kunstbus

Ben jij de slimste mens? Test je kennisniveau op YaGooBle.com.

Gerard Boedijn

Gerard(us) Boedijn

Nederlands componist, dirigent en muziekpedagoog, (19-11-1893 te Hoorn - gest. 23-9-1972 te Hoorn), Hij publiceerde zijn werken ook onder het pseudoniem Jack Harvey.

Gerard Boedijn heeft zich als componist voornamelijk toegelegd op harmonie- en fanfaremuziek, welk genre hij wist te vernieuwen. Zijn werken worden gaarne gespeeld. Zeer bekend zijn de Vijf Epigrammen (geïnspireerd op gedichtjes van 'De Schoolmeester'), het symfonisch gedicht Halewijn en de legende Sint-Hubertus. De Landelijke Suite is een der meest gespeelde Nederlandse stukken voor blaasorkest.
Boedijn beweegt zich als dirigent en componist ook in de koorwereld, waar hij behoort tot degenen die de strijd aanbonden tegen de liedertafelstijl. Van zijn vele composities voor klokkenspel werden er verscheiden bekroond, o.m. de Partita voor beiaard.

Al op jonge leeftijd onderkende Gerard Boedijn het rijke gamma van klankkleuren die een blaasorkest kan oproepen en ook ontdekte hij de tekortkomingen die er bestonden. Voor zijn tijd bestond er weinig originele blaasmuziek en praktisch alle korpsen speelden arrangementen van symfonische muziek. Aanvankelijk ondervonden zijn moderne, vernieuwende werken, veel weerstand zowel bij uitvoerenden als bij het publiek, maar iedereen gaf zich gewonnen toen zijn Partita Symphonique (opus 100) was verschenen en kort daarna zijn wereldberoemde mars Gammatique werd uitgegeven door Molenaars Muziekcentrale te Wormerveer. Hierna volgden talrijke andere werken voor fanfare en harmonie.

levensloop
Gerard Boedijn bleek reeds op jeugdige leeftijd over bijzonder muzikale talenten te beschikken. Als 5-jarige jongen sloeg hij zonder moeite de kleine trom tijdens de repetities van de bataljonskapel in de kazerne te Hoorn, waar zijn vader geweermaker was. Daarna leerde hij spelenderwijs verschillende muziekinstrumenten bespelen.

Op 16-jarige leeftijd volgde Boedijn lessen voor viool, slagwerk, blaasinstrumenten en piano aan de stedelijke muziekschool (Muziekschool der Afdeling Amsterdam van de Maatschappij tot Bevordering der Toonkunst). Twee jaar later studeerde hij aan het Amsterdams conservatorium hoofdvak viool bij Fiedler en Togni, compositie bij Kint, Zweers, Roeske en Smulders, muziekgeschiedenis bij van Milligen en ensemblespel bij Röntgen en Mossel.

Van 1914 tot 1917 was hij leraar viool en theorie aan de Muziekschool te Maastricht.

In 1917 keert hij naar Hoorn terug. In Hoorn deed men toen al veel aan vrijetijdse muziekbeoefening, waarvoor hij grote belangstelling had. Hij vestigde zich als vioolleraar, muziekpedagoog en componist, terwijl zijn vrouw, Jannetje Cornelia Bindervoet van Nahuijs, pianolessen gaf. Tevens trad hij in Hoorn en omliggende plaatsen op als dirigent van koren, orkestverenigingen en muziekcorpsen o.m. van de toen alom bekende Koninklijke Zang- en orkestvereniging Sappho te Hoorn. Bovendien was hij muziekrecensent.

Van 1927 tot 1932 was hij directeur van de Muziekschool te Veendam. In Groningen kon hij echter niet aarden. Toen zijn Noord-Hollandse muziekvrienden hem in 1932 vroegen terug te keren naar zijn geliefde West-Friesland, gaf hij aan dat verzoek gaarne gehoor. Na zijn terugkeer in Hoorn waar hij opnieuw als zelfstandig muziekleraar een bestaan kreeg, vond hij weer volop inspiratie tot het componeren van koorwerken, liederen, beiaardmuziek, muziek voor strijk- en symfonieorkesten en kamermuziek.

De grootste bekendheid verwierf Gerard Boedijn door zijn composities voor harmonie- en fanfareorkesten. Vóór de Tweede Wereldoorlog speelden deze muziekcorpsen doorgaans (militaire) marsmuziek, operafantasieën en bewerkingen van symfonische muziek, die lang niet altijd geschikt waren voor harmonie- en fanfarebezetting. Boedijn kwam tot de overtuiging dat er voor dit soort orkesten een eigen oorspronkelijk repertoire zou moeten worden opgebouwd. Dat leidde in de loop der jaren tot een groot aantal composities onder meer voor de orkesten waarvan hij dirigent was. Zo componeerde hij voor de harmonie "Kunst na Arbeid" te Hoorn "Gammatique (mars)", die zij in 1933 onder zijn leiding uitvoerde op een concertenconcours te Wormerveer. Onder de toehoorders bevond zich Pieter Jan Molenaar, een amateur-muzikant die in die tijd eigenaar was geworden van een boek- en muziekhandel te Wormerveer. In 1936 werd Grammatique door Molenaar uitgegeven. In de loop van de tijd zouden nog een zestigtal composities van Boedijn door Molenaar te Wormerveer worden uitgegeven.

Als hoogtepunt uit zijn oeuvre als componist wordt zijn werk Halewijn uit 1940 beschouwd.

Vanaf 1942 was hij lid van het jurycollege van de Koninklijke Nederlandse Federatie voor Harmonie en Fanfare en examinator van de Bond van Orkestdirigenten. Ook bij belangrijke concertwedstrijden in het buitenland was hij verscheidene malen als jurylid aanwezig. Tevens was hij enige jaren dirigent van het Nederlands Koperorkest.

Boedijn’s moderne composities werd aanvankelijk niet door iedereen gewaardeerd. Na de Tweede Wereldoorlog nam de waardering voor zijn muziek allengs toe. Zijn composities munten uit door een originele stijl. Die opvalt door een klare vorm, gedegen opbouw, sterke ritmiek en zeer kundige instrumentatie.

Sedert 1950 schreef Boedijn verscheidene werken in opdracht van de Regering en de provincie Noord-Holland, de radio-omroep, de Nederlandse Klokkenspel Vereniging en andere instellingen. Verschillende composities werden bekroond.

In 1958 ontving hij de Visser-Neerlandiaprijs voor onder meer "Toren aan de Zee" (1939) en Introduzione rhapsodique (Opus 156; 1958), een werk voor klokkenspel en harmonieorkest.

In 1959 kreeg hij de koninklijke onderscheiding van Ridder in de Orde van Oranje Nassau.

Bij het bereiken van de 75-jarige leeftijd (1968) werd Boedijn wegens zijn verdiensten voor het Nederlandse muziekleven benoemd tot erelid van de Koninklijke Nederlandse Federatie van Harmonie en Fanfare en van de Nederlandse Dirigenten Organisatie.

Gerard Boedijn schreef koorwerken, enkele liederen, werken voor strijk? en symfonieorkest, beiaardmuziek, blaaskwintet en trio's, 2 koperkwartetten een saxofoonkwartet en een orgelsuite. Er zijn 224 werken van hem in druk uitgegeven. Hij ontving opdrachten van regering, provincie, radio en andere instellingen en werd bekroond bij compositiewedstrijden, ook in het buitenland (België).

Bron o.a.: www.westfriesgenootschap.nl


Test je competentie op YaGooBle.com.

Pageviews vandaag: 13.