niemand thuis." Hij kreeg weinig gehoor in Parijs, tot hij in 1731 in dienst trad van de muziekmecenas La Pouplinière, bij wie de intellectuele elite samenkwam. Pas op vijftigjarige leeftijd zet hij zich aan de opera en schreef nog een vijfentwintigtal toneelwerken.
Rameau ondervond lange tijd tegenwerking als componist en theoreticus, vooral van Jean-Jacques Rousseau. De componist mengde zich niet in de twist; niettemin ontstond er een vinnige pennenstrijd die een internationaal karakter kreeg: de volgelingen van Rousseau waren pro-Italiaans, die van Rameau pro-Frans. De strijd woedde nog lang na de dood van de componist, maar zijn succes was verzekerd toen hij door Lodewijk XI. tot Compositeur de Musique de la Chambre werd benoemd. Rameau werd vooral bekend door zijn werken voor het toneel. In zijn "Tragedies lyriques" volgde hij weliswaar de traditie van Jean Baptiste Lully, wat betreft de keuze van de mythologische materie, de combinatie van ballet en koor en ook de manier van tekstdeclamatie. Hij breidde echter de expressieve middelen uit: een expressievere melodie, een rijkere harmonie en een meer gedifferentieerde, kleurrijke instrumentatie. Een van de opvallendste prestaties van Rameau is de zelfstandige behandeling van het orkest en daarmee de nieuwe betekenis die hij toewees aan een orkeststuk binnen het kader van de opera. Door het gebruik van de meest uiteenlopende orkestrale kleurschakeringen, ritmes, scala's en gebroken akkoorden ontstonden muzikale beschrijvingen van veldslagen, onweer en aardbevingen, die veel overeenkomst vertonen met het karakter van zelfstandige programmamuziek. Wat betreft de omstreden opera buffa met zijn Italiaanse elementen, koos de componist heel bewust voor de nationale Franse opera. Rameau leverde echter ook een belangrijke bijdrage aan de kunst van het cembalospel. Zijn uit vier delen bestaande "Kompositionen für Cembalo" waren oorspronkelijk wel als studiemateriaal bedoeld, maar bevatten zo'n geniale composities dat ze achteraf heel wat invloed op de piano- en cembalomuziek hebben gehad. In zijn theoretische geschriften hield de componist zich bijna uitsluitend bezig met harmoniek. Hij wordt trouwens beschouwd als de grondlegger van de moderne harmonieleer. Harmoniek is naar zijn mening het fundament voor iedere vorm van muziek. Zijn leer komt hierop neer: akkoorden worden gewonnen uit opeenstapeling van tertsen (bijvoorbeeld de combinatie do-mi, mi-sol, sol-si enzovoorts). De tertsbouw van de akkoorden is een natuurlijk fenomeen; in iedere grondtoon sluimert (onder meer) de terts als boventoon. Bovendien kan men de noten van akkoorden omkeren zonder hun functie ten opzichte van de grondtoon te veranderen. Zijn harmonieleer werd het uitgangspunt van alle klassieke harmoniesystemen. Rameau schreef naast circa 28 werken voor het toneel ook missen, cantates, motetten en talrijke cembalostukken.

Jean-Philippe Rameau ( 1683–-1764)
De loopbaan van Jean-Philippe Rameau, de belangrijkste Franse musicus van de achttiende eeuw, was anders dan die van welke andere grote componist dan ook. Nagenoeg onbekend tot zijn veertigste trok hij eerst de aandacht als theoreticus en pas daarna als componist. De meeste composities waarop zijn roem berust ontstonden tussen zijn vijftigste en zijn zesenvijftigste. Hoewel hij toen werd aangevallen als vernieuwer, werd hij twintig jaar later zelfs nog erger aangevallen als reactionair. Als gunsteling van het Franse hof en tamelijk welgesteld in de latere jaren van zijn leven bleef hij altijd een eenzelvig, twistziek en asociaal mens, maar een gewetensvol en intelligent kunstenaar.
Van zijn vader, een organist in Dijon, kreeg Rameau zijn eerste en, voor zover ons bekend, enige officiële muzikale onderricht. Na een kort bezoek aan Italië in 1701 en een periode als organist in Clermont-Ferrand, ging hij naar Parijs en publiceerde hij in 1706 een boek met stukken voor klavecimbel. In 1709 volgde hij zijn vader op in de Notre Dame van Dijon en in 1713 had hij een betrekking als organist in Lyon. In 1715 keerde hij terug naar zijn vorige baan in Clermont-Ferrand, waar hij zijn beroemde Traité de l'harmonie schreef, die in 1722 in Parijs werd gepubliceerd.
In 1723 keerde Rameau terug naar Parijs. Het culturele leven was in Frankrijk, anders dan in Duitsland en Italië, geconcentreerd in deze ene stad. Succes of reputaties telden niet mee tenzij ze in de hoofdstad waren verworven; en voor een componist was de opera de meest directe en zelfs de enige weg naar echte roem. Rameaus vooruitzichten waren slecht: hij had geen geld en geen invloedrijke vrienden en hij was niet in de wieg gelegd voor een goede hoveling. Erger nog, zijn reputatie als theoreticus was hem vooruit gegaan. Hij stond bekend als een savant, een philosophe. Mensen wilden niet geloven dat iemand die met zoveel kennis van zaken sprak over intervallen, toonladders en akkoorden muziek kon schrijven die aangenaam was om naar te luisteren. Rameau zelf was zich bewust van deze handicap en probeerde hem tegen1:e gaan door in een brief uit 1727 te benadrukken dat hij in zijn composities 'de natuur had bestudeerd' en had geleerd om haar 'kleuren en nuances' weer te geven in passende muzikale taal. Bij gebrek aan betere gelegenheden componeerde hij airs en dansen voor drie of vier kleine muzikale komedies, stukken met gesproken dialoog die werden opgevoerd in de populaire theaters van Parijs. Hij publiceerde enkele cantates (1728) en nog drie boeken met stukken voor klavecimbel (1724, ca 1728 en 1741). Intussen begon hij leerlingen te krijgen op grond van zijn reputatie als leraar en organist. Ten slotte, in 1731, keerde het tij en werd Rameau een beschermeling van La Pouplinière, de meest vooraanstaande patroon van de muziek in Frankrijk.

LA P0UPLINIÈRE
Alexandre-Jean-Joseph Le Riche de la Pouplinière (1693-1762), een telg van een oude, aristocratische Franse familie, had een immens fortuin geërfd, dat hij nog verder vergrootte door speculaties en de inkomsten van de lucratieve betrekking als belastingontvanger (fermier général), die hij van 1721 tot 1738 had onder het bewind van Lodewijk XV. Hij had twee of drie villa's in Parijs, benevens andere huizen op het nabijgelegen platteland. Zijn salon was een trefpunt voor een bont gezelschap van aristocraten, literaten (Voltaire en J.J. Rousseau), schilders (Van Loo en La Tour), avonturiers (Casanova) en vooral musici. Altijd op zoek naar iets nieuws vond La Pouplinière het leuk om vellbelovende maar onbekende musici op weg te helpen met hun carriere. Op zijn chateau in Passy, vlakbij Parijs, hield hij er een orkest van 14 personen op na, dat naar behoeven werd versterkt met musici van buiten. Elke week was er een concert op zaterdag, was er in de privé-kapel een mis met orkest op zondagochtend, een groot concert in de galerij van het chäteau op zondagmiddag en een meer intiem concert op zondagavond na het souper. Daarnaast waren er nog twee of meer concerten in de rest van de week. Alles bij elkaar besteedde La Pouplinière jaarlijks een groot bedrag aan zijn muzikale interessen, en veel van de opera's en de meeste concerten voor orkest werden op het chateau voor een select publiek uitgeprobeerd voor ze in het openbaar werden opgevoerd.

Van 1731 tot 1753 was Rameau organist, dirigent en huiscomponist bij La Pouplinière. Hij moest niet alleen muziek componeren of instuderen voor concerten en religieuze gelegenheden maar ook voor bals, toneelstukken, feesten, diners, balletten en allerlei speciale evenementen. Rameau gaf Madame la Pouplinière les op het klavecimbel, terwijl zijn eigen vrouw, een talentvol klavecimbelspeelster, dikwijls zijn composities speelde tijdens de concerten op het chäteau.

Rameaus ambitie om naam te maken als operacomponist werd spoedig gerealiseerd nadat La Pouplinière de zaak ter hand had genomen. Een project voor een opera naar een libretto van Voltaire bleef onvoltooid. Vervolgens componeerde Rameau Hippolyte et Aricie, op een gedicht van een populaire librettist, de Abbé Simon-Joseph Pellegrin. De opera werd in 1733 in Parijs opgevoerd, toen de componist vijftig was.

In 1735 had hij een overtuigender succes met Les lndes galantes, een opera-ballet.

Twee jaar later volgde wat doorgaans wordt beschouwd als Rameaus meesterwerk, de opera Castor et Pollux.

In 1739 componeerde hij twee nieuwe werken: een opera-ballet, Les Fêtes d'Hébé ou les talents lyriques en een opera Dardanus.

Van meet af aan waren de opera's van Rameau het onderwerp van een heftige kritische controverse in de kritiek. De intelligentsia van Parijs, die altijd dol was op een woordenstrijd, was verdeeld in twee fulminerende kampen, waarvan het ene Rameau gunstig gezind was en het andere hem aanviel als de ondermijner van de goede oude Franse operatraditie van Lully. De voorstanders van de Lully traditie deden alsof ze de muziek van Rameau ondoorgrondelijk, geforceerd, grotesk, overdadig, mechanisch en onnatuurlijk vonden. Het maakte niets uit dat Rameau in een voorwoord van Les lndes galantes protesteerde 'dat hij had geprobeerd om Lully na te volgen, niet als een slaafse imitator, maar door, net als hij, de natuur zelf - zo mooi en zo eenvoudig - tot voorbeeld te nemen'. Terwijl de twist tussen de voorstanders van Rameau en die van de Lully-traditie voortwoedde, getuigde het aantal parodieën op Rameaus opera's in de theaters van Parijs van zijn toenemende populariteit. Een parodie betekende toentertijd niet noodzakelijkerwijs een travestie of een karikatuur, maar veeleer een vaardige, vrijpostige imitatie of bewerking van het origineel.

In 1745 triomfeerde Rameau met het komedie-ballet La Princesse de Navarre, dat in VersailIes werd uitgevoerd om het huwelijk van de dauphin met de infante Maria Theresa te vieren. De koning beloonde Rameau door de publikatiekosten van het werk te betalen en hem een jaarlijkse toelage te verlenen, samen met de eretitel van koninklijke kamermuziekcomponist.

Rameaus latere theaterwerken waren, voor het merendeel, lichter van toon en minder belangrijk dan de opera's en de opera-balletten uit de jaren dertig. Veel daarvan waren vergankelijke stukken voor bijzondere gelegenheden. Uitzonderingen waren het komedie-ballet Platée (1745) en de serieuze opera Zoroastre (1749), het belangrijkste werk uit Rameaus latere periode.

In de jaren vijftig was Rameau wederom, buiten zijn schuld, betrokken bij een kritische onenigheid, dit keer over de relatieve verdiensten van de Franse en de Italiaanse muziek. (Oorlog der Buffonisten / Guerre des Bouffons).

Rameau, de belangrijkste levende Franse componist, werd door de ene partij verheerlijkt als de voorvechter van de Franse muziek en werd zo het idool van dezelfde factie die twintig jaar eerder op hem had afgegeven omdat hij niet componeerde zoals Lully. Aan het hoofd van de andere (pro-Italiaanse) partij stond Rousseau, die altijd een van de scherpste critici van de Franse muziek was geweest, samen met enkele van de andere philosophes die in de Encyclopédie van Diderot artikelen over muziek schreven.

Rameau besteedde de laatste jaren van zijn leven grotendeels aan polemische geschriften en verdere theoretische essays. Hij stierf in Parijs in 1764. Tot het laatst niet klein te krijgen bleef hij de perfectionist die hij altijd was geweest en vond hij zelfs op zijn sterfbed nog de kracht om de geestelijke die hem de laatste sacramenten kwam toedienen zijn slechte psalmodie te verwijten.


Test je competentie op YaGooBle.com.

Pageviews vandaag: 110.