kunstbus

Ben jij de slimste mens? Test je kennisniveau op YaGooBle.com.
Dit artikel is 09-06-2008 voor het laatst bewerkt.

Jaap Stotijn

Nederlands hoboïst, pianist en dirigent, geboren 22 september 1891 Den Haag – overleden 5 april 1970 Den Haag.

'De vader van de Nederlandse hoboschool'

Dirk van Emmerik
Toen hij dertien was, werd Jaap toegelaten tot de Koninklijke Muziekschool - het latere Koninklijk Conservatorium voor Muziek - in Den Haag, waar hij van 1904 tot 1910 lessen volgde bij Dirk van Emmerik. “Op een goed riet ben ik als de duivel op een zieltje” was een uitspraak die Jaap Stotijn van zijn leraar Dirk van Emmerik overnam.

Reeds van 1907 tot 1911 speelde Jaap, gezeten naast zijn leermeester, mee als tweede hoboïst in het Residentie-Orkest. Aangezien het salaris amper dertig gulden per maand bedroeg, trad hij, om wat bij te verdienen, ook wel op als violist en pianist in cafés en bij variétés of als begeleider bij stomme films.

In 1914 werd hij benoemd als solohoboïst bij de Opéra in Parijs.

Toen Van Emmerik naar de Verenigde Staten emigreerde, kon Stotijn per 1 oktober 1919 diens plaats als eerste hoboïst bij het Residentie-Orkest innemen. Op dezelfde datum werd hij bovendien - eveneens in plaats van zijn vroegere leermeester - benoemd tot hoboleraar aan het Koninklijk Conservatorium. Beide functies zou hij blijven vervullen tot aan zijn pensionering.

Op 18 september 1956 nam Stotijn tijdens een Prinsjesdagconcert in de Haagse Houtrusthallen afscheid van het Residentie-Orkest wegens het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd. Tegelijkertijd legde hij zijn functie als docent bij het conservatorium neer, hoewel hij daarna nog twaalf jaar privé- lessen zou blijven geven.

Constant Stotijn (Den Haag, 30 november 1912), Nederlands hoboïst, cellist en paukenist en de broer van Louis Stotijn, was de opvolger van Jaap Stotijn als hoboïst bij het Residentie Orkest. Constant was vernoemd naar zijn grootvader, de nestor van de familie. Grootvader Constant bleef zijn leven lang violist en pianist bij het Residentie Orkest. Ook gaf hij zelf, aan vrijwel al zijn familieleden muziekonderricht, dus ook aan zijn kleinzoon Constant.

Nederlandse Hoboschool
Stotijn bouwde voort op het klankideaal van zijn docent en ontwikkelde een nieuwe manier van blazen en rieten maken. Hij liet zich in zijn spel inspireren door de zangtechniek – nam zelfs zanglessen – en benaderde de twee rieten als stembanden.
Door mond- keel- en neusholtes voor de resonans te benutten, bereikte hij de stralende open toon, die het kenmerk werd van de School Stotijn, ook wel de ‘Haagse School’ genoemd, en die zou uitgroeien tot de Nederlandse hoboschool. Jaap Stotijn bespeelde het riet aan de tip (het uiteinde), terwijl andere hoboïsten het riet dieper in de mond namen. Hierdoor was Stotijns spel soepeler en zangeriger dan dat van anderen. Zijn lesmethoden en manier van spelen werden door zijn leerlingen aan het Koninklijk Conservatorium in Den Haag overgenomen en doorgegeven aan latere generaties.

In 1919 werd hij ook benoemd tot hoogleraar aan het Haags conservatorium. Hij heeft als pedagoog grote invloed gehad in de muziekwereld, zowel nationaal als internationaal. Een groot aantal studenten werd door vader en zoon Stotijn opgeleid, waarvan Han de Vries en Werner Herbers de bekendste zijn. Zij streven het klankideaal van de Nederlandse hoboschool na en leidden op hun beurt nieuwe generaties op. Ook Edo de Waart nam les bij Stotijn. De familie Stotijn was zeer muzikaal, want ook zijn neef Louis Stotijn, fagottist en dirigent, heeft in de vijftiger jaren lesgegeven aan het Haags conservatorium.

Haakon Stotijn Nederlands hoboïst en de zoon van Jaap Stotijn, geboren 11 februari 1915 Den Haag – overleden 2 november 1964 Amsterdam.
De belangrijkste leerling van Jaap Stotijn was zijn zoon Haakon. Haakon was onder meer lid van het Stedelijk Orkest te Bern van 1935 tot 1937 en werd in 1940 solohoboïst bij het Concertgebouworkest. Als eerste solo-hoboïst van het Concertgebouworkest betrok Haakon ook de akoestiek van de Grote Zaal bij de ‘Nederlandse klank’. De rijke akoestiek, die het mogelijk maakt om losser en met een vrijere embouchure te spelen.
Jaap Stotijn heeft vaak met zijn zoon Haakon samengewerkt. Met het Concert voor twee hobo's en orkest van Alexander Voormolen oogstten ze veel succes.
Haakon Stotijn overleed op 49-jarige leeftijd na een langdurige ziekte, wat voor vader Jaap Stotijn een dubbele slag was.

In verschillende orkesten spelen tot op de dag van vandaag hoboïsten die de traditie van de Stotijn-hoboschool voortzetten: Cees van de Kraan, Jan Kouwenhoven, Jan Spronk, Pauline Oostenrijk... Een namenlijst die niet snel volledig is. Jaap Stotijn heeft met zijn spel voor een explosie van goede Nederlandse hoboïsten gezorgd. Hoboïsten die zijn geluid nastreven, maar ook hoboïsten die juist voor een ander geluid kiezen, zoals Bart Schneemann.
In de hedendaagse orkestpraktijk wordt het karakteristieke Nederlandse hobogeluid echter steeds minder op prijs gesteld. Hoboïsten klinken steeds vaker hetzelfde. Noodgedwongen, als ze in het buitenland willen werken, maar helaas ook omdat Nederlandse orkesten naar een algemenere klank op zoek zijn.

Websites: radio4.nl, www.inghist.nl


Test je competentie op YaGooBle.com.

Pageviews vandaag: 340.