kunstbus
Test je algemene kennis op YaGooBle.
Dit artikel is 27 02 2017 20:54 voor het laatst bewerkt.

filmmuziek

Geluid bij de film
Het beeld is bij film het meest opvallende kenmerk van deze kunstvorm. Geluid lijkt daar meestal ondergeschikt aan te zijn. Toch zijn geluiden van wezenlijk belang voor film. Ze ondersteunen de beelden en helpen de beelden het verhaal te vertellen. Zonder geluid zouden films niet zo makkelijk hun verhaal kunnen vertellen. Geluid wijst de kijker op gebeurtenissen of een sfeer die uit de beelden alleen niet altijd af te leiden is. In film zijn verschillende soorten geluiden onderscheiden: gesproken woord, geluid dat bij de gebeurtenissen past en ten slotte muziek.

Invloed muziek op de film
Muziek heeft enorm veel invloed op beeld. Zo heeft het bij het televisie kijken vaak meer zin om bij een enge passage het geluid uit te zetten, dan om niet te kijken. De muziek dwingt je in een bepaalde hoek. Muziek verschilt wezenlijk van gesproken woord en geluiden die bij de gebeurtenissen passen, omdat muziek in de meeste gevallen niet binnen de verhaalwereid van de film past. Muziek is iets dat los staat van de gebeurtenissen en de personages, maar wel van wezenlijk belang is in een film. Muziek dient vaak om een extra sfeer aan de beelden toe te voegen. Om deze reden verschilt het gebruik van muziek in films enorm. Romantische scènes zullen meestal lieflijke melodieën bevatten, terwijl actiescènes ondersteund worden met muziek die extra spanning moet toevoegen aan de beelden.

Ook kan muziek gebruikt worden om herkenning op te roepen bij de kijker. De Starwars- en James Bond-films hebben hun eigen melodieën die in iedere film terug komen. In sommige gevallen, zoals de disco-nummers van de BeeGees uit Saturday Night Feyer (John Badham, VS 1977), is de muziek misschien wel bekender geworden dan de film.

In de meeste gevallen zullen de muziek en de geluiden gebruikt worden om de beelden te ondersteunen. De aandacht van de kijker ligt dan bij de beelden en onbewust maakt hij van de beelden en de geluiden en muziek een geheel dat klopt. Een toeschouwer verwacht spannende muziek bij spannende beelden en het geluid van een telefoon wanneer een telefoon te zien is. Films kunnen een kijker ook op het verkeerde been zetten door juist met die verwachtingen te spelen. Wanneer een kijker geconfronteerd wordt met een combinatie van beeld en geluid die niet lijkt te kloppen, heeft dat grote invloed op hoe de rest van de film ervaren wordt.

Filmmuziek kan een EENHEID vormen met het beeld:
 - Muziek kan een situerende functie hebben. Middeleeuwse muziek in film die speelt in de Middeleeuwen; Oosterse muziek in film "Duizend en een nacht".
 - Muziek kan beeldcontinuiteit versterken. Breukvlakken in de montage kunnen door muziek overbrugd worden.
 - Eenheid scheppen in het verhaal. Bijv. bepaalde geluiden of instrumenten bij bepaalde personen laten horen.
 
Filmmuziek kan het beeld ONDERSTEUNEN:
 - Realistische toevoeging; het laten zien dat er muziek gespeeld wordt.
 - Karakterisering van tijd en/of plaats. Bijv. Amsterdam: carillon en draaiorgel.
 - Mentale aanvulling: gedachten en emoties onderstrepen.

Filmmuziek kan met het beeld CONTRASTEREN:
 - Bijv. Weense wals in SF-film
 - Commentaar leveren op het beeld: de componist Prokofjev schreef muziek voor een scene vol terreur. Deze muziek werd later gebruikt voor een scene van een kindermoord.

Geschiedenis van de Filmmuziek
 De idee van een combinatie van beeld en geluid in de film was vanaf het begin aanwezig. Thomas Edison, die meer geïnteresseerd was in geluid dan in beeld, gaf toestemming voor de uitvinding van de Kinetograph met het idee zijn phonograph visueel te kunnen begeleiden en W.K.L. Dickson had in al 1889 een ruwe vorm van synchronisatie bereikt. In het eerste decennium van de twintigste eeuw behaalde de Edison Corporation successen met twee fonofilm systemen, de Cinephonograph en de Kinetophone.

Alle systemen uit de begin periode vertrouwden op de Phonograph voor het geluid bij de film. De eerste systemen gebruikten wassen cilinders, later ging men over op platen. Deze systemen hadden drie problemen:
 - synchroniciteit, Dit probleem werd gedeeltelijk opgelost met behulp van regulerende apparaten die synchroniciteit van beeld en geluid moesten waarborgen. Deze apparaten waren helaas niet perfect.
 - versterking voor presentatie aan een groot publiek, De versterking werd vaak geregeld door een hele batterij fonografen achter het filmdoek op te stellen. Rond 1910 begon men te experimenteren met luidsprekers met samengeperste lucht zoals vandaag de dag gebruikelijk is.
 - beperkte lengte van cilinder en plaat, Het laatste probleem bleek het moeilijkst op te lossen. Automatische wisselaars en het gebruik van meerdere fonografen maakten geen einde aan het probleem.

De imperfectie van de fonofilm betekende niet dat de film zonder geluid bleef. Rond 1908 waren sound-effects, gemaakt door mensen of machines, zoals de Allefex en de Kinematophone, gemeengoed terwijl live muziek, al vanaf het begin van de film van de partij, aanwezig bleef (meestal speelde een pianist in de zaal).

De muziek die gespeeld werd was niet altijd specifiek voor de film, en kon per voorstelling verschillen. Later, toen men het grootser aanpakte met orkesten, werd er beter gelet op de film zelf, en maakte men bijpassende muziek. Tussen 1905 en 1914 werden de filmverhalen steeds ingewikkelder en werd het spelen met tussenpozen vervangen door continue begeleiding die zich aanpaste aan de sfeer van de scènes. In deze periode werden de oude nickelodeons en storefronts vervangen door dreampalaces die plaats boden aan duizenden bezoekers en een groot orkest of op zijn minst een orgel, dat geluidseffecten kon nabootsen. Uit deze periode stamt ook het eerste stuk filmmuziek van Camille Saint-Saëns voor de film d’Art L’Assasssinat du duc de Guise (1908).

Het idee dat geluid een film verlevendigd groeide mee met de ontwikkeling van de film, maar niet elk theater kon zich een orkest of zelfs een orgel veroorloven. Daarom ging de zoektocht naar de geluidsfilm tijdens en na de eerste wereldoorlog gewoon door. De nadruk verschoof van geluid op plaat naar geluid op de filmrol zelf. De notie dat geluid fotografisch of optisch was vast te leggen in patronen van licht en donker was tien jaar voor de uitvinding van de kinetograaf al bekend. Al in 1910 wist E.A. Lauste een systeem te ontwikkelen om een optisch patroon om te zetten in geluid. Hoewel Lauste geen financiële steun wist te vinden voor zijn systeem dat hij photocinemaphone noemde vormde het de basis voor de photophone van RCA (Radio Corporation of America), één van de twee grote geluidssystemen die Hollywood in de begin jaren van de geluidsfilm hanteerde. De eerste werkbare geluid-op-film systemen werden echter pas na WOI uitgevonden.

In 1919 patenteerden drie Duitse uitvinders (J. Engl, J. Massole en H. Vogt) “Tri-Ergon”. Zij maakten gebruik van een foto-electrisch cel om geluidsgolven om te zetten in electrische golven en deze weer om te zetten in lichtgolven die op de rand van de film werden gezet. Het systeem bevatte ook een vliegwiel aan een tandwiel waardoor variatie in de snelheid van de film werd voorkomen. Dit was noodzakelijk om vervorming van het geluid te voorkomen. Het systeem met het vliegwiel en het tandwiel werd beschermd met een internationaal patent waardoor tussen 1920 en 1927 alle andere systemen door royalties erg duur waren of een inferieur systeem hanteerden.

In 1923 patenterde een Amerikaans uitvinder (dr. L.D. Forrest) onafhankelijk van de Duisters een geluid-op-film-systeem waarmee hij ook het probleem van de versterking oploste. Om radio-ontvangst te verbeteren had Forrest in 1907 de Audion-3-elektrode-amplifiertube gepatenteerd. Een systeem dat het geluid in een vacuüm buis elektrisch versterkt en door een luidspreker stuurde. De Audion werd onmisbaar voor radio, publieke toespraken, geluidsfilm e.d., omdat het hetzelfde doet voor geluid als een lens voor licht. Hoewel Forrest in New York, tussen 1923 en 1927, succes had met een hele serie korte geluidsfilms moest er in 1927 een concurrerend geluidssysteem, Vitaphone, aan te pas komen om Hollywood te interesseren voor zijn Phonofilm. Hollywood aarzelde omdat het de dure overgang van hun opname- en afspeelsystemen naar geluid in eerste instantie niet wilde maken.

Vitaphone maakte gebruik van meerdere 33 1/3 toerenplaten en werd uitgevonden door Western Electric en Bell Telephone Laboratories (dat een onderdeel vormde van AT&T, American Telephone and Telegraph Corporation) terwijl Hollywood niet zat te wachten op geluid. De in die tijd kleine maatschappij Warner Bros. nam de gok en richtte in 1926, met de hulp van Wall Street, de Vitaphone Corporation op. In het begin werd het systeem alleen gebruikt voor muzikale begeleiding van alle Warner-films om hun aantrekkingskracht in theaters zonder orkest of orgel te vergroten. Bij de introductie van Vitaphone (Don Juan 1926) werden kosten noch moeite gespaard. Ondanks het grote succes bleef de toekomst van Vitaphone eind 1926 onzeker, omdat de rest van Hollywood er door hoge kosten belang bij had het te beschouwen als een eendagsvlieg. De angst leefde dat de overschakeling op geluid het bankroet van de filmindustrie in Hollywood betekende.

Begin 1927 kwam als reactie op het succes van Vitaphone de “Big Five Agreement” tot stand - Loew’s (MGM); Paramount; First National; Universal; PDC - om, als het zover was een uniform geluidssysteem te hanteren. Dit was het begin van de uiteindelijke overwinning van het geluid op filmsystemen.

In het begin was Vitaphone echter het beste systeem en de eerste echte ‘talkie’, The Jazz Singer (1926), was van Warner. Deze film is gekozen omdat men voor de eerste keer op een realistische en schijnbaar onopzettelijke manier gebruik maakte van synchroon stemgeluid bij een dialoog. Het succes van The Jazz Singer leidde ertoe dat de Big Five op zoek gingen naar hun eigen geluid-op-film-systeem.

De Fox Film Corporation was een andere kleine maatschappij die zich bezighield met de geluidsfilm. Zij had de Amerikaanse patenten op Tri-Ergon (1926) en een systeem (‘uitgevonden’ door T.W. Case en E.I. Sponable) dat sterk leek op Forrests Phonofilm (1926). Hierdoor had Fox ook de beschikking over het vliegwiel-tandwiel-systeem. In 1926 werd de Fox-Case-Corporation opgericht, maar pas in 1927 werd de eerste voorstelling gehouden onder de naam Movietone. Movietone werd met name gebruikt voor newsreels in de vorm van Movietone News.

Fox-Case en Vithophone spraken af dat ze elkaars geluidssystemen mochten gebruiken waardoor ze als een van de twee systemen beter bleek beiden verder konden en sterker stonden tegenover concurrende systemen. Eind 1927 ging het slecht met Hollywood (met uitzondering van Warner) en 1928 leek nog erger te worden. De auto en radio begonnen geduchte concurrenten te vormen en de geluidsfilm leek de enige uitweg uit de malaise.

Begin 1928 kon Hollywood kiezen uit verschillende geluid-op-film-systemen waaronder het hierboven beschreven Movietone en het eerdere genoemde Photophone van Rca De keus van de Big Five viel uiteindelijk op een systeem van ERPI, een dochteronderneming van Western Electric. Een groot aantal kleinere maatschappijen sloot zich hierbij aan. Als reactie hierop sloten RCA, Pathé (dat net PDC had overgenomen), FPO en de Keith-Albee-Orpheum-keten van bioscopen zich aaneen tot de RKO (Radio-Keith-Orpheum) Zij maakten gebruik van het Photophone-systeem. In de zomer van 1928 hadden alle studio’s zich voorbereid op de overgang naar geluid. Warner bleef echter marktleider en kwam in 1928 met de eerste 100% talkie, Lights of New York. Het succes van deze film betekende het definitieve einde van de stomme film.

De overgang naar geluid was in 1929 voltooid en kostte ongeveer 300 miljoen dollar. Wederom was het Wall Street dat de financiering verzorgde en zo haar greep op Hollywood verstevigde. De grote leningen werden gevolgd door grote winsten en zowel Warner als Fox wisten hun marktaandeel door aankoop van andere maatschappijen enorm te vergroten. Dit leidde bijna tot een monopolisering van de markt. Hier werd onder president Hoover door het ministerie van Financiën echter een stokje voor gestoken. De introductie van geluid heeft er voor gezorgd dat Hollywood de Grote Depressie heeft overleefd. Toen de Depressie Hollywood aandeed was alle geluidsapparatuur al gestandaardiseerd met behulp in 1930 gemaakte internationale afspraken. Movietone en Photophone in Amerika en Tri-Ergon in Europa. Geluid-op-film had geluid op plaat verslagen door de betere synchroniteit. Met de winsten uit de Vitaphone kon Warner zonder risico van systeem wisselen.
1929 kwamen de eerste geluidsfilms en verdween het orkest uit de theaters. Filmmaatschappijen gingen zelf componisten en orkesten in dienst nemen. De techniek van het optische audiospoor uit de twintiger jaren maakte het mogelijk, om vooraf opgenomen muziek gesynchroniseerd bij de film te laten klinken. Steeds grotere orkesten werden gebruikt, de films werden vaak zelfs symfonisch van opzet, inclusief een ouverture. Tijdens de ouverture luisterde het publiek puur naar de muziek, en werd de tekst OUVERTURE groot geprojecteerd. Pas daarna begon de film.

filmmuziek kwamen componisten als Shostakovich, Prokofiev en William Walton voor geheel nieuwe uitdagingen te staan.

De muziek in een film is in het algemeen ondergeschikt aan het beeld. Aanvankelijk benadrukte de muziek de emoties van de acteurs, door deze niet alleen zichtbaar te maken, maar tevens via de vaak expressievolle muziek aan het publiek te laten horen. In de meer experimentele films uit de zestig- en zeventiger jaren werden de rollen ook wel eens omgekeerd, of gelijkwaardiger gesteld (bijvoorbeeld in de films van Andrej Tarkowsky).

Schillinger
De meeste filmmuziek is gecomponeerd met behulp van Schillinger's handboek, dat een compilatie biedt van muzikale expressiemiddelen. Het nadeel van deze methode is, dat veel filmmuziek niet origineel klinkt, met standaard akkoorden bij standaardmomenten, zoals bijvoorbeeld het verminderd septiemacoord bij een plotseling spannend moment.

Na aanvankelijk een symfonische ontwikkeling te hebben doorlopen, werden vanaf de zestiger jaren, onder andere naar aanleiding van de films van de Beatles, in toenemende mate ook popmusici als componist gevraagd.

Ennio Morricone
De filmmuziek van Ennio Morricone wordt door de meeste eigentijdse componisten als volwaardige kunstmuziek aangezien. Zijn muziek is onder andere te beluisteren bij: Once upon a time in the west en The mission.

Filmmuziek is een industrie op zichzelf, niet alleen in Hollywood, maar ook in bijvoorbeeld haar Indiase tegenhanger Bollywood.

Recente ontwikkelingen doen vrezen voor de toekomst van de orkestrale filmmuziek: er zijn sample-databases aangelegd van orkestklanken. Dit betekent, dat elke toon op elk instrument in diverse geluidssterktes digitaal is vastgelegd en kan worden afgespeeld. Daarmee dreigen honderden klassieke musici hun werk te gaan verliezen.

Bekende componisten van filmmuziek: Craig Armstrong (Love Actually), Danny Elfman (vrijwel alle films van de regisseur Tim Burton), Jerry Goldsmith (Star Trek), John Barry (James Bond,Out Of Africa), John Williams (vrijwel alle films van de regisseur Steven Spielberg), Hans Zimmer (As Good As It Gets,Gladiator,Backdraft,Driving Miss Daisy,Hannibal,Mission Impossible 2,Pearl Harbor,The Last Samurai,The Lion King,The Peacemaker,The Rock,King Arthur) Henry Mancini (The Pink Panther), Ennio Morricone (C'era una volta il West,The Untouchables, The Good, The Bad And The Ugly,The Mission), Randy Newman (Awakenings), Rogier van Otterloo (Soldaat van Oranje, Turks Fruit), Mike Post (vooral televisieseries, zoals The A-Team, L.A. Law, Law and Order), Alan Silvestri (o.a. Starsky & Hutch tv series, Back to the Future 1/2/3, Predetor 1/2, Forrest Gump, Stuart Little 1/2, The Mexican, The Mummy Returns, Serendipity, Lilo & Stitch, Maid in Manhattan, Tomb Raider: The Cradle of Life , Revenge of the Mummy, Mark Snow (ook televisieseries, zoals The X-Files), Alfred Schnittke

Zie ook het artikel Soundtrack

Websites: www.digischool.nl filmmuziek



Test je algemene kennis op YaGooBle.

Je kunt ook zelf een opinie of encyclopedisch artikel op Kunstbus of Muziekbus plaatsen!

lexicon opinie

Test je algemene kennis op YaGooBle.

Pageviews vandaag: 13.