kunstbus

Ben jij de slimste mens? Test je kennisniveau op YaGooBle.com.

Giacomo Meyerbeer

eigenlijk Jakob Liebmann Meyer Beer geboren Tasdorf bij Berlijn, 5 september 1791, gestorven Parijs, 2 mei 1864
Duits componist

Jakob Liebmann Meyer Beer was de zoon van Jacob Beer en Amélie Wolf en nam vanaf 1815 de naam Giacomo Meyerbeer aan. Meyerbeer legde al vroeg muzikale begaafdheid aan de dag en trad reeds op negenjarige leeftijd als pianio-wonderkind in het openbaar op te Berlijn. Hij kreeg zijn eerste muzieklessen op 5-jarige leeftijd van Franz Lauska, een leerling van zijn latere leraar Muzio Clementi, en van Bernhard Anselm Weber. In 1805 kreeg hij in Berlijn ook les in compositie van Carl Friedrich Zelter. In 1810 begon zijn muziekstudie bij Abbé Vogler in Darmstadt. In deze tijd was Meyerbeer ook literair al goed ontwikkeld. In Darmstadt sloot hij vriendschap met C. M. von Weber.

Aanvankelijk had hij zich vooral gewijd aan de kerkmuziek en aan het componeren van canates. Na succesvol optreden als solopianist te Wenen in 1814 en studie aldaar bij Antonio Salieri ging hij op diens advies in 1815 naar Italië. Tussen 1815 en 1824 componeerde Meyerbeer zes Italiaanse opera's beïnvloed door Rossini, welke alle zeer succesvol waren. Vooral de laatste Il Crociato in Egitto, werd een internationaal succes en werd binnen enkele jaren ook buiten Italië uitgevoerd. Het was de opera die Meyerbeer naar Parijs bracht.

Tijdens zijn verblijf in Italië ging het hem niet zozeer om de Italiaanse muziek. Hij wilde vooral de Italiaanse zangers leren kennen zoals hij in een brief aan zijn vrouw schreef: "Elke componist van zangstukken moet van tijd tot tijd naar Italië gaan, niet om de compositie, maar om de zangers. Alleen van de grote zangers leert men hoe men stukken voor de menselijke stem kan schrijven die goed en zingbaar zijn". De menselijke stem is dan ook het belangrijkst in zijn compositorische nalatenschap.
Meyerbeer, die heel precies op de hoogte was van de hoedanigheid en de mogelijkheden van de stem, oriënteerde zich ook in de instrumentatie steeds op de zangstem. Hij was zich ervan bewust, dat de solist als drager van het zangstuk niet mag worden overstemd door het orkest.

Meyerbeer vestigde zich in Parijs, waar hij met de librettist Eugène Scribe ging samenwerken. In 1831 ging zijn monumentale opera Robert le Diable in première, een groot succes en door sommigen gezien als de eerste grand opéra.
Hij werd in 1832 tot Pruisisch Hofkapelmeester benoemd. In 1842 werd hij als opvolger van Spontini Generalmusikdirektor in Berlijn. Dit ambt bekleedde hij echter slechts vier jaar, om zich in de tijd daaropvolgend in Parijs volledig aan het componeren te wijden.

Hoewel Meyerbeers oeuvre alle genres omvat, ging zijn feitelijke belangstelling steeds uit naar toneelmuziek. De grote Franse opera stond in het middelpunt van zijn werken en verschafte hem grote roem tot ver buiten de grenzen van Frankrijk. Zijn opera's vormen een combinatie van elementen uit de tragédie lyrique en uit de opéra comique.

De componist, die zijn voornamelijk door Eugène Scribe geschreven libretto's meestal van buiten leerde, gaf de voorkeur aan historische onderwerpen. Hij toonde een bijzondere voorliefde voor vreemde landen en mensen op het operatoneel en gaf liever bonte volksscenario's weer dan grote karakters of menselijke hartstochten.

Bij het componeren stelde hij vooral een duidelijke vorm en overzichtelijkheid voorop. Karakteristiek zijn de korte melodiefrases en de toevoeging van folkloristische elementen aan zijn muziek.

Meyerbeer, die de zoon was van een welgestelde joodse bankiersfamilie uit Berlijn, riep een studiebeurs in het leven ter ondersteuning van schrijvers en componisten. De gegadigde moest Duitser zijn, maar welk geloof hij beleed en tot welke stand hij behoorde, speelde daarbij geen rol. Dit laatste is vooral in verband met Meyerbeers verhouding tot Richard Wagner interessant. In 1841 had Richard Wagner Meyerbeer nog als "Duitse meester" geprezen en noemde zichzelf diens slaaf en eigendom. Achterliggende gedachte was, in Meyerbeers gunst te komen, teneinde ook voor een beurs in aanmerking te komen. Enkele jaren later ventileerde Wagner, die geen toelage had ontvangen, antisemitische leuzen, om de bevoorrechte positie van de joodse operacomponist Meyerbeer te ondermijnen.

Keuze uit de opera's: Il crociato in Egitto (Ned.: De kruisridders in Egypte, Venetië 1824), Robert le diable(Ned.: Robert de duivel, Parijs 1831), Les Hugenots (Parijs 1836), Ein Feldlager in Schlesien (Berlijn 1844), Le Prophète (Parijs 1849), L'Africaine (Parijs 1865)


Test je competentie op YaGooBle.com.

Pageviews vandaag: 24.