kunstbus

Ben jij de slimste mens? Test je kennisniveau op YaGooBle.com.

Hobo

[Fr. hautbois = hoog, luid hout], houten blaasinstrument.
De ca 60 cm lange van hardhout vervaardigde hobo is een instrument met een dubbel rietblad en een nauwe, licht conische boring.

De uit drie delen bestaande buis heeft 16 tot 22 gaten die door sluiten of openen een verandering van de lengte van de trillende luchtkolom bewerkstelligen en zo een verandering in toonhoogte genereren. Zes van deze gaten worden met de vingers bedekt, de overige met kleppen.

De toon wordt voortgebracht door een mondstuk, dat uit twee op elkaar gebonden rietbladen bestaat. Deze zijn strak om een kleine metalen buis gebonden. Er wordt een kleine holle ruimte gevormd, waarin het rietblad kan trillen.

Beroepsmusici vervaardigen dit mondstuk zelf. Het moet aan hoge eisen voldoen; het mag niet te droog en niet te vochtig zijn, niet te dun en niet te dik. Ook de spanning moet juist zijn.

Jean de Hotteterre en M. Philidor worden beschouwd als de uitvinders van de hobo. Na 1654 bouwden zij het instrument in Parijs en bespeelden het ook zelf. Ongeveer tien jaar later vond het instrument met zijn nasale klank door Jean-Baptiste Lully reeds ingang bij het orkest.

De hobo da caccia werd eveneens in de 17de eeuw ontwikkeld. Dit instrument met altligging was eerst sikkelvormig, later hoekig.
In de 18de eeuw kreeg deze hobosoort, die aanvankelijk als jachtinstrument werd gebruikt, de zogenaamde "Liebesfuss" en wordt tegenwoordig Engelse hoorn genoemd.

De Oboe dÂ’amore, een door Johann Sebastian Bach bij voorkeur gebruikte hobosoort met een diepe ligging, wordt sedert ca 1720 gebouwd. Ook deze heeft onderaan een "Liebesfuss", d.w.z. een peervormige, naar binnen wijzende beker met een klankopening, die ongeveer een vinger dik is.


Test je competentie op YaGooBle.com.

Pageviews vandaag: 123.