kunstbus

Ben jij de slimste mens? Test je kennisniveau op YaGooBle.com.

Germaine Tailleferre

Piano duo Tailleferre Intermezzo

Eigenlijk Germaine Marcelle Taillefesse (geb. 19.4.1892 in Le Parc-de-Saint-Maur, gest. 7.11.1983 in Parijs), Frans componiste.

Als kind won Germaine diverse prijzen voor haar pianospel. Al op twaalfjarige leeftijd volgde Germaine Tailleferre - zonder toestemming van haar vader, een wijnhandelaar die fel tegen een carrière in de muziek was - solfègelessen aan het Parijse Conservatoire, waar zij eerste prijzen won in tal van muziektheoretische vakken als solfège, harmonie en contrapunt. Tussen 1916 en 1923 studeerde ze gedurende korte periodes compositie bij Charles Koechlin.

Ze studeerde bij Fauré en Ravel, maar ontwikkelde haar eigen stijl: bondig, beweeglijk, humoristisch en teder; soms polytonaal, maar later ook serieel.

Zij ontmoette op het conservatorium Georges Auric, Arthur Honneger en Darius Milhaud die haar aan Satie voorstelden. Erik Satie was zo onder de indruk van haar Jeux de plein air voor twee piano's dat hij haar zijn 'muzikale dochter' noemde.

Vervolgens werd zij een van de leden van de Groupe des Six. Deze groep van zes jonge componisten zette zich af tegen de oudere generatie en voelde zich aangetrokken tot de speelse wereld van Jean Cocteau. Eind jaren twintig viel deze groep uiteen.
(De Groupe des Six of Les Six was een informeel gezelschap van jonge Franse componisten in de jaren 1920 rond de dichter Jean Cocteau. Hun idee was de Franse muziek te ontdoen van het impressionisme en van Duitse invloeden, zoals het romanticisme van Richard Wagner en Richard Strauss. Hun muziek werd gekenmerkt door speelsheid en simpelheid, en ze wilden het een mengeling laten zijn van invloeden van Stravinski, Satie en meer populaire invloeden, zoals Amerikaanse jazz en braziliaanse dansen. Elke componist in het gezelschap had daarbij zijn eigen voorkeur. Ze voelden zich verbonden met het kubisme en met Franse surrealistische schrijvers als Cocteau en Eluard.)
Tijdens het interbellum vinden we, voor het eerst in de muziekgeschiedenis, de opkomst van een stijl die zichzelf betitelt als 'neo': het Neoclassicisme. Daarbij denken we dan aan componisten als Igor Strawinsky (1882 - 1971), Béla Bartók (1881 - 1945), Sergey Prokofiev (1891 - 1953), de Groupe des Six e.v.a. Zij zochten, na de "uitspattingen van de Romantiek", terug aansluiting bij de klassieke idealen van de 18e eeuwse Verlichting. Deze stroming valt trouwens historisch samen met wat in de Duitse kunstgeschiedenis bekend staat als de Neue Sachlichkeit. En in de Nederlandse letteren met schrijvers als ondermeer Ferdinand Bordewijk (1884 - 1965) en Willem Elsschot (1882 - 1960). De componisten van de Grouope des Six doen dit door stijlen uit het verleden willen parodiëren / ironiseren.
Hierdoor wordt hun neostijl een structureel onderdeel van hun muzikale taal. Bij hen is dit dus geen fenomeen van voorbijgaande aard, maar een wezenlijk aspect van hun artistieke productie. Dit ironiseren van het verleden vind je terug bij ondermeer de volledige reeds vermelde Groupe des Six, een groep jonge componisten rond de dichter Jean Cocteau (1889 - 1963). Een typevoorbeeld hiervan is Eric Satie (1866 - 1925), die vanuit een gevoel van machteloosheid - het verlangen te leven in een voorbije tijd, maar tegelijkertijd het besef dat dit niet meer kan - de Wagneriaanse Romantiek wilde opblazen, door de concepten waarop die gebaseerd is uit te hollen. Mooie voorbeelden hiervan zijn Gymnopédies (1888) en Gnossiennes (1890), waarin hij een op en top romantische melodie eindeloos herhaalt, totdat ze alle kracht verliest.
Zie meer op Le Sacre du Printemps.

Tailleferre's vroege muziek werd beïnvloed door Fauré en het impressionisme. Het eerste pianoconcert, uit 1923-24, ademt de Barok; in dit werk laat ze zich inspireren door Bachs Brandenburgse concerten. In 1938 ontving Tailleferre, tegelijk met Elsa Barraine en Milhaud, een Franse staatsopdracht voor een nieuw werk.

In 1942 vertrok Germaine Tailleferre naar de Verenigde Staten, waar ze tot 1946 verbleef.

Financiële noodzaak leidde vaak tot het snel vervullen van compositieopdrachten, waarbij ze niet schroomde hergebruik te maken van materiaal uit eerdere werken. Een goede bron van inkomsten was het schrijven van filmmuziek, iets wat ze - net als Barraine - veel deed. Tot op hoge leeftijd bleef ze componeren (haar oeuvre telt zo'n 150 werken) en doceren aan de Schola Cantorum in Parijs. Het korte Forlane voor fluit en piano uit 1972 ontstond toen ze al tachtig was.

Wegens het uitgesproken vrouwelijke karakter van haar muziek, die – ondanks het feit dat zij bij de Six hoorde – schatplichtig is aan het impressionisme, werd zij door Cocteau une Marie Laurencin pour l'oreille genoemd.

Tailleferre vond tijdens haar leven erkenning en waardering, kreeg veel opdrachten van de Franse radio en regering en werkte samen met toneel- en filmregisseurs als Margurite Duras, Ionesco en Charlie Chaplin.

Met haar laatste orkestwerk won Germaine Tailleferre in 1982, een jaar voor haar dood, nog een grote prijs. Tailleferre liet zich inspireren door muziek zoals je begin deze eeuw hoorde in de Franse music-halls, de café-concerts en circussen. Deze beweeglijke en beeldende stukken vereisen dan ook een virtuoos uitvoerder.

Een kolossaal en gevarieerd oeuvre liet zij na. Want Tailleferre hield zich bezig met alle genres, kamermuziek en filmmuziek, theater en opera. WERK: Image, v. piano, fluit, klarinet, celesta en strijkkwartet (1918); strijkkwartet (1919); ballade v. piano en ork. (1919); Les mariés de la tour Eiffel (1921; ballet; m. anderen); 2 vioolsonaten (1921 en 1951); Jeux de plein air, v. 2 piano's (1922); Le marchand d'oiseaux (1923; ballet); pianoconcert (1924); concertino, v. harp en ork. (1927); Chansons françaises (1930); ouverture v. ork. (1932); concerto grosso, v. 2 piano's, koor en ork. (1934); Le marin du Bolivar (1937; opera); pastorale v. piano en fluit (1942); Il était un petit navire (1951; opera). – Geschrift: Mémoires à l'emporte pièce (1974).


Test je competentie op YaGooBle.com.

Pageviews vandaag: 405.