kunstbus

Ben jij de slimste mens? Test je kennisniveau op YaGooBle.com.
Dit artikel is 21-12-2008 voor het laatst bewerkt.

Franz Schmidt

Oostenrijks componist, violoncellist, pianist en organist, geboren Pressburg, Bratislava 22 december 1874, gestorven Perchtolsdorf, bij Wenen, 11 februari 1939

Biografie
Franz Schmidt kreeg zijn eerste muzieklessen van zijn moeder, een goed pianiste, die hem systematisch onderrichtte in de klavierwerken van Johann Sebastian Bach. Van broeder Feliczian Moczik, organist aan de Fransiscaner kerk in Pressburg kreeg hij een degelijke grondslag in theorie. Voorts studeerde hij korte tijd piano bij Theodor Leschetizky.

In 1888 verhuisde Schmidt met zijn familie naar Wenen, waar hij aan het Weense conservatorium compositie studeerde bij Robert Fuchs, cello bij Ferdinand Hellmesberger en contrapunt bij Anton Bruckner. In 1896 studeerde hij cum laude af.

In 1896 versloeg hij 13 andere sollicitanten bij het verkrijgen van een post als cellist bij het orkest van de Weense Opera, waarmee hij tot 1914 vaak onder Mahler speelde. Mahler liet gewoonlijk alle cello solo's door Schmidt spelen, hoewel Friedrich Buxbaum eerste cellist was. Schmidt was eveneens een gezochte kamermusicus en hij speelde met Schoenberg's goede vriend Oskar Adler. Behalve als solist en kamermusicus, was hij als begeleider en dirigent bekend en gevierd.

In 1914 kreeg Franz Schmidt een leerstoel voor piano aan de Weense Muziekacademie (tegenwoordig: Universität für Musik und darstellende Kunst). In 1925 werd hij directeur en van 1927 tot 1931 rector. Als pedagoog in piano, violoncello, contrapunt en compositie leidde hij vele musici, dirigenten en componisten op, die later beroemd zouden worden. Tot zijn bekendste leerlingen behoren onder meer de pianist Friedrich Wührer en Alfred Rosé, zoon van Arnold Rosé, de legendarische grondlegger van het Rosé-Quartet, concertmeester van de Wiener Philharmoniker en zwager van Gustav Mahler. Onder de componisten waren onder meer Rudolf Wimmer, Theodor Berger, Marcel Rubin en Alfred Uhl. Om gezondheidsredenen gaf hij zijn pedagogische activiteiten in 1937 op.

Hij ontving vele onderscheidingen, waaronder de Franz-Josef-Orde en een eredoctoraat aan de universiteit van Wenen.

Zijn privéleven stond echter in schril contrast met zijn succesvolle loopbaan en werd overscahduwd door tragedie. Twee jeugdliefdes bleven onvervuld. Zijn eerste vrouw werd vanaf 1919 opgenomen in het Weense krankzinnigengesticht Am Steinhof en werd drie jaar na de dood van Franz Schmidt onder de euthenasie wetten van de nazis vermoord. Zijn dochter Emma, stierf volkomen onverwacht na de geboorte van haar eerste kind. De gebroken vader Franz Schmidt schreef zijn vierde Symfonie (1933), die hij de opdracht Requiem voor mijn dochter gaf. Zijn tweede huwelijk, met een succesvolle jonge pianostudente, bracht voor het eerst de zo broodnodige stabiliteit in het privélen van de kunstenaar, die met zware gezondheidsproblemen kampte.

Zijn verslechterende gezondheid dwong hem met vervroegd pensioen te gaan van de Academie in 1937.

In het laatste jaar van zijn leven kwam Oostenrijk bij Duitsland door de Anschluss en Schmidt werd door de nazis gefêteerd als de grootste nog levende componist van het zogeheten Ostmark. Hij kreeg de opdracht om een cantata te componeren met de titel Deutsche Auferstehung (Duitse Opstanding), wat na 1945 door velen werd gezien als reden om hem te brandmerken als besmet met nazi sympathieën. Echter Schmidt voltooide de compositie niet en in de zomer en de herfst van 1938, enkele maanden voor zijn dood, legde hij het terzijde en wijdde zich aan twee andere opdrachten voor de eenarmige pianist Paul Wittgenstein (broer van de filosoof Ludwig Wittgenstein), voor wie hij vaak gecomponeerd had: het Klarinetkwintet in A majeur en de Toccata in d mineur.

Wittgenstein die een christen van Joodse afkomst was, mocht na de Anschluss niet langer optreden en vluchtte naar de V.S. in 1938. Franz Schmidt stierf op 11 februari 1939.

Zijn werk als componist heeft iets gemeenschappelijks met Max Reger, in het bijzonder in muziek voor het orgel.

composities
Toneelmuziek:
Schmidt's opera Notre Dame, gebaseerd op Victor Hugo, had enig succes en passages, in het bijzonder een Intermezzo zijn te horen in concertprogramma's (1902-04, première Wenen in 1914). En de opera Fredigundis (1916-21, première Berlijn in 1922).

vocale en koormuziek:
Das Buch mit sieben Siegeln gebaseerd op de Apocalyps, bezet een eigen plaats onder moderne oratorio's.

Orkestmuziek en kamermuziek:
Schmidt schreef vier symfonieën, Variaties op een thema van Beethoven voor piano voor de linkerhand en orkest en een pianoconcert voor de linkerhand, deze laatste met verscheidene kamermuziekwerken voor de pianist Paul Wittgenstein, die zijn rechterarm had verloren in de oorlog van 1914-1918.

Orgel muziek:
Schmidt leverde een flinke bijdrage aan het repertoire van de orgelmuziek met een serie korale-preludes, preludes en fuga's, toccata's en variaties.

websites: www.naxos.com, de.wikipedia.org


Test je competentie op YaGooBle.com.

Pageviews vandaag: 17.