kunstbus

Ben jij de slimste mens? Test je kennisniveau op YaGooBle.com.

Franz Liszt

sinds 1859 von Liszt geboren Raiding bij Ödenburg, 22 okt. 1811, gestorven Bayreuth, 31 juli 1886
Hongaars pianist, componist, dirigent en schrijver

Vanaf zijn zesde levensjaar kreeg Franz Liszt muzieklessen van zijn vader. Hij was een pianistisch wonderkind en trad op zijn negende jaar al in het openbaar op. Met een stipendium van enkele Hongaarse magnaten voor zes jaar kon hij zich verder bekwamen. Vanaf 1821 stond hij onder de leiding van Carl Czerny (leerling van Beethoven, en intermediair tussen Liszt en Beethoven)) en voor de theorie kreeg hij les van Antonio Salieri. Zijn wens, op het Parijse conservatorium te worden toegelaten, ging niet in vervulling. Nadat hij daar door de directeur Luigi Cherubini was afgewezen (deze weigerde een buitenlander aan te nemen al was deze nog zo begaafd), werkte Liszt zelf aan de uitbouw van zijn verdere technisch-pianistische problemen : "Aus dem Geiste schaffe ich die Technik" en volgde een tijd van veel en rusteloos optreden. Daarnaast bleef hij zich compositorisch bekwamen onder leiding van Ferdinando Paër en Anton Reicha.

In 1824 ondernam Liszt zijn eerste concertreis naar Engeland. In 1827 stierf zijn vader. Tussen 1824 en 1825 componeerde Liszt Don Sanche ou le château d'amour, een opera in één bedrijf, op tekst van Théaulon en Rancé, waarbij zijn leraar Paër nog de helpende hand bood. De opera werd 4 maal uitgevoerd in de Parijse Opéra; fragmenten ervan zijn gedrukt.

Liszt bleef zijn leven lang openstaan voor alles wat nieuw was en onderging in zijn jonge jaren de invloed van enkele van zijn grote tijdgenoten. Na het horen van de violist Paganini in 1831 in Parijs was Liszt zo onder de indruk van diens vioolspel, dat hij zich opnieuw in de technische problemen van het pianospel ging verdiepen. Ook Chopin, Meyerbeer en Bellinni hadden hun invloed, maar vooral Berlioz, van wiens Symhonie fantastique Liszt een concerttranscriptie voor piano maakte.

In 1836 versloeg Liszt bij een pianowedstrijd in een der Parijse salons, zijn grote rivaal Sigismund Thalberg, en vanaf dat moment is Thalberg 'de eerste', maar Liszt 'de enige' pianist van zijn tijd. Van 1835-39 had Liszt een verhouding met de gravin Marie d'Agoult (als schrijfster bekend onder de naam, DaniëlStern) en zij kregen drie kinderen: Blandine, Cosima en Daniël. Cosima zou later met pianist en dirigent Hans von Bülow huwen en daarna met Richard Wagner.

In 1842 werd hij benoemd tot hofkapelmeester "in buitengewone dienst" te Weimar. In werkelijkheid bekleedde hij dit ambt echter pas vanaf 1848 voor de tijd van elf jaar.

Liszt, die in 1875 voorzitter van de pas opgerichte Muziekacademie te Boedapest werd, schreef o.a. 13 symfonische gedichten, piano- en orkestmuziek, operaparafrases, orgelwerken, drie oratoria, missen, koorwerken en 52 pianoliederen. Tevens publiceerde hij historische en kritische geschriften over muziek.

Het grootste belang van Franz Liszt ligt vooral op drie gebieden: op dat van het pianospel resp. de pianocompositie, op het gebied van compositie maar ook op het gebied van sociale en organisatorische betrokkenheid bij het muziekleven. De componist breidde de pianotechniek uit, doordat hij in plaats van de op toonladders gebaseerde figuren van de etudes van bijv. Carl Czerny-akkoorden, octaven, modulaties, sprongen en dubbelgrepen gebruikte. Hij verlegde de melodie vaak naar de middenstemmen en voor de begeleiding nam hij de gehele claviatuur in beslag.
Als pianovirtuoos distantieerde hij zich van openbare concertuitvoeringen van meerdere kunstenaars binnen één concert. Hij vulde de avonden alleen op en legde zo de basis voor de moderne pianoavond. Liszt gaf bij zijn orkestcomposities de voorkeur aan het symfonisch gedicht. Daarbij dient de tekst, d.w.z. het in woorden gevatte programma, slechts als uitgangspunt. Uit het in elkaar overgaan van muziek en tekst liet hij het "poëtische idee" ontstaan. Liszt zelf beschreef zijn bedoeling die hij met de compositie van instrumentale werken verbond, als volgt: "Instrumentale muziek zal niet langer meer een eenvoudige samenstelling van tonen zijn, maar een poëtische taal, die misschien meer nog dan de poëzie in staat is, alles uit te drukken, wat zich beweegt in de ontoegankelijke diepten van een niet te stillen verlangen".

De componist, die gedurende zijn laatste levensjaren in Weimar, Rome en Boedapest woonde, en die met Peter Cornelius, Joachim Raff, Hans von Bülow alsook Carl Tausig een groot aantal leerlingen en bewonderaars om zich schaarde, zette zich ook in voor de organisatie van het muziekleven. Op deze manier kon hij de Nieuwduitse School gestalte geven. Hij bevorderde de opwaardering van de kunstenaarsstand en sprak zich uit voor muziekles op scholen en voor een leerstoel muziekgeschiedenis. Ook de oprichting van de "Allgemeiner Deutscher Musikverein" in 1861, waarvan de doelstelling vooral het bevorderen van de muziek van tijdgenoten was, is de verdienste van deze man, die tot de imposantste verschijningen in de muziekgeschiedenis van de 19de eeuw gerekend wordt.


Test je competentie op YaGooBle.com.

Pageviews vandaag: 19.