kunstbus

Ben jij de slimste mens? Test je kennisniveau op YaGooBle.com.

Hans Werner Henze

Hans Werner Henze geboren Gütersloh 1-7-1926
Duits componist

Henze kreeg zijn vroegste muzikale training tegen de achtergrond van het opkomende Nazisme in Duitsland. Er achter komend dat alle modernistische muziek, kunst en literatuur die hem het meest stimuleerde was veroordeeld door de nazi's wortelde in hem het geloof dat de potentie van kunst onvervalst subversief moest zijn, daarmee een tendens inspirerend die dertig jaar later duidelijk naar voren kwam in zijn werk.

Na WO II nam hij hij zijn voormalige studie weer op door te studeren bij Wolfgang Fortner. Henze componeerde de eerste stukken, waarvan hij nog steeds erkend, in een elegante neo-classisistische stijl, zich vermengend met Stravinsky en Hindemith, terwijl het al de aangeboren lyrische gave demonstreert, die Henze's muziek karakteriseert in al zijn fasen.

In de late veertiger jaren begon hij de Darmstadt zomercursussen bij te wonen en realiseerde zich het belang van serialisme. Maar, typerend voor hem volgde hij niet veel van zijn hedendaagse collega componisten in het omarmen van de techniek met uitsluiting van al het andere, in plaats daarvan vermengde hij het met zijn neo-classisistische stijl. Het Violin Concerto (1947), brengt deze synthese als eerste in praktijk, en het werd ook gebruikt in zijn eerste opera Boulevard Solitude.

In 1953 verliet Henze Duitsland om in Italië te gaan wonen. De verandering van omgeving bracht een nieuwe rijkdom en kleur in zijn muziek, een expressieve wereld die werd gevierd in de opera King Stag (1955) en over de daaropvolgende tien jaar, in een reeks opera's elk met zijn begeleidende daaruit afgeleide werken als gevolg van een eindeloze stroom opdrachten.
Elegie für junge Liebende (1961) en Die Bassariden (1964/65), beide op libretti van W.H. Auden en Chester Kallman, behoren tot deze periode evenals het oratorio Novae de infinito laudes (1962) en de cantata Being Beauteous (1963).

Met Die Bassariden bereikte Henze een stilistisch keerpunt en gedurende de tweede helft van de jaren zestig begon hij te zoeken naar manieren om zijn nieuwe muzikale interessen te combineren met zijn toenemend radicale politieke ideeën. Werken als Das Floß der Medusa (1968), de Sinfonia N. 6 (1969) en de recital voor bariton en instrumenten El Cimarrón (1970), laten zien dat zijn muziek hoekiger wordt en hij zijn lyrische stijl terugdringt. De muzikale climax van Henze's politieke engagement werd bereikt in 1973 met de voltooiing van de eclectische zang-cyclus Voices - Stimmen (1973) en de in 1976 voor het eerst uitgevoerde 'Handlungen für Musik' We come to the River (1974-76) op een libretto van Edward Bond.

Hierna wendde Henze zich tot meer tradionele vormen. In de late zeventiger en vroege tachtiger jaren
ontstonden drie strijkkwartetten en zijn Symphonie Nr. 7 (1983/84) evenals de opera The English Cat (1980-83) op een satirische tekst van wederom Edward Bond, die was opgebouwd als een "number opera" aan de hand van een reeks traditionele gesloten vormen.

Bij Das verratene Meer, naar een roman van Yukio Mishima, voor het eerst opgevoerd in 1990, keerde hij terug naar de doorgecomponeerde muziekdrama's van de vroege jaren zestig, hoewel de partituur ook de invloed verraadt van Monteverdi's Il ritorno d'Ulisse in patria, waarvan hij in 1981 een vrije realisatie maakte.

In het begin van de negentiger jaren werd het werk van Henze gedomineerd door de compositie van een instrumentaal Requiem, opgedragen aan de herinnering van Michael Vyner, de vroegere directeur van het London Sinfonietta. Deze negen 'spirituele concerto's' werden voor het eerst in hun totaliteit uitgevoerd in 1993.
In datzelfde jaar was ook de première van zijn Sinfonia N. 8 door het Symphony Orchestra gedirigeerd door Seiji Ozawa.

In januari 1997 gaf de Bayerischen Staatsoper, de première van Venus and Adonis en in november van datzelfde jaar introduceerde de Berliner Philharmoniker zijn Sinfonia N. 9 onder directie van Ingo Metzmacher.

In 1999 componeerde Hans Werner Henze zijn Sinfonia N. 10, welke in wereldpremière ging tijdens de Luzerner Festwochen in 2002 onder directie van Simon Rattle.

www.schott-henze.de


Test je competentie op YaGooBle.com.

Pageviews vandaag: 97.