kunstbus

Ben jij de slimste mens? Test je kennisniveau op YaGooBle.com.

Elvis Costello

Elvis Costello (1954)

Brits muzikant, zanger en liedjesschrijver van Ierse afkomst.

Elvis Costello wordt op 25 augustus 1954 geboren als Declan Patrick Aloysius McManus. Hij neemt later de naam Elvis Costello tot zich; Elvis verwijst naar zijn held Elvis Presley en Costello is de achternaam van zijn moeder.

Zijn ouders zijn de trompettist, zanger en bandleider Ross MacManus en platenzaakmanager Lillian MacManus. Als Declan nog klein is, speelt en zingt zijn vader in een vooraanstaande Big Band en komt hij thuis met platen om de laatste popmuziek te oefenen. Zijn favoriete nummers zijn dan die van Frank Sinatra en Cole Porters 'I've Got You Under My Skin'. Op z'n negende koopt hij zijn eerste single, 'Please Please Me' van de Beatles.

Als Declan zestien is, verhuist hij met zijn moeder van Londen naar Liverpool.

Declans eerste openbare optredens vinden plaats in een Londense folk club in 1970.
In 1973 ontmoet hij in een Liverpoolse pub Nick Lowe, de bassist van Brinsley Schwartz, snel daarna richt Declan met behulp van Lowe de band Flip City op. Na een paar optredens die niet zo goed lopen stapt hij echter weer op.

Declan gaat solo verder onder de naam DP Costello en trad opin folkclubs.

Midden zeventiger jaren zeventig werkte hij als computerprogrammeur.

In 1976 reageert Stiff Records erg positief op Costello's demo en manager Jake Riviera contracteert hem en adviseert hem zijn naam te veranderen in Elvis Costello. Tevens besluit hij Costello te laten samengaan met de band Clover (nu beter bekend als Huey Lewis and the News).

In mei 1977 treedt Elvis Costello voor het eerst op, als voorprogramma van The Rumour, in Londen. De reacties zijn erg positief en kort daarna wordt Costello's vaste band The Attractions samengesteld, bestaande uit drummer Pete Thomas, Steve Nason (later Steve Nieve) op keyboard en Bruce Thomas op bas. Costello werkte behalve met Steve Nieve en The Attractions ook vaak samen met The Imposters.

Zijn eerste album, opgenomen in 24 uur en geproduceerd door Nick Lowe, "My Aim is True" met de hit "Allison" verscheen in juli 1977.
Kort daarop verschijnt een single die niet op het album staat, 'Watching The Detectives'. Dit wordt Costello´s eerste hit in Engeland.

Costello And The Attractions vliegen naar de VS voor hun eerste VS tour, waaronder een optreden bij Saturday Night Live in december 1977. Costello besluit daar onverwachts het kritische nummer 'Radio Radio' te spelen. Dit wordt hem niet in dank afgenomen; hij wordt hierdoor geweigerd nog eens bij Saturday Night Live op te treden en hij wordt niet eerder teruggevraagd dan 1989.

Zijn tweede album This Years Model komt uit in maart 1978 waarmee Costello zich vestigt als een van de meest getalenteerde en uitgesproken artiesten in de new wave. Het album haalt de UK Top 5 en bevat de hits '(I Don't Want to Go to) Chelsea' en 'Pump it Up'.

Elvis Costello veranderde zijn stijl naar punkrock en new wave, alvorens zijn eigen geluid te vinden in de jaren ’80. Dit typische Costello-geluid zou een mengeling van allerlei stijlen zijn. Zijn gave om pakkende liedjes te schrijven, zijn maatschappijkritische teksten, zijn brutale en cynische houding en zijn enorme ambitie maakten hem geliefd.

Hij bracht eind jaren ’70 ook nog This Year’s Model en in januari 1979 het album Armed Forces uit. Armed Forces wordt Costello's eerste en enige Top 10-notering in de VS.
Get Happy!! (1980) is een album met jaren '60 R-'n-B-achtige nummers, in 1981 gevolgd door “Trust” en kort daarop “Almost Blue”.

In de zomer van 1982 komt ”Imperial Bedroom” uit. Op deze cd stond o.a. de single “Shipbuilding”. Deze hit had Costello oorspronkelijk voor Robert Wyatt gecomponeerd. Later volgden ook nog de albums “Punch The Clock” (1983) en “Goodbye Cruel World” (1984).

Veel van Costello's albums werden geproduceerd door Nick Lowe. Zelf treedt Costello ook regelmatig op als producer, onder andere voor zijn favoriete band The Pogues. Costello hertrouwde in 1986 met de bassiste van die laatste band, Caitlin O'Riordan. Dit huwelijk duurde tot begin 21e eeuw.

1984 Costello gaat solo toeren samen met T-Bone Burnett. Zij maken later samen een single, 'The People’s Limousine', en noemen zichzelf The Coward Brothers.

1986 “King Of America” en “Blood And Chocolate”. Uit dit laatste album is vooral de single “I Want You” gekend.

In 1989 verschijnt Spike, de plaat met de hoogste noteringen, de beste verkopen, het ingewikkeldste opnametraject en het meeste materiaal. Op dit album staat o.a. 'Veronica', een van Costello's grootste hits.

1991 “Mighty Like A Rose”.

Gaandeweg volgden ook experimenten met klassieke muziek, zoals samenwerking met het Brodsky Quartet en in 2001 met Anne Sofie von Otter. Zijn affiniteit met klassieke muziek komt ook tot uiting in het feit dat hij sinds kort albums uitbrengt op het befaamde klassieke platenlabel Deutsche Grammophon. Uit de samenwerking met het Brodsky Quartet ontstaat in 1993 het gezamenlijke album The Juliet Letters.

In 1994 en 1995 verschenen respectievelijk “Brutal Youth” en “Kojak Variety”.

Costello gaat weer met The Attractions de studio in. In eerste instatie wil Costello een dubbelaar uitbrengen, maar dat wordt All This Useless Beauty, met voornamelijk ballads, niet. De kritieken zijn gevarieerd. Er volgt een tour, niet geheel met The Attractions en duidelijk wordt, dat dit de laatste keer is dat Costello met The Attractions zal spelen. Hun afscheidsconcert vindt plaats in Japan, op 15 september 1996.

1996 “Costello en Nieve” waarvoor hij enkel samen werkt met zijn toetsenist Steve Nieve.

Elvis Costello werkt eind jaren '90 samen met Burt Bacharach. Ze schrijven het nummer 'God Give Me Strength', dat een Grammy wint. Ze besluiten samen een album te maken, Painted From Memory, welke uitkomt in 1998 en een wereldwijd succes wordt.

1999 Costello schrijft 'She' voor de film Notting Hill met Hugh Grant en Julia Roberts uit. Het nummer She bereikte een hoge notering in de hitlijsten.

Voor Mike Myers' Austin Powers: The Spy Who Shagged Me spelen Costello en Bacharach 'I’ll Never Fall in Love Again'.

In 2000 komt er geen werk van Costello uit en in 2001 komt Costello in contact met mezzo-sopraan Ann Sofie van Otter, met wie hij een volgend album maakt, For The Stars, met daarop een aantal popnummers, o.a. werk van Costello, geïnterpreteerd door Von Otter.

In 2002 komt Costello met een ouderwets Elvis Costello album, met daarop een aantal van The Attractions te horen, When I Was Cruel. Volgens veel fans is dit het stevigere werk waar zij zolang op gewacht hebben. Het jaar daarop kwam het album “North” op de markt.

Elvis Costello kreeg in 2003 samen met zijn begeleidingsband The Attractions een plaatsje in het Rock & Roll Hall of Fame.

In 2004 werd hij genomineerd voor een Oscar voor "Beste Nummer" met "The Scarlet Tide". Dit nummer wordt gezongen door Alison Krauss in de film Cold Mountain.

Zijn album, ”The Delivery Man”, verscheen in 2004. In datzelfde jaar had hij een optreden op het North Sea Jazz Festival met het Metropole Orkest.

In 2004 is Costello voor de derde keer getrouwd, nu met jazz-zangeres Diana Krall.

In 2005 schreef Costello een opera over het leven van de Deense sprookjesschrijver Hans Christian Andersen in opdracht van de Royal Danish Opera in Kopenhagen.

Costello heeft vele onderscheidingen ontvangen voor zijn muzikale werk, zoals twee Ivor Novello Awards voor het schrijven van liedjes, een Edison Award voor het album "Juliet Letters" (met het Brodsky Quartet), de Nordoff-Robbins Silver Clef Award, een BAFTA voor muziek die hij schreef met Richard Harvey voor Alan Bleasdale's televisieseries en een Grammy voor zijn nummer "I Still Have That Other Girl" (een samenwerking met Burt Bacharach


Test je competentie op YaGooBle.com.

Pageviews vandaag: 280.