kunstbus

Ben jij de slimste mens? Test je kennisniveau op YaGooBle.com.

Franse-volksmuziek

Franse volksmuziek

De Franse natie is gevormd door volkeren, die door hun culturele kenmerken verschillen. De oudste inheemse bevolking werd door Keltische en Gallische invasies overrompeld. Later verschenen de Romeinse legioenen. Nog later kwamen Hunnen, Westgoten, Bourgondiërs, Germanen, Franken. Al die stammen en volkeren brachten uiteraard hun zangen en riten mede. Mettertijd moeten de overblijfsels van de op elkaar volgende muziekculturen veelal versmolten zijn, maar getuigenissen van de een of andere cultuur moeten in afgelegen gewesten in min of meer zuivere overlevering voortgeleefd hebben.
Gedurende de M.E. verscheen daarbij nog de christelijke kerkzang, en de stijl der trouvères en troubadours ontwikkelde zich waarschijnlijk door inwerking van de gregoriaanse zang op de toen reeds heterogene volksmuziek. Het evenwicht tussen al die bronnen en invloeden verschilt ook naarmate de afzonderlijke stromingen een of andere provincie bereikten of niet. Men mag dus aannemen dat er sporen zijn overgebleven van archaïstische typen: die van de herderscultuur en van de laat-neolithische landbouwers, en dat men ze sporadisch in sommige streken zal ontmoeten. Het onderzoek heeft deze waarschijnlijkheid bevestigd sedert men stelselmatig alleenzangen verzameld en genoteerd heeft.
Uit de M.E. zijn nog talrijke zangen in minnezangerstijl over, zowel in het zuiden als in het noorden; minder in de centrale provincies, wat ook logisch is, aangezien de troubadours hun kunst in de Provence en Languedoc ontwikkelden, terwijl de trouvères in het noorden werkzaam waren (ca 1150-1250). Gedurende de 15de eeuw, toen de verschillende volkeren in een enkele natie werden gegroepeerd, ontstond een nieuwe stijl van het volkslied, die zich over heel het koninkrijk verspreidde.
Indien men van Franse volkskunst spreekt, dient nog opgemerkt te worden dat in dit begrip zekere stijlen niet opgenomen worden, daar zij van centra afhangen die niet tot de Franse cultuur behoren. Dit is het geval met de volkszang van Frans Catalonië, van het Baskenland, van Bretagne, met de Vlaamse liederen van Frans Vlaanderen, de Duitse zangen van Lotharingen en de Elzas en die van Corsica Al deze gebieden of groepen bezitten een volksmuziek, die gedeeltelijk of geheel afzonderlijk dient behandeld te worden.

In de eigenlijk Franse volksmuziek herkent men dus, zoals gezegd, drie of vier op elkaar volgende culturele lagen.
HERDERSCULTUUR. Primitieve formules op drie of vier noten, luidkeels gezongen, dienen als herkenningstekens en verbindingsmiddel tussen herders en kudden. De stijl van dergelijke zangen is in de Euraziatische gewesten overal dezelfde, nl. in de Kaukasus, Macedonië, de Alpen, de Pyreneeën, de Cevennen en de Jura. Herderszangen bewegen zich in een enge tessituur, in het hoge stemregister gelegen, en de hoogste noten worden het langst aangehouden, ten einde de klank zover mogelijk te laten dragen. Deze zangen worden meestal van de ene bergwand naar de andere gedialogeerd. Zo worden bijv. de 'Bayleros' in Auvergne gezongen. De ritmiek is vrij en de noten zijn, in de oude overleveringen, niet aan ons diatonische stelsel gebonden. Men kan derhalve dergelijke zangen in ons systeem niet volkomen juist noteren.
LANDBOUWERSCULTUUR. Twee liedtypen zijn in de centrale provincies verspreid: ploegliederen en oogstliederen. Het gespan van de ploeg bestaat gewoonlijk uit twee ossen en de zang van de ploeger heeft tot doel de ossen aan te sporen en ze in de goede richting te houden. De lengte van het ploeglied is op die van de voren berekend. Het lied is in perioden ingedeeld. In elke periode wordt geïmproviseerd ten einde de gewenste lengte te bereiken. De perioden eindigen op uiterst lang aangehouden noten. Die eindnoten zijn meestal de finalis, haar secunde of kwint. Zulke in vrij ritme voorgedragen, luidkeels gezongen liederen zijn zeer breed opgevat. Zij zijn zeer indrukwekkend. In Berry noemt men de ploegzangen Briolages, in Nivernais Tiaulages, in Auvergne Grandes. Vele van die liederen zijn zonder woorden. Zelfde opmerking, wat de notering betreft, als voor de herdersliederen.
De oogstliederen, Moissonneuses, zijn insgelijke brede, plechtige zangen, die in de openlucht voorgedragen worden. De melodische bouw is gewoonlijk prachtig, met een zonnige, stralende en nochtans rustige uitdrukking. Hier ook vallen de rustpunten meestal op de eerste, tweede of vijfde toontrap. Het ritme, alhoewel vrij, is niet zo wild als in de ploegliederen en de noten, op bepaalde hoogten gedacht, behoren tot het diatonische stelsel. De oogstliederen vertonen bijna altijd melismen in de cadensen.
Ploeg- en oogstliederen van Frankrijk behoren tot de prachtigste traditionele zangen van de wereld. Tot dezelfde cultuurcultus behoort de zeldzame zwaardendans Bacchuber in de Dauphiné.
MIDDELEEUWEN. In dit tijdperk ontstonden, onder invloed van de kerkzang en van de kunst der minnezangers, talrijke liederen: liefdes-, spinne- en huwelijksliederen, kerst- en meiliederen, balladen. Men herkent deze zangen aan de volledige ecclesiastische modi waarop zij gebouwd zijn (met voorkeur voor RE en LA-modi) en aan de ritmische structuur, welke een menging van vrije voordracht en metrisch gebonden fragmenten toont. Talrijke van die middeleeuwse zangen bewegen zich in alternerende twee- en driedelige maten.
NIEUWE VOLKSZANG. Na de 15de eeuw verschijnt het grootste aantal der liederen van lichtere en vrolijke aard, welke overal in Frankrijk te vinden zijn. Het ritmische schema van die melodisch zeer eenvoudige liederen is tamelijk eentonig. Deze ritmiek wijst in de richting van het type 'danslied' en is meestal van een opmaat voorzien. Dit schema laat natuurlijk een groot aantal varianten toe. De meest verbreide volksdansen zijn: Bourrée française, in vlug 2/4 tempo; Bourrée d'Auvergne, in vlugge 3/8. In het Centrale Massief danst men op een razende 2/4 een wilde mannendans, de Montagnarde. Rondedansen treft men overal aan. De Provençaalse Parandole is een trage 6/8 dans. Deze naam gaf Bizet bij vergissing in zijn Arlésienne aan een muziek, die eigenlijk de vlugge Tambourin in 2/4 is. De Basken van de Franse Pyreneeën, de Catalanen van Roussillon en de Bretons hebben, zowel wat dans als wat zang betreft, hun eigen stijl en repertorium.


Test je competentie op YaGooBle.com.

Pageviews vandaag: 216.