kunstbus

Ben jij de slimste mens? Test je kennisniveau op YaGooBle.com.

Isang Yun

(Koreaans: Yun Isang) Koreaans-Duits componist, Tongyông 1917 - Berlijn 1995

Yun studeerde cello en compositie in Korea en Japan.

In de tweede wereldoorlog was hij actief in het ondergronds verzet tegen Japan. Na de oorlog doceerde hij aan Koreaanse universiteiten en scholen.

In 1955 won hij de Seoul City Culture Award die hem in staat stelde in 1956 op studiereis naar Europa te vertrekken. Daar maakte hij via Josef Rufer en Boris Blacher in Berlijn (1956-1959) intensief kennis met het serialisme en de traditie van Schönberg.

Na zijn studies in Parijs, Berlijn en Darmstadt vestigde hij zich in 1964 Berlijn, waar hij drie jaar later door het Zuid-Koreaanse Parkregiem werd ontvoerd en teruggebracht naar Korea. Daar werd hij veroordeeld tot levenslang wegens hoogverraad. Onder internationale druk kwam hij in 1969 vrij, waarna hij in 1971 officieel Duits staatsburger werd.

Als docent was Yun verbonden aan verschillende conservatoria in Duitsland. Zijn seriële schrijfwijze veranderde langzaamaan in een mengeling van oosterse en westerse eigentijdse technieken. De composities van Yun worden gekenmerkt door een zoektocht naar een goede uitdrukking van oosters denken over kunst en leven m.b.v. westerse technieken, instrumenten en notatiesystemen. De Chinees-Koreaanse (hof)muziek uit de 14e en 15e eeuw, taoïsme, boeddhisme en seriële en postseriële technieken uit het Westen komen in zijn oeuvre tot een synthese. Hij gebruikte in zijn werken ook oosterse harpen en percussie- instrumenten, bijvoorbeeld de Koreaanse pak: een houten klapper die op traditionele wijze de perioden in de muziek (ook begin en einde) markeert. Belangrijk in zijn muzikaal denken was zijn visie op één toon als een proces, terwijl westerse componisten minimaal een interval als muzikaal proces beschouwen. Aan dat proces kan een heel orkest deelnemen.

Réak
Met een opdrachtwerk voor de Donaueschinger Musiktage (Réak, 1966) brak Yun door in Europa.
Dit werk tracht het geluid van het Koreaanse mond-orgel, de saenghwang orkestraal na te bootsen in een setting die niet voor niets genoemd is naar de naam voor klassieke ceremoniele stukken. Met name de lange en intense glissandi vormen hier een rechtstreekse verwijzing naar. Zulke 'reak'-stukken zijn echter geen volksmuziek, maar de ceremoniële muziek zoals die werd gespeeld aan het koninklijk hof.
Het basis-principe van deze stukken nu bestaat in het unisono. Echter, met name de blaasinstrumenten nemen daarin iedere kans te baat om te komen tot ornamentaties van de centrale melodie. Tegelijkertijd ontwikkelt zich daarin langzaam een veelkleurige kosmos van klanken middels veelvuldig gebruik van vibrato, glissando, slagen die vooraf gaan aan de maat alsmede echo's van de tonen op het einde van volledige frases.
Deze klassieke Koreaanse hofmuziek ( chong'ak is het verzamelbegrip) is Chinees van oorsprong. Van de ene kant zou men nu kunnen zeggen dat zij die Chinese hofmuziek (vol confucianistische terughoudendheid), zoals zij was rond de 12e eeuw na Christus, in haar meest oorspronkelijke vorm heeft bewaard. Anderzijds wijkt ze daar echter weer in hoge mate van af, en wel in die zin de Chinese muziek consequent in even maatsoorten staat, terwijl de Koreaanse een overduidelijke tendens naar oneven maatsoorten kent.

In de jaren tachtig liet hij in zijn kamermuziek steeds meer een politieke stem horen. Deze muziek lijkt te streven naar harmonie en vrede, wat Yuns doel weerspiegelt, namelijk vrede in Korea.

Het oeuvre van Yun bestaat uit ruim 100 werken, waaruit een voorliefde spreekt voor houten blaasinstrumenten en percussie. Werk o.a.: het oratorium Om mani padme Hum (1964, op teksten van Boeddha), de cantate Nuai dang, nuai minjokiyo, Mein land, Mein Volk (1987), Gagok voor stem en begeleiding (1972), opera's (o.a. Der traum des Liu- Tung, 1965, en Die Witwe des Schmetterlings, 1968), orkestwerken (o.a. Fluktuationen, 1964, Dimensionen, 1971, vijf symfonieën, 1983- 1987, concerten voor o.a. cello, 1976, fluit, 1977, hobo en harp, 1977, klarinet, 1981, en viool, 1981, 1983- 1986, 1992, Engel in Flammen, 1994) en kamermuziek voor uiteenlopende bezettingen (strijkkwartet, blaasensemble, duet, solo). Krzysztof PendereckiDebica, bij Kraków, 1933

Bronnen: klassiekemuziekgids.net, www.kirogi.demon.nl


Test je competentie op YaGooBle.com.

Pageviews vandaag: 6.