kunstbus

Ben jij de slimste mens? Test je kennisniveau op YaGooBle.com.

Heiligenstadter-Testament

"Heiligenst├Ądter Testament", testamentaire brief van Ludwig van Beethoven van 6 oktober 1802 uit Heilgenstadt. Hier volgt de volledige tekst: Voor mijn broers Carl en Johann Beethoven,
O mensen, die denken dat ik vijandig, koppig of misantropisch ben of die mij zo noemen. Jullie weten niet welk onrecht je mij aandoet en jullie kennen de geheime oorzaak niet van dat wat bij jullie zo overkomt. Mijn hart en mijn karakter waren vanaf mijn kindertijd voor het zachte gevoel van het zich goed voelen. Ik was altijd bereid zelf grote handelingen te verrichten. Maar denk eraan dat ik mij sinds zes jaar in een heilloze toestand bevind die door onverstandige artsen nog erger is geworden. Jaren lang hoopte ik dat ik beter zou worden maar ik hoopte tevergeefs en ben eindelijk ertoe gedwongen het kwaad te zien (waarvan genezing misschien jaren zal duren of zelfs onmogelijk is). Met een vurig levendig temperament werd ik geboren, zelf gevoelig voor de verstrooiing van de maatschappij, moest ik mij al vroeg afzonderen, eenzaam mijn leven doorbrengen. En wilde ik mij ook soms eens over de problemen heenzetten hoe hard werd ik dan weer teruggedrongen door de dubbele treurige ervaring van mijn slechte gehoor. En toch was het voor mij nog niet mogelijk tegen de mensen te zeggen: Spreek harder, schreeuw, want ik ben doof. Ach hoe is het nu mogelijk te zeggen hoe zwak mijn zintuig is die bij mij net zo goed als bij de anderen zou moeten functioneren. Een zintuig dat ik ooit bezat in zijn grootste perfectie, in een volkomenheid zoals in mijn vak zelden voor zal komen. O, ik kan het niet, vergeef mij daarom, als jullie zien dat ik mij terugtrek terwijl ik graag bij jullie zou willen zijn. Dubbel pijn doet mij mijn ongeluk, omdat ik daarbij verloochend moet worden. Voor mij mag een ontspanning in de menselijke maatschappij zoals het voeren van diepergaande gesprekken, wederzijdse ervaringen uitwisselen, niet plaats vinden. Geheel alleen, bijna alleen maar zo veel, als absoluut noodzakelijk is mag ik mij met de maatschappij bezig houden. Ik moet leven als iemand die verbannen is. Als ik een groep nader, word ik warm van angst, omdat ik bang ben in de situatie terecht te komen dat ik moet laten merken wat mijn toestand is. Daarom heb ik dit halve jaar dan ook op het platteland doorgebracht. Door mijn verstandige arts werd mij geadviseerd om mijn gehoor zoveel mogelijk te sparen. Door mijn huidige toestand heb ik hier praktisch aan voldaan al voelde ik mij er vaak sterk toe gedwongen om gezelschap te gaan zoeken. Maar wat voor vernedering als iemand naast mij stond en in de verte een fluit hoorde en ik niets hoorde; of als iemand de herder hoorde zingen en ik ook niets hoorde. Zo'n ervaringen maakte mij bijna wanhopig; er was niet veel meer voor nodig of ik had zelf aan mijn leven een einde gemaakt - alleen zij, de kunst, hield mij hiervan af. Ach het leek mij onmogelijk de wereld te verlaten voor ik alles dat ik nog verwezenlijken wilde had voltooid. En zo rek ik dit ellendige leven, waarachtig ellendig; een zo prikkelbaar lichaam, waardoor een kleine onbelangrijke verandering mijn stemming al van de beste in de slechtste terecht kan laten komen. Geduld, zo zegt men, moet ik nu als leidsvrouw nemen - dat heb ik gedaan. Voortdurend, hoop ik, zal mijn besluit moeten zijn, volhouden, tot de onverbiddelijke godin van het noodlot het nodig vindt mijn levenslijn af te breken. Misschien wordt het beter, misschien niet - ik ben benieuwd. Reeds met 28 jaar wordt ik gedwongen filosoof te zijn. Het is voor de kunstenaar niet gemakkelijk, zwaarder als voor anderen. God, je kijkt naar beneden naar mijn innerlijk; je kent mij., je weet dat liefde voor de mensen en goed doen er in wonen. O mensen, als jullie dit ooit lezen, dan denk eraan dat jullie mij onrecht hebben aangedaan. En de ongelukkige, hij troost zich ermee, dat men zijnsgelijke nog vinden moet, die ondanks alle hindernissen door de natuur toch nog alles heeft gedaan wat in zijn vermogen lag, om opgenomen te worden in de groep van waardige kunstenaars en mensen. Jullie mijn broers Carl en Johann vraag ik dat zo gauw ik dood ben, en professor Schmidt nog leeft, je hem vraagt om in mijn naam mijn ziekte te beschrijven en voeg dit door mij geschreven blad toe aan de beschrijving van mijn ziekte, zodat na mijn dood de wereld zoveel mogelijk met mij wordt verzoend. Tegelijkertijd verklaar ik dat jullie twee de erfgenamen zijn van mijn kleine vermogen(indien men het zo noemen kan); deel het op een redelijke manier, verdraag en help elkaar. Wat jullie mij aangedaan hebben dat is reeds lang vergeven. Jouw broer Carl, dank ik nog vooral voor de in deze laatste periode bewezen aanhankelijkheid. Mijn wens is verder dat jullie een beter en zorgelozer leven dan ik had, mogen hebben. Beveel de deugd aan aan jullie kinderen; alleen deze kan gelukkig maken, niet geld - ik spreek uit ervaring; die was het die mij zelfs in ellende verheven heeft. Aan haar dank ik naast mijn kunst dat ik niet door zelfmoord een einde aan mijn leven heb gemaakt. Vaarwel en hou van elkaar; alle vrienden dank ik, vooral vorst Lichnowsky en professor Schmidt. - Wat de instrumenten van vorst Lichnowsky betreft wens ik dat ze bij een van jullie bewaard worden. Indien ze echter voor iets nuttigs gebruikt kunnen worden verkoop ze dan. Hoe blij ben ik als ik ook nog vanuit mijn graf jullie ten dienste kan zijn. Zo moet het gebeuren. Met vreugde ga ik de dood tegemoet; komt hij vroeger, als ik de gelegenheid nog heb al mijn artistieke kwaliteiten te ontvouwen, dan zal hij ondanks mijn harde noodlot toch nog te vroeg komen, en ik zou hem later wensen. Maar ook dan ben ik tevreden; bevrijdt hij me niet van een eindeloze toestand van lijden? Kom, wanneer je wilt, ik ga je moedig tegemoet. Veel geluk, en vergeet mij niet in de dood, ik heb het verdiend, omdat ik tijdens mijn leven vaak aan jullie heb gedacht, jullie gelukkig te maken. Ben het!"
Aanvulling van 10 oktober 1802: "Zo neem ik afscheid van je, en wel treurend. Ja, de geliefde hoop, die ik mee hier naar toe nam, de hoop op zijn minst tot op zekere hoogte te kunnen genezen moet ik nu opgeven. Zoals de bladeren in de herfst vallen, verwelkt zijn; zo is het ook voor mij dor geworden. Bijna net zo als ik hier aan kwam ga ik weer weg. Zelfs de grote moed waardoor ik vaak op mooie zomerdagen werd bezield, is verdwenen. O voorzienigheid, laat een keer een mooie dag vol vreugde komen. Zolang al is de ware vreugde de innige weerklank mij vreemd. O wanneer, o wanneer, o God, kan ik in de tempel van de natuur en de mensen hen weer voelen? Nooit? Nee. O, het zou te hard zijn."
Test je competentie op YaGooBle.com.

Pageviews vandaag: 97.