kunstbus

Ben jij de slimste mens? Test je kennisniveau op YaGooBle.com.
Dit artikel is 01-05-2008 voor het laatst bewerkt.

Hans Pfitzner

Hans Erich Pfitzner, Duits componist, geboren Moskou 5 mei 1869, gestorven Salzburg 22 mei 1949

Zijn vader Robert Pfitzner, van wie hij lessen kreeg toen hij nog heel jong was, was violist aan het Operahuis van Moskou. In 1872 verhuisde de familie naar Franfurt am Main, waar zijn vader concertmeester werd in het Stadstheater. Pfitzner componeerde zijn eerste werken toen hij 11 jaar was, en in 1884 componeerde hij zijn eerste liederen. Hans Pfitzner studeerde aan het Hoch-conservatorium in Frankfurt, piano bij James Kwast en compositie bij Iwan Knorr.

Na een eerste aanstelling als leraar voor piano en theorie aan het conservatorium van Koblenz van 1892 to 1893, werd Pfitzner onbetaald dirigent aan het Stadstheater van Mainz, waar hij in het jaar erop zijn eerste opera Der arme Heinrich in première bracht. Daarnaast studeerde hij verder bij Hugo Riemann in Wiesbaden.

In 1897 trok Pfitzner naar Berlijn, waar hij compositie en directie aan het Stern conservatorium doceerde. Van 1903 tot 1905 was hij tevens eerste dirigent van het Theater des Westens. In 1905 ging zijn tweede opera Die Rose von Liebesgarten onder leiding van Gustav Mahler in première aan de Wiener Hofoper. In 1907 leidde hij in München de concerten van het nieuw opgerichte Kaim-Orkest.

In datzelfde jaar kreeg Pfitzner een aanstelling als stedelijk muziekdirecteur en directeur van het conservatorium van Straatsburg. De jaren in Straatsburg van 1908 tot 1918, markeren het hoogtepunt van zijn creativiteit en werk als componist, dirigent, leraar, directeur en schrijver. Pfitzner was tevens directeur van de Straatsburg Opera van 1910 tot 1916, waar hij in regie baanbrekend werk heeft verricht.
Tussen 1909 en 1915 componeerde Pfitzner zijn muziekdramatische hoofdwerk de "muzikale legende" Palestrina, waarvoor hij het libretto zelf schreef.

De première in 1917 van de muzikale legende Palestrina onder Bruno Walter in München veroorzaakte bij sommigen grote begeestering. In 1918 zetten beroemde kunstenaars, waaronder Thomas Mann, zich in voor de oprichting van het "Hans-Pfitzner Verein für deutsche Tonkunst", die tot doel had de traditionele stijlen te bewaren. In 1917 was Pfitzner's geschrift Futuristengefahr verschenen, dat zich tegen Ferrucio Bussoni's Entwurf einer neuen Ästhetik der Tonkunst richtte.

Pfitzner wordt door enkelen als een der grote meesters gewaardeerd en door anderen als een begaafde, maar elke oorspronkelijkheid missende epigoon van het Wagneriaanse tijdperk beschouwd. Hij was een moeilijk mens, die altijd in de oppositie leefde, zowel op maatschappelijk politiek als op muzikaal gebied, waar hij vooral leed onder de rivaliteit met de veel succesvollere Richard Strauss, die zijn eigen prestatie overschaduwde.
Hij streeft een synthese na van Wagner en Schumann-Brahms, maar heeft daarbij toch een eigen geluid. Hij gaat modernere stromingen niet uit de weg, zonder echter extreme richtingen aan te hangen. Soms grijpt hij in zijn werken terug naar oudere stijlmiddelen (Palestrina).
Het heeft Pfitzner veel kracht gekost zich te midden van een anders gerichte ontwikkeling der muziek staande te houden; dit verklaart ten dele de betrekkelijk geringe omvang van zijn oeuvre. In zijn geschriften vindt men een eigenaardige mengeling van scherpzinnigheid, ironie en polemische heftigheid én een neiging tot diepzinnig-metafysische beschouwingen.

Aan het eind van de oorlog keerde Pfitzner terug naar Duitsland en van 1919-20 leidde hij als Beierse General musikdirektor de Münchener Konzertverein. Van 1920-29 werd hij leider van een meesterklas voor compositie aan de Preußische Akademie der Künste te Berlijn en van 1930-34 leidde hij een compositieklas aan de Akademie der Tonkunst te München. Daarna was Pfitzner zonder vaste betrekking, en maakte veel reizen als dirigent, operaregisseur en pianist.

Dat Pfitzner ook meer dan vijftig jaar na zijn dood omstreden is, is niet zozeer vanwege zijn laatromantische muziek, die zich tegen hedendaagse invloeden keerde, doch vooral vanwege zijn politieke uitingen. Hans Pfitzner oordeelde zichzelf Duitsnationaal en omschreef het "Weltjudentum", nog na de oorlog als "schwierigste[s] aller Menschenprobleme" (het zwaarste aller mensenproblemen), dat in ieder geval opgelost moet worden.

Pfitzner's oeuvre omvat alle muzikale genres. Hoewel de nadruk van zijn werk op het muziekdrama ligt, hij componeerde vijf werken het muziektheater: Der arme Heinrich, Die Rose vom Liebesgarten, Das Christelflein, Palestrina en Das Herz. Pfitzner, die zichzelf beschouwde als iemand die de klassiek-romantische traditie voortzette, ook liederen en koorwerken, kamermuziek en composities voor orkest gecomponeerd met een grote overtuigende kracht.

websites: www.schott-musik.de, www.pfitzner-gesellschaft.de, www.zeit.de


Test je competentie op YaGooBle.com.

Pageviews vandaag: 191.