kunstbus

Ben jij de slimste mens? Test je kennisniveau op YaGooBle.com.
Dit artikel is 24-01-2016 voor het laatst bewerkt.

expressionistische muziek

Expressionisme (muziek)

In navolging van de beeldende kunst en de literatuur wordt deze term ook toegepast op de nieuwe stijl in de muziek van het begin 20ste eeuw die van de ene kant een reactie was op het impressionisme en aan de andere kant een voortzetting van het subjectivisme van de hoogromantiek. De expressionistische kunstenaar probeert op de eerste plaats uitdrukking te geven aan zijn eigen gevoelswereld, vandaar ook dat de muziek van deze componisten vaak zeer verschillend is.

Componisten:
Oostenrijk: Arnold Schönberg(1874-1951), Anton Webern (1883-1945), Alban Berg (1885-1935)
Hongarije: Bela Bartok (1881-1945)
Rusland: Igor Strawinsky (1882-1971), Sergej Prokofjew (1891-1953), Dimitri Sjostakowitsj (1906-1975)
Engeland: Benjamin Britten (1913-1976)
Amerika: Charles Edward lves (1874-1954)
Frankrijk: 'Groupe des Six': Auric, Durey, Arthur Honegger (1892-1955), Darius Milhaud (1892-1974), Francis Poulenc (1899- 1963) en Tailleferre (componiste)
Duitsland: Paul Hindemith (1895-1963), Kurt Weill (1900-1950), Hans Eisler (1898-1962)
Nederland: Hendrik Andriessen ( 1892- ), Willem Pijper (1894-1947), Sem Dresden (1884-1957), Henk Badings (1907- )

expressionisme versus impressionisme
De term expressionisme had net als impressionisme aanvankelijk betrekking op de schilderkunst. Waar het impressionisme streefde naar de weergave van de objecten zoals zij op een bepaald moment door de toeschouwer worden waargenomen, werd in het expressionisme uitdrukking gegeven aan het innerlijk leven.

Het thema van het expressionisme was de mens in de moderne wereld zoals beschreven door de vroeg-twintigste-eeuwse psychologie: geisoleerd, hulpeloos in de greep van de krachten die hij niet begrijpt, ten prooi aan innerlijke conflicten, spanningen, angsten en alle elementaire, irrationele driften van het onbewuste, rebellerend tegen de gevestigde orde en de geldende normen. Een intense wanhoop en revolutionaire uitingsvormen zijn daarom kenmerkend voor het expressionisme.

De eerste Wereldoorlog heeft in Europa heel veel slachtoffers gemaakt: 10 miljoen doden en 20 miljoen gewonden.Het is logisch dat deze oorlog veel indruk maakt op iedereen, ook op componisten.

Expressionisme in muziek
Expressionistische muziek is muziek van uitersten, contrasten en vaak aan het waanzinnige grenzende hartstocht. Extreme gemoedstoestanden als hysterie en krankzinnigheid en ervaringen als nachtmerries werden in een zeer complexe muziek tot uitdrukking gebracht. Expressionistische muziek geeft uitdrukking aan strijd, geweld, conflict, frustratie en innerlijke verscheurdheid.

kenmerken
- Alle soorten gevoelens zijn belangrijk, de klankkleur (klangfarben-melodik) is belangrijker dan de melodie.
- Slagwerk en blaasinstrumenten worden belangrijker en er ontstaan allerlei nieuwe vormen van instrumenteren: geen stereotype ensembles meer, maar allerlei 'vreemde' combinaties van instrumenten.
- Sprechgesang is een nieuwe vocale techniek: ritme en toonhoogte worden wel genoteerd, maar de toonhoogte moet toch pratend geïntoneerd worden. Deze techniek bouwt voort op het traditionele recitatief en daarna zijn er vele onconventionele zangtechnieken ontwikkeld in de muziek van de 20e eeuw.
- In het ritme spelen maatwisselingen, syncopen, onregelmatige maatsoorten, polyritmiek en polymetriek een belangrijke rol.
- Het tonale systeem wordt steeds verder losgelaten.
Expressionistische kenmerken zijn belangrijk voor veel muziek van deze eeuw.

primitivisme
De nadruk van het Expressionisme ligt op het uiten van hevige emoties en de innerlijke visie van de kunstenaar. Deze wijze van uiten vind je ook terug bij de "primitieve" volkeren. De hoofdeigenschap van hun muziek is een bezielend steeds terugkerend thema, gezongen en bekrachtigd door slaginstrumenten en geuit in een steeds sneller en krachtiger ritme. Deze muziek beweegt zich tussen vreugde en vrees, levensdrang en doodsangst. Ze gebruiken het o.a. bij riten die verbonden zijn met de lente.

Tweede Weense school (ook Weense Expressionisten)
De kenmerken van het Expressionisme komen het duidelijkst tot uiting in de werken van Arnold Schönberg, Anton Webern en Alban Berg, die gezamenlijk de Tweede Weense school vormden (De eerste Weense 'school' was die van Haydn, Mozart en Beethoven).

atonale muziek
In de eerste tien jaren van de twintigste eeuw begon in Oostenrijk de opstand tegen de muziek van de laat-Romantiek. In Wenen werkten Schönberg en zijn leerlingen Anton Webern en Alban Berg aan de meest radicale omwenteling in de muziek. Ze vonden dat het eeuwenoude toonsysteem, waarin sommige tonen altijd belangrijker zijn dan anderen, zijn tijd had gehad en dat er een nieuw systeem moest komen, waarin alle tonen even belangrijk waren. Die muziek werd atonaal genoemd, omdat je er geen vaste toonaard meer in kon horen, en ook verdween daarmee het begrip “mooie” en “lelijke” samenklanken: consonanten en dissonanten. De mensen in Schönbergs tijd verklaarden hem voor krankzinnig en nog steeds hebben veel muziekliefhebbers moeite met de atonale muziek.

Serialisme
De Seriële muziek van Schönberg noemt men ook wel “twaalftoonsmuziek” of “dodecafonie” De theoretische essentie van deze muziek luidt als volgt:
Elke compositie is gebaseerd op een 'reeks', een 'serie', (vandaar de naam 'seriële muziek'), een bepaald patroon van intervallen (=toonafstanden), waarbij alle twaalf halve tonen van het octaaf worden gebruikt in een door de componist bepaalde volgorde. Alle tonen zijn gelijkwaardig (zie hierboven bij atonaal).
De tonen mogen na elkaar klinken, maar ook gelijktijdig. Het ritme is geheel vrij, maar elke toon mag pas weer aan bod komen als de hele reeks is afgewerkt. In de praktijk werd hier natuurlijk regelmatig van afgeweken.

Igor Strawinsky (1882-1971) (Russisch folklorisme)
Met name het werk "Le Sacre du Printemps" van Strawinsky is expressionisme bij uitstek.
Russisch componist die echter het grootste deel van zijn leven in Zwitserland, Frankrijk en de Verenigde Staten verbleef. Van zijn balletten 'L'oiseau de feu', 'Petrouchka' en 'Le sacre du printemps' verwekte laatstgenoemd werk bij de eerste opvoering in 1913 te Paribs, door de tot dusver ongekende ritmen en klankopstapelingen, een zodanige opschudding dat voor- en tegenstanders tijdens de opvoering elkaar letterlijk en figuurlijk in de haren vlogen. Strawinski heeft allerlei invloeden op geheel eigen wijze in zijn muziek verwerkt o.a. in het 'neo-classicisme' en jazz-elementen in zijn 'Ragtime'. Hij schreef voorts kerkmuziek en werken met bijzondere bezettingen zoals 'L'histoire du soldat' dat een instrumentale bezetting heeft van klarinet, fagot, trompet, trombone, slagwerk, viool en contrabas.

Les Six
In Frankrijk vormden rond 1918 zes jonge componisten, Auric, Durey, Honegger, Milhaud, Poulenc en Tailleferre (componiste), de Groupe des Six met het doel een moderne Franse muziek te propageren, los van het impressionisme zoals dat door Debussy tot volledige ontplooiing was gekomen. Inspiratie putten zij vooral uit de opvattingen van Erik Satie (1866-1925) die, door zijn streven naar originaliteit, nieuwe wegen zocht en beschouwd kan worden als een voorloper en wegbereider voor de moderne Franse muziek. Van de zes genoemde componisten zijn Honegger, Milhaud en Poulenc de belangrijksten.

Josef Matthias Hauer
In Europa nam het modernisme van het begin van de 20e eeuw geheel nieuwe vormen aan. Josef Matthias Hauer werd in zijn Nachklangstudien genspireerd door de hexachorden uit de oude Griekse cultuur. In deel I en IV blijft het pedaal liggen, wat een bijzonder effect oplevert.

Arnold Schönberg (1874 – 1951)
Schönberg zet zich af tegen tegen een burgermaatschappij die zich tevreden stelt met oppervlakkigheid en dubbele moraal, tegen aanpassing en bevallige schijn. Hij staat voor de provocerende waarheid, heldere gevoeligheid met alle hinderlijke gevolgen van dien. Daarom is de muziek: niet bedoeld om prettig in het gehoor te liggen, wel bedoeld om zo indringend mogelijk uitdrukking te geven aan gevoelens en er is meer sprake van spreken dan van zingen.

Arnold Schönberg brak volledig met de traditionele tonaliteit en vond in het twaalftoonsysteem een nieuwe taal. De beginakkoorden van Klavierstück 33a , elk 4 noten, bevatten alle noten van de twaaltoonsreeks. De uitdrukking van emotie werd in de muziek van Schönberg, meer dan ooit, een hoofddoel: door de abrupte wisselingen van stemming en dissonantie is dit werk uiterst representatief voor het expressionisme.

Anton Webern, ging nog verder met ordenen: alle verhoudingen in tijd en ruimte tussen de noten moesten met elkaar in overeenstemming zijn. Door zijn wiskundige benadering is het misverstand ontstaan dat zijn muziek koel en berekenend zou zijn, maar Weberns notities bewezen dat het juist uitdrukking was waar het hem om ging.

Alban Berg (1885-1935)
Leerling van Schönberg. Componist o.a. van de opera 'Wozzeck' en een vioolconcert; beide werken kregen een vaste plaats in het opera- en concertrepertoire.

Claude Debussy
Hoewel het Schönberg is die vaak geassocieerd wordt met de breuk der tonaliteit, is het eigenlijk Claude Debussy die alle harmonische functionaliteit opofferde ten bate van de innerlijke spankracht van klankkleur en klankschildering. Dissonanten worden onderdeel van de kleur, het gemoed, de stemming. De tude Pour les sonorits opposs geeft gelegenheid tot wegdromen!

Expressionisme in Amerika (Henry Cowell)
De vroege Amerikanen verrijkten begin vorige eeuw traditionele muziek met nieuwe muzikale vondsten. Henry Cowell was een pionier op dit gebied, met de uitvinding van het "cluster": een groep tonen die op de piano wordt gespeeld met de handpalm of zelfs de hele arm. In The Tides of Manaunaum, genspireerd op de mythe van de Ierse god van de beweging, worden deze ritmische en percussieve effecten op dramatische wijze verkregen. In Aeolian Harp gebruikt Cowell het binnenwerk van de piano als een liggende harp. Met het strijken over en plukken aan de snaren is een nieuwe speelwijze geboren!


Test je competentie op YaGooBle.com.

Pageviews vandaag: 12.