kunstbus

Ben jij de slimste mens? Test je kennisniveau op YaGooBle.com.
Dit artikel is 23-01-2010 voor het laatst bewerkt.

Frantisek Skroup

František Škroup

Tsjechisch componist en dirigent, geboren Osice, Bohemen, 3 juni 1801 - gestorven Rotterdam, 7 februari 1862.

biografie
František Škroup was de zoon van de componist Dominik Škroup en werd door zijn vader muzikaal opgeleid. Op zijn achtste jaar trad hij voor het eerst in het openbaar op als fluitist.

Škroup studeerde aan het gymnasium in Königgrätz en daarna vanaf 1819 rechten in Praag. Hij financierde zijn studie door muziekonderricht te geven en in het Stavovské theater te werken. Hier leerde hij de componist Jan Alois Jelen kennen.

Škroup stichtte in 1823 samen met andere Tsjechen de eerste Boheemse operavereniging, die voor het eerst Tsjechische opera's uitvoerde in Praag. Op 23 december 1823 werd in het Stavovské theater Die Schweizer Familie van de Oostenrijkse componist Josef Weigl uitgevoerd, in het Tsjechisch vertaald door de filosofiestudent en dichter Simeon Karel Macháček. De opera werd door amateurs uitgevoerd en was voor Škroup een aanmoediging om de eerste Tsjechische opera Dráteník te componeren.

De succesvolle première vond plaats op 2 februari 1826 in het Stavovské theater. Aangespoord door dit succes, componeerde Skroup de muziek bij de opera's Oldřich a Božena en Libušin sňatek. Deze werken werden echter niet zo gewaardeerd door het publiek.
In 1827 werd Škroup tot tweede dirigent van het Stavovské theater benoemd, waar hij tien jaar later de muzikale leiding overnam. Hier leidde hij de Tsjechische premières van vele beroemde werken van bijvoorbeeld Richard Wagner.
Deze functie bekleedde hij de komende 20 jaar, tot hij in 1857 met pensioen gestuurd, aangezien zijn werken weinig succesvol waren. Van 1836 tot 1845 was Skroup ook als Regens Chori aan de Synagoge werkzaam.

De muziek voor het theaterstuk Fidlovačka aneb žádný hněv a žádná rvačka van Josef Kajetán Tyl bezorgde František Škroup onsterfelijkheid. Bij de première op 21 december 1834 klonk voor het eerst het lied van de blinde bedelaar Mareš Kde domov můj. Later werd dit lied tot Tsjechisch volkslied uitverkoren Kde domov můj.

Zijn laatste aanstelling was die van dirigent in 1860 van de Duitse Opera in Rotterdam, Nederland. Twee jaar later stierf hij.

Werken: opera's: Dráteník (1825), Oldřich a Božena (1828), Libušin sňatek (1835), Drahomíra (1840), Der Meergeuse (1851), Columbus (1855); toneelmuziek; orkestouvertures; liederen; een oratorium, een mis en enkele andere kerkelijke werken.


Test je competentie op YaGooBle.com.

Pageviews vandaag: 16.