kunstbus

Ben jij de slimste mens? Test je kennisniveau op YaGooBle.com.
Dit artikel is 16-03-2008 voor het laatst bewerkt.

Franse orgelmuziek

De grondlegger van de Franse orgeltraditie was Jehan Titelouze (1563(?)-1623), organist van de kathedraal te Rouaan. Zijn polyfone orgelhymnen in de acht kerkmodi op gregoriaanse tenores (Ave maris stella, Pange lingua, Veni Creator enz.) en zijn acht magnificats voor orgel vormden het uitgangspunt voor een reeks organistengeneraties, die zich tot in de 18de eeuw uitstrekt.

Te Parijs werkten omstreeks dezelfde tijd een aantal organisten in dezelfde richting: F. Bienvenu, N. de la Grotte, P. Chabanceau de la Barre, J. Lesecq, M. Deslions, Ch. Thibault (laatstgenoemde was organist van de Notre Dame te Parijs).

Zijn opvolger, Ch. Racquet, liet onder andere een Fantaisie en twaalf psalmbewerkingen na.

H. du Mont, organist van St.-Paul en kapelmeester van de hertog van Orléans en later van de koning, liet behalve orgelmuziek ook klavierwerken na.

Zowel voor orgel als voor klavecimbel componeerden ook E. Richard, Louis Couperin, R. Cambert, G.G. Nivers, allen leerlingen van Champion de Chambonnières.

Belangrijker was F. Roberdav (gest. na 1690), indirect leerling van Frescobaldi, die fuga's en capriccio's in knappe contrapuntiek schreef.
A. Raison (gest. 1719) was de auteur van twee orgelboeken met missen en noëls.

Lully's leermeester N. Gigault gaf in 1685 een orgelboek uit. Men vindt hierin alle vormen van toenmalige orgelmuziek vertegenwoordigd.

Belangrijk was ook J. Boyvin (Rouaan) met zijn Suites religieuses sur les 8 tons de l'Église.

N. Lebègue, organist van de koning, gaf drie orgelboeken en een klavierboek uit, waarin hij blijk gaf van grote melodische fantasie (préludes in toccatastiji).

N. de Grigny, organist van de kathedraal te Reims, reageerde in zijn orgelwerk tegen het doordringen van de klavecimbelstijl in de orgelmuziek; hij had grote invloed.

F. Couperin le Grand publiceerde slechts een orgelboek met twee missen, die echter meesterlijk zijn.

Intussen drongen de klavecimbelstijl en de virtuositeit, tegelijk met de Italiaanse invloed, meer en meer door, o.a. bij L. Marchand, P. du Mage. en vooral N. Clérambault, leerling van Raison, organist aan de St. Sulpice te Parijs. De strenge orgelstijl werd vaak verlaten ten gunste van de virtuositeit en het briljante effect, bijv. bij Dandrieu, auteur van zes orgelsuites waar een Offertoire aan het begin en een Magnificat aan het slot staat, fuga's enz. F. d' Agincour, organist van de Madeleine, de kon. kapel en later te Rouaan, schreef suites waarin fuga's, dialogues en récits voorkomen. Imitatieve en descriptieve orgelmuziek schreven O.a. M. Corrette en G.A. Calvière.

L.Cl. Daquin, vriend van Marchand en groot improvisator op het orgel, trachtte nog het verval van de smaak in de orgelmuziek tegen te gaan; hij schreef voor het orgel prachtige noëls, doch zijn pogen bleef tevergeefs. Wel trachtten J.J. Beauvarlet-Charpentier en zijn zoon J.M. Cl. Balbastre, N. Séjan, Ch. Broche, J.F. Tapray e.a., evenals de laatste Couperins tegen het einde van de 18de eeuw de orgeltraditie hoog te houden. doch zij misten daartoe de vereiste talenten.

Naast de orgelmuziek ontwikkelde zich, aanvankelijk vrij langzaam, de klaviermuziek. Zij kwam voort uit de luitmuziek van de eerste helft der 17de eeuw. Op de luit begeleidde men de airs de cour, doch dit meerstemmig bespeelbare instrument bood de mogelijkheid ook dansstukken, ricercari e.d. te spelen. Vele bundels dansen en andere stukken voor luit kwamen uit met werken o.a. van A. Francisque, Ch. Racquet, J.B. Bésard. Ch. Mouton, Ennemond (gest. 1653) en vooral Jacques en Denis Gaultier. Uit toevallige opeenvolging van dansstukken in de bundels ontstonden embryonale suites, bestaande uit bijv. branle, gaillarde, courante: dansvormen die grotendeels reeds in de 16de-eeuwse bundels voorkomen.

De eerste die zijn dansstukken en andere stukken (allemandes, courantes, sarabandes, chaconnes enz.) direct voor het klavecimbel schreef en uitgaf, was J. Champion de Chambonnières (gest. 1672), klavecinist aan het hof van Lodewijk XIV. Zijn leerlingen (o.a. Louis, Charles en François I Couperin, d'Anglebert, Nivers, N. Lebègue) zetten zijn werk in dezelfde richting voort. Hun streven werd bekroond door François Couperin le Grand. leerling van Ch. Couperin, die in zijn vier boeken voor het klavecimbel het genre tot volmaaktheid bracht.


Test je competentie op YaGooBle.com.

Pageviews vandaag: 162.