kunstbus

Ben jij de slimste mens? Test je kennisniveau op YaGooBle.com.

Giselher Klebe

Giselher Klebe geboren Mannheim 28-6-1925
Duits componist

Giselher Klebe was leerling van Josef Rufer en Boris Blacher. De vroege werken van Klebe staan in de traditie van de Neoklassiek en waren sterk beïnvloed door Hindemith. Later ontwikkelde hij een zeer geavanceerde, maar een emotioneel uitdrukkingsvolle stijl, die op Blacher's variabele metriek en op Schoenberg's seriële technieken verder bouwde.

In de vijftiger en zestiger jaren trok Klebe de aandacht met zijn dodecafonische werken op het Darmstadt festival in Donaueschingen, het IGNM festival en in radioprogramma's voor hedendaagse muziek.

In 1950 deed Klebe voor het eerst van zich spreken met het orkestwerk Metamorphose über das Bild, Die Zwitschermaschine von Paul Klee, dat in Donaueschingen werd uitgevoerd.

In Raskolnikows Traum (Raskolnikov's Droom, 1956) en een cantata naar teksten van Hans Magnus Enzensberger, Kantate (1960), neemt Klebe kritische posities in over culturele kwesties.

Hij richt zich steeds meer op het weerspiegelen van de muzikale traditie bijvoorbeeld wanneer een motief van Wagner's Walküre in zijn Adagio en Fugue (1962) verschijnt, of wanneer een thema van Verdi wordt gevarieerd in zijn Strijkkwartet No. 2 (1965).

Giselher Klebe's harmonieën zijn gebaseerd op seriële processen, maar sluiten tonale akkoorden formaties niet uit. Hij benaderd religieuze kwesties in werken als Stabat Mater (1964).

De tegenstellingen ingeworteld in zijn muziek, worden duidelijk in zijn podiumwerken. Klebe's dramatische talent komt al in 1957 naar voren in zijn eerste opera, Die Räuber (De Rovers), dat wordt gevolgd door veel meer opera's zowel als talrijke balletten.

In 1957 werd werd Klebe professor compositie aan de muziekacademie in Detmold.

Werk: symfonieën; dubbelconcert voor viool, violoncel en orkest; Römische Elegien (Goethe) voor declamatie met piano, klavecimbel, en contrabas; balletten: Pas de trois (1951); opera's: Die tödlichen Wünsche (De Fatale Wensen, 1959/62); Alkmene (naar Kleist, 1961); Figaro läßt sich scheiden (naar Horvàth); Jacobowsky und der Oberst (Jakobowsky en de Kolonel) (naar Werfel, 1964/65) en de ballet symfonie Das Testament


Test je competentie op YaGooBle.com.

Pageviews vandaag: 11.