kunstbus

Ben jij de slimste mens? Test je kennisniveau op YaGooBle.com.

Fuga

(Latijns of Italiaans = vlucht) De fuga is een strenge compositietechniek uit de polyfonie, edoch minder streng dan bijvoorbeeld de canon. De fuga is een meestal drie- of vierstemmig instrumentaal of vocaalstuk, waarin alle stemmen gelijkwaardig zijn. In de fuga imiteren de stemmen elkaar streng of vrij; zij zetten een en hetzelfde thema naar verschillende toonhoogten verplaatst na elkaar in, aangevuld met tegenthema's en tussenspelen.
De term fuga heeft zowel betrekking op zijn polyfone wijze van zetting als op het principe van vorm en bouw.
Een fuga kan geschreven zijn op één (monothematische fuga) of meer thema's ( dubbel-fuga, tripel-fuga, quadrupelfuga, enz.). Naast de enkelvoudige fuga maakt men nog onderscheid tussen de zogenaamde permutatiefuga en de waaierfuga.

De geschiedenis van de fuga ontspringt in het doorgeïmiteerde motet en is te volgen via de transcriptie van deze vorm voor instrumenten met de titels ricercare en fantasia, en de ontwikkeling van de fantasia bij Sweelinck, tot bij diens leerling S. Scheidt voor het eerst de naam fuga in de tegenwoordige betekenis verschijnt.
De ongeveer in het midden van de 17e eeuw zich ontwikkelende, op het principe van imitatie gebaseerde polyfone structuur ontstond dus uit de imitatievormen van de fantasie, de tiento, de ricercare en de canon, die om het tot dan toe ontbrekende tonale element heen uitgebreid werd.

Bij de fuga in de betekenis van de 17e eeuw, die haar hoogtepunt vond in de werken van Johann Sebastian Bachs (Wohltemperiertes Klavier, "Kunst der Fuge"), ging het, in tegenstelling tot de canon er niet meer om, een thema na elkaar in verschillende stemmen voor te dragen, maar het op verschillende toontrappen te herhalen.

De monothematische fuga bestaat theoretisch uit drie delen (expositie, doorvoering, slot) die door tussenspelen onderbroken en verbonden kunnen worden.
In de expositie wordt het thema, ook subject genoemd, in de deelnemende stemmen gespeeld. De eerste partij die inzet noemt men dux, de tweede comes, de derde weer dux etc.
In de expositie begint het fugathema onbegeleid en heet hier dux.
Als de dux het thema volledig gebracht heeft, zet een tweede stem het thema in de dominant in; men noemt het hier comes. Het thema wordt door de tweede stem (comes) bijna altijd in de kwinttoonsoort, d.w.z. een kwint hoger of een kwart dieper, geïmiteerd. Dit antwoord op de dux kan óf reëel, d.w.z. trouw aan de interval óf tonaal, d.w.z. met lichte veranderingen van interval volgen.
De afzonderlijke stemmen worden naar hun thema-inzet (de derde inzet volgt trouwens weer in de grondtoonsoort) als vrije tegenstemmen verder geleid.
Tegen de comes speelt de eerste stem een contrapunt, contrasubject genoemd.
Omdat dux en comes zich niet zonder pauzes op elkaar volgen, bewegen alle stemmen zich bij tijd en wijle vrij. Dit zogenaamde tussenspel zonder thema, echter toch met een thematische respectievelijk contrapunt-substantie staat óf tussen twee thema-inzetten binnen een uitvoering óf tussen twee uitvoeringen. Onder uitvoering verstaat men het doorlopen van het thema door alle stemmen.
Wanneer alle stemmen op deze wijze na elkaar afwisselend als dux of comes zijn ingezet, is de expositie voltooid.
Een tussenspel, waarin wel fragmenten van het thema verschijnen, maar niet het thema in zijn geheel, brengt meestal een modulatie teweeg.
Na din tussenspel volgen meestal meerdere, vaak weer door uitvoringen samengevatte thema-inzetten in de meest verschillende contrapunt-vormen (bijv. stretto).
In de doorwerking, het tweede deel, wordt dit thema in andere toonsoorten dan tonica en dominant ten gehore gebracht. De delen tussen de verschillende doorwerkingen heten divertimenti.
Een volgend tussenspel brengt de modulatie naar de tonica weer tot stand, waarna het slot volgt.
Een fuga eindigt vaak met een stretto, waarbij het thema inzet voor het thema in een andere partij volledig uitgespeeld is, en soms met een orgelpunt. De beantwoording geschiedt op tal van manieren zoals in tegenbewerking, verkleining, vergroting, inperking, kreeftgang.

De grootmeester van de fuga was J.S. Bach (1685-1750). Andere belangrijke fuga-componisten zijn Frescobaldi, Froberger, Buxtehude, César Franck, Mendelssohn, Brahms en Reger.


Test je competentie op YaGooBle.com.

Pageviews vandaag: 31.