kunstbus

Ben jij de slimste mens? Test je kennisniveau op YaGooBle.com.
Dit artikel is 14-02-2011 voor het laatst bewerkt.

Gabriel Faure

Julian Lloyd Webber speelt Faure's Elegie

Gabriel-Urbain Fauré geboren Pamiers, 12 mei 1845, gestorven Parijs, 4 november 1924
Frans componist en organist

Reeds op negenjarige leeftijd bezocht Gabriel Fauré de École Niedermeyer in Parijs en was daar leerling van Niedermeyer, Pierre Louis Dietsch en vanaf 1860 van Camille Saint-Saëns. Hij leerde hier behalve de oude kerktoonsoorten ook de werken van de grote klassieken kennen, vooral dankzij Saint-Saëns, die een grote invloed op hem had. In 1865 verliet hij de kerkmuziekschool waar hij prijzen voor harmonie piano en compositie had behaald.

In 1866 werd hij organist aan de St. Sauveur in Rennes, maar keerde in 1870 terug naar Parijs als hulporganist aan de Notre-Dame de Clignancourt. Na de Frans-Duitse oorlog bekleedde hij korte tijd organistenfuncties aan de Saint-Honoré en aan de Saint Sulpice, voordat hij in 1877 de functie van kapelmeester aan de Madeleine kreeg. Hij was toen al enige jaren leraar aan de École Niedermeyer. Zijn eerste composities uit deze periode waren een eerste groep liederen, de Ballade voor piano en orkest, de eerste Vioolsonate (1875), pianomuziek enz. De Cantique de Racine schreef hij toen hij nog studeerde. Onder zijn vrienden waren o.a. Duparc, Franck, d'Indy, Gigout, Messager en Saint-Saëns. De kunstzinnige familie Viardot droeg ook veel bij tot zijn kunstzinnige vorming.

In 1883 trouwde Fauré met Marie Frémiet, de dochter van de beeldhouwer Frémiet, waarmee hij twee zoons kreeg. In deze periode componeerde hij o.a. twee pianokwartetten, (1879 en 1886), het Requiem (1886), een bundel liederen, pianowerken Nocturnes, Barcarolles, de liederen op tekst van Verlaine (ontstaan tijdens een verblijf te Venetië ten paleize van de prinses Scey-Montbéliard), La bonne chanson (tekst van Verlaine, 1891-92). In 1898 werd de door hem geschreven toneelmuziek bij Maeterlinck's Pelléas et Mélisande opgevoerd in het paleis van de prins van Wales in Londen.

In 1897 werd Fauré compositieleraar aan het conservatorium van Parijs als opvolger van Massenet. Onder zijn leerlingen waren o.a. Florent Schmitt, Maurice Ravel, Roger Ducasse en Charles Koechlin. Zijn muziekdrama Prométhée (naar Aeschylus) werd in 1900 in de arena te Béziers opgevoerd.

In 1903 werd Fauré muziekmedewerker van de Figaro en in datzelfde jaar begon zijn later toenemende doofheid. Van 1905-20 was hij directeur van het conservatorium als opvolger van Théodore Dubois, waardoor hij weinig tijd overhield om te componeren. Toch componeerde hij een aantal belangrijke werken w.o. La chanson d'Ève (1907-10, tekst van Van Lerberghe), Le Jardin clos, Préludes voor piano, de tweede Vioolsonate etc. In 1913 was de première van Gabriel Fauré's opera Pénélope, met Pelléas et Mélisande van Debussy de belangrijkste Franse opera van rond de eeuwwisseling.

In 1919 werd Fauré gedwongen zijn functie aan het conservatorium neer te leggen vanwege zijn doofheid. In 1922 kreeg hij het Legioen van Eer. In zijn laatste jaren schreef hij een aantal kamermuziekwerken, tweede kwintet, trio, twee cellosonates, Fantaisie pour piano et orchestre, de dertiende Nocturne voor piano, liederen Les mirages, L'horizon chimérique en een strijkkwartet dat hij kort voor zijn dood voltooide.

Faurés betekenis als componist is groot. Hoewel hij neigde tot classicisme, werd hij niet, zoals zijn leermeester Saint- Saëns, een conservatief componist. Dank zij een met modale elementen verrijkte melodiek, een vaak ver doorgevoerde contrapuntiek en een oorspronkelijke harmoniek kwam hij tot een eigen, bijzonder fijnzinnige en zeer gevarieerde schrijfwijze, waarin vele van de impressionistische vernieuwingen van latere meesters al te vinden zijn.
In de liederen volgt de zangstem een eigen melodische lijn naast die van de minutieus uitgewerkte begeleiding. De stemmingslyriek blijft hier steeds discreet en vermijdt elke pathetiek.
In de pianomuziek zijn invloeden van Chopin en Robert Schumann, soms ook van Liszt, op oorspronkelijke wijze verwerkt; vooral de latere Nocturnes zijn belangrijk.
Van de kerkmuziek is het prachtige Requiem een verstild, elegisch werk vol resignatie.
De orkestratie was Faurés zwakke zijde. Hoewel hij weinig directe invloed heeft gehad, was zijn muziek evenals zijn onderwijs aan het conservatorium van groot belang voor de stilistische vernieuwingen van de Franse muziek van de 20e eeuw. Belangrijke componisten in dit verband waren F. Schmitt, M. Ravel en Roger Ducasse.

Werken: voor piano: o.a. Valses caprices, Impromptus, Romances, Pièces brèves, Nocturnes I, Barcarolles, Thème et variations, Préludes, Nocturnes II; kamermuziek: o.a. 2 sonates voor piano en viool, 2 sonates voor piano en violoncello, 2 pianokwartetten, 2 kwintetten, 1 trio, 1 strijkkwartet: orkestmuziek: o.a. Ballade voor piano en orkest, Fantaisie voor piano en orkest; koorwerken: o.a. Cantique de Racine, Requiem, Le ruisseau voor vrouwenkoor, Les Djinns, Madrigal, La Pavane; duetten: Tarantelle, Puisqu'ici-bas, Pleurs d'or (op tekst van A. Semain); liederen: o.a. Après un rêve, Les berceaux, Le secret, Nell, Lydia, Soir, Clair de lune, Le parfum impérissable, Le cimetitière, Larmes, La forêt de septembre, Arpège, La rose, Les présents, Le nocturne, Don silencieux, Chanson, Mandoline, C'est l'extase, En sourdine, Green, A Clymène; verder bundels: La bonne chanson, La chanson d'Ève, Le Jardin clos, Les mirages (o.a. La danseuse), L'horizon chimérique; opera's: Prométhée, Pénélope; ballet: Masques et Bergamasques; toneelmuziek: o.a. Caligula, Shylock (naar Shakespeare), Pelléas et Mélisande, Le voile du bonheur (de laatste niet uitgeg., naar G. Clémenceau)


Test je competentie op YaGooBle.com.

Pageviews vandaag: 216.