kunstbus

Ben jij de slimste mens? Test je kennisniveau op YaGooBle.com.
Dit artikel is 12-06-2008 voor het laatst bewerkt.

Francis Poulenc

Frans componist, geboren Parijs 7 januari 1899, gestorven Parijs 30 januari 1963

Poulenc Concerto voor twee piano's en orkest, eerste deel

Francis Poulenc was de zoon van Emil Poulenc, directeur van het textielconcern Rhone-Poulenc en devoot katholiek, en Jenny Royer, die een grote interesse voor kunst had en een vrijdenker was. Hij kreeg zijn eerste pianolessen op zesjarige leeftijd van zijn moeder, die zelf een getalenteerd amateurpianiste was. Dit had tot resultaat dat Poulenc grootgebracht werd tussen twee verschillende denkwijzen en velen geloven dat dit dit de reden is geweest voor zijn compositiestijl en energie.

Hij hield van Die Winterreise van Schubert, was onder de indruk van de vroege balletten van Stravinsky en raakte geïnteresseerd in de Three Piano Pieces van Schönberg, maar de eerste componist die Poulenc beïnvloedde was Emmanuel Chabrier. Toen de 14jarige Poulenc Idylle van Chabrier's Dix Pieces Pittoresques hoorde spelen door de pianist Eduard Risler wist hij dat hij componist wilde worden. Zijn levenslange waardering voor Chabrier mondde in 1949 uit in een biografie.

De jaren van de Eerste Wereldoorlog waren zeer vormend. In 1914 kreeg hij pianolessen van de beroemde virtuoos Ricardo Viñes, in 1915 leerde hij Darius Milhaud kennen en in 1916 Georges Auric en Erik Satie. Ondertussen was zijn moeder op 50jarige leeftijd gestorven en zijn vader volgde haar in 1917, voordat Poulenc's composities uitgevoerd waren. Zijn eerste compositie was zijn Rapsodie nègre voor bariton en kamerensemble, uitgevoerd in december 1917, dat meer dan beleefde interesse opwekte in Stravinsky en Diaghilev.

In 1918 werd Poulenc opgeroepen voor militaire dienst. In deze periode vond hij de tijd om drie miniaturen te componeren. Een sonata voor piano, een sonata voor twee klarinetten en de derde was Trois Mouvements perpétuels (1918). In de derde compositie combineerde hij Parijse en provinciale elementen en het werd voor het eerst door Viñes uitgevoerd in februari 1919. Het stuk werd door heel Europa populair.

Poulenc, trad toe tot de zogenaamde Groupe des Six. De groep classificeerde zichzelf als bevriende componisten zonder muzikaal manifest, maar die elkaars werk stimuleerden en hielpen verspreiden. De andere leden van de groep waren Milhaud, Auric, Durey, Honegger en Tailleferre, die ook links hadden met Erik Satie en Jean Cocteau.

In de jaren '20 richtte Poulenc, die o.a. Alban Berg, Anton Webern en Arnold Schönberg kende, zich op de circus -en ballet muziek. Omdat hij aanvankelijk niet alleen van het componeren kon leven, werkte hij ook als pianobegeleider en concertpianist. In die periode componeerde hij frisse, humoristische muziek die sierlijkheid vertoonde, soms op het triviale af. Hij schreef vooral voor de "sfeer" van kamermuziek. Werken als Mouvements perpétuels (1918) en Le Bestiaire (1919), ook Concert champêtre (1928) illustreren die geest.

Francis Poulenc en Jean Pierre Rampal spelen het tweede deel van Poulenc's Fluit Sonata

In 1921 introduceerde Poulenc zijn serieuzere kant met de compositie van de tiendelige Promenades, geschreven voor Artur Rubinstein, waarin hij nieuwe muzikale technieken onderzoekt. Daarna nam Poulenc compositielessen van de Franse componist en pedagoog Charles Koechlin en in 1922 produceerde hij twee sonates, één voor klarinet en fagot en één voor hoorn, trompet en trombone. Zijn kamerwerken uit de jaren 1920 werden voltooid met het trio voor piano, hobo en fagot in 1926.

In de jaren dertig zag zijn rooms katholieke geloof een wedergeboorte na de dood van zijn vriend Pierre-Octave Ferroud in een auto ongeluk. Vanaf 1935 concentreerde Poulenc zich op de sacrale werken, soms vlotte soms sobere muziek, waarvan de stijl sterk verschilt van die van de instrumentale werken. Onder zijn religieuze composities waren onder meer Litanies à la Vierge Noire (1936), Messe in G (1937) en Quatre Motets pour le temps de Pénitence (1938-39).
Hij schreef ook liederen en toneelmuziek met een expressionistisch karakter. In de periode tussen 1932-39 schreef hij de krachtige en gepassioneerde Zangcyclus Tel jour, telle nuit.

Poulenc was een uitstekende pianist en werd in 1935 begeleider van de Franse bariton Pierre Bernac, voor wie hij talrijke liederen schreef.

Poulenc was ook succesvol als operacomponist. Zijn eerste was de komische opera van Les Mamelles de Tirèsias uit 1944 en uitgevoerd in 1947. De tragische opera Dialogue des Carmèlites, ging over de executie van de karmelieter nonnen tijdens de Franse Revolutie. dealt with the execution of Carmelite nuns during the French Revolution. Hij baseerde deze opera op het boek Die Letzte am Schafott van Gertrud von Le Fort. Poulenc componeerde ook voor het ballet Les Biches, waarbij hij gebruik maakt van klavecimbel, orgel en piano.

In de jaren 1950 richt Poulenc zich op drie vocale werken de Stabat Mater (opgedragen aan zijn overleden kunstenaarsvriend Christian Bérard), de opera Dialogue des Carmèlites en de lyrische tragedie La Voix Humaine.

Echo's hiervan zowel in stijl als in inhoud zijn Poulenc's laatste vier kamermuziekwerken voor blaasinstrumenten. Al deze vier werken waren opgedragen, de Elégie, voor hoorn en piano, was geschreven in 1957 ter nagedachtenis aan Dennis Brain, die dat jaar stierf in een auto ongeluk. De Fluit Sonata, in het bijzonder is een moderne klassieker geworden, zowel in zijn originele vorm als in het orkestrale arrangement in 1977 gemaakt door Sir Lennox Berkeley. De Klarinet Sonata was opgedragen aan Arthur Honegger en de Hobo Sonata, geschreven ter herinnering aan Sergej Prokofiev.

Poulenc wordt soms de opvolger van Gabriel Fauré genoemd, van wie hij evenwel verschilt door zijn zin voor humor.

Claude Rostand, een beroemd muziekcriticus en -recensent, schrijft het volgende over het tegenstrijdige karakter van de muziek van Poulenc: "In Poulenc huizen twee zielen, die van een monnik en die van een kwajongen".
Het centrale element in zijn composities is de melodie, die uitdrukking en vorm bepaalt. De muziek van Poulenc, wiens bijzondere voorliefde uitging naar de koormuziek, is altijd op de eerste plaats vocaal, ongeacht of hij deze componeerde voor orkest, strijkinstrument of piano.

Enkele werken: kamerkoormuziek, Messe (1937), Stabat Mater (1950),
Orkestwerken: Concert champêtre (1929), Concert voor twee piano's en orkest (1939), Sinfonietta (1947), Pianoconcert (1949),
Opera's: Les mamelles de Tirésias (1947), Les dialogues des carmélites (1956), La voix humaine (1959).

websites: www.poulenc.fr, de fansite, www.francispoulenc.com, www.chesternovello.com


Test je competentie op YaGooBle.com.

Pageviews vandaag: 19.