kunstbus

Ben jij de slimste mens? Test je kennisniveau op YaGooBle.com.
Dit artikel is 27-03-2008 voor het laatst bewerkt.

Gioacchino Rossini

Italiaans componist, ook Gioachino, Giovacchino, Gioacchino Antonio Rossini geboren 29 februari 1792 in Pesaro, gestorven 13 november 1868 in Passy bij Parijs

Gioacchino Rossini, die de bijnaam "De Zwaan van Pesaro" kreeg, wordt beschouwd als één van de belangrijkste componisten van Italië in de eerste helft van de 19de eeuw.

Rossini kreeg aan het Liceo Musicale in Bologna les in het bespelen van meerdere instrumenten (onder andere altviool, cello, piano), maar hij kreeg er vooral zanglessen. Zijn leraren waren Angelo Tesei en Mattei Babbini.

Rossini's roem is vooral verbonden met de opera buffa. In totaal schreef hij 34 Italiaanse en 5 Franse werken voor het toneel. De opera's, die gekenmerkt worden door sprankelende melodiek en levendige ritmes, brengen hoofdzakelijk verwarrende intriges ten tonele. Een wezenlijke vernieuwing bestaat in de gedetailleerd nauwkeurige notering van alle versieringen en coloraturen. Het komische element in de scènes voert tot het laatst moment de boventoon.

Nadat Rossini zich intensief had beziggehouden met de opera's van Domenico Cimarosa, Joseph Haydn en Wolfgang Amadeus Mozart, debuteerde hij in 1810 in Ventetië zelf als operacomponist met "La Cambiale di Matrimonio". Aanvankelijk had hij met dit werk weinig succes, maar in 1813 brak hij definitief door met de opera's "Tancredi" en "L'Italiana in Algeri".

Maria Callas 'Una voce poco fa'

Il Barbiere di Siviglia (De barbier van Sevilla)
Het meeste succes had Gioacchino Rossini echter met zijn "Il Barbiere di Siviglia" gebaseerd op het toneelstuk Le Barbier de Séville (1775) van Pierre Beaumarchais. Hij schreeef zijn misschien wel beroemdste opera in 13 dagen. In zijn kamerjas, want tijd om zich aan te kleden had hij niet.
Een opera buffa (komische opera) bij uitstek, deze Barbier van Sevilla. Rossini had een onfeilbaar gevoel voor muzikale humor. Op de première 20 februari 1816 in het Teatro Argentino in Rome werd die humor nog onbedoeld versterkt door wat men toen als een groot schandaal beschouwde: een kat sprong onverwacht het toneel op en de hoofdpersoon struikelde over zijn mantel en kreeg een bloedneus. Eén van de hoofdrollen zong in de eerste akte in plaats van de aubade iets dat hij zelf gecomponeerd had, en er sprong een snaar van zijn gitaar die omslachtig gerepareerd moest worden.
Het Romeinse publiek reageerde enigszins vijandig, omdat er al een opera bestond met dezelfde titel, gebaseerd op hetzelfde boek van De Beaumarchais. De oude componist van deze andere Barbiere heette Paisanello en was nog steeds heel populair. Uit voorzorg had Rossini zijn eigen opera al een andere titel gegeven: Almaviva ossia l'Inutile Precauzione, maar dat werkte dus niet, het Romeinse publiek bleef 'trouw' aan Paisanello en was die nieuwlichter Rossini met zijn nieuwe Barbier van Sevilia niet gunstig gezind. Bovendien ging werkelijk alles mis bij de première.
Ook vond het premièrepubliek Mozarts Le Nozze di Figaro beter dan Rossini's versie van het verhaal. Maar door de verrukkelijke muziek, met name de vele hits uit de eerste akte, is de opera toch enorm populair geworden. Het kluchtige verhaal over graaf Almaviva die de mooie Rosina wil schaken, is dan eigenlijk bijzaak.

. Akte 1: Als graaf Almaviva in de Spaanse stad Sevilla aankomt, hoort hij dat hier een mooi meisje woont, een zangstudente die Rosina heet. Meteen vat hij het plan op om haar te veroveren en hij begint, vermomd als gewone jongen, met een aubade onder het raam van Rosina. De aubade mislukt enigszins, maar de twee gelieven in spe hebben elkaar lang genoeg gezien om liefde voor elkaar op te vatten. Bij zijn verdere veroveringsplannen wordt de graaf terzijde gestaan door zijn oude vriend Figaro, een plaatselijke barbier en klusjesman die overal raad op weet. Rosina woont in huis bij de knorrige oude dokter Bartolo die met haar wil trouwen om haar geld. Helaas heeft Bartolo de voogdij over Rosina, zodat hij voorzichtig omzeild moet worden. Figaro stelt voor dat de graaf zich verkleedt als een soldaat die onderdak zoekt in de stad. Deze verkleedpartij is ook nuttig om uit te vinden of Rosina van Almaviva kan houden om de persoon die hij is, niet om de titel die hij heeft. Dus vertelt Figaro, als hij bij Rosina is -want Figaro heeft door zijn beroep overal toegang - dat haar aanbidder een gewone man is die Lindoro heet. Rosina is helemaal opgewonden en geeft Figaro een liefdesbrief voor 'Lindoro'. Als de soldaat verschijnt, gooit Bartolo hem bijna het huis uit, maar tijdens de schermutselingen fluistert Lindoro/Almaviva de politie zijn ware identiteit toe. Dat helpt: als graaf wordt hij ongemoeid gelaten.
. akte 2: Nauwelijks heeft de hele kudde het huis van de dokter verlaten, of Almaviva keert terug, deze keer in een vermomming als Don Alonso, de vervangende muziekleraar. Hij legt uit dat de echte muziekleraar ziek is. Dan komt een beroemde scène, waarin Don Alonso (de graaf dus) net doet alsof hij Rosina leert hoe ze moet zingen, terwijl Figaro, die in huis is om dokter Bartolo zijn dagelijkse scheerbeurt te geven, probeert om de sleutel van de balkondeuren te vinden, zodat Rosina later op de avond kan ontsnappen. Alles gaat goed totdat de echte muziekleraar, Don Basilio, komt opdagen, zo te zien in blakende gezondheid. Figaro en de graaf kopen hem om zodat Basilio zich ineens toch heel ziek voelt. De vermomde graaf en Rosina maken een plan om rond middernacht weg te lopen, maar Bartolo luistert hen af.
Hij zweert dat hij er een stokje voor zal steken door diezelfde avond nog met Rosina te trouwen en gaat de politie halen zodat hij Figaro en Alonso/Almaviva kan laten arresteren als ze het balkon opgeklommen zijn. Maar Graaf Almaviva ziet, nog voor Bartolo terug is, kans om zijn ware identiteit aan Rosina bekend te maken. Net arriveert de notaris die Bartolo besteld heeft om Rosina en hemzelf in de echt te verbinden, maar met een pistool tegen zijn hoofd vindt de notaris het niet erg om in plaats daarvan een trouwacte van Rosina met Almaviva te ondertekenen. Tegen de tijd dat dokter Bartolo terugkomt, is het al telaat: Rosina en Almaviva zijn getrouwd. Om ervoor tezorgen dat de opera voor iedereen een goede afloop heeft, geven ze Bartolo datgene waar het hem al die tijd om te doen was, een grote zak geld.
genie van Gioacchino Rossini zijn succesvolle carrière begon. Nog eenmaal viert het bel canto hoogtij, maar nu zijn het geen castraten maar natuurlijke mensenstemmen, die door de componist in de gelegenheid gesteld worden al hun bekoringen te doen schitteren. Een spelend meesterschap stelt Rossini in staat een gemiddelde tussen absoluut vocaal musiceren en aanpassing aan de situatie tot stand te brengen, waarbij weliswaar de komische situatie hem meer inspireert dan de tragische, ofschoon het onjuist is, te beweren dat hij hiertussen geen verschil zou maken. Zo kan het geen twijfel lijden of de opmerkzame en voor muzikale expressie gevoelige hoorder moet aan de ouverture voor de kluchtige opera Il Barbiere di Seviglia horen, dat deze niet oorspronkelijk voor dit luchtige werk is geschreven, maar voor de tragische Aureliano in Palmyra (reeds de toonsoort e kl. t. zou een verwonderlijke keuze zijn voor een blijspelouverture!).
Rossini heeft de gewoonte, zijn melodieën overmatig te versieren en verlangt coloratuur ook van zangers die daar meestal niet op getraind zijn. Zijn instrumentatie is licht en vol afwisseling, en zo, dat zij de stemmen steeds tot steun en sieraad is.
Ofschoon zijn komische werken (Il Barbiere, La Gazza ladra, l'Italiana in Algeri, Il Turco in Jtalia, La Generentola) grotere levensduur beschoren is geweest dan zijn tragische, heeft hij toch ook op dat gebied verdiensten, o.a. door de doorlopende orkestbegeleiding, ook onder de recitatieven, en door de invoering van het tragische slot (in zijn Otello). Ofschoon het publiek dit aanvankelijk moeilijk accepteerde, maakte een dergelijk slot spoedig school en leidde het tot steeds bloediger ontknopingen en steeds moordlustiger gegevens.

De componist, die altijd levenslustig en vriendelijk was, maar daarnaast ook erg gevoelig en soms zelfs depressief, werd in 1824 benoemd tot directeur van het Théâtre Italien in Parijs. Aldaar schiep hij met zijn Guillaume Tell nog een der hoofdwerken van de Franse grand-opéra, waarna hij er, op 37-jarige leeftijd, het zwijgen toe deed, uitgezonderd enige instrumentale stukken, cantates, zijn Stabat mater en zijn Mis, welk laatste werk uit 1832 (uitgebreid in 1841) dateert.

Met Guillaume Tell kwam Rossini de romantiek het meest nabij. Misschien kwam het door zijn natuurlijke afkeer van de nieuwe romantische beginselen dat hij daarna besloot om een punt te zetten achter zijn operacarrière. Gedurende de eerste helft van de negentiende eeuw bepaalde hij echter het gezicht van de Italiaanse opera. In het grootste deel van zijn oeuvre is Rossini een representant van de diepgewortelde Italiaanse overtuiging dat opera in wezen de hoogste manifestatie van een intensief beoefende zangkunst is, met als voornaamste doel het behagen en ontroeren van de luisteraar met melodieuze, onsentimentele, spontane en (in elke zin van het woord) populaire muziek. Dit alom gedeelde idee was een belangrijk tegenwicht tegen de visies op opera die men er in Frankrijk en Duitsland op na hield.

Vanaf 1840 was hij acht jaar lang werkzaam als directeur aan zijn oude leerschool, het Liceo in Bologna waar hij een grondige reorganisatie doorvoerde.

Naast opera's schreef de componist onder andere pianomuziek, instrumentale werken, hymnen, cantates en kerkmuziek. Dat Rossini ook een zeer goede kok moet zijn geweest, getuigt de opmerking van een tijdgenoot (een Italiaanse deegwarenhandelaar) die zei: "Als deze man evenveel verstand heeft van muziek als van de kookkunst, moet hij een zeer groot componist zijn".


Test je competentie op YaGooBle.com.

Pageviews vandaag: 113.