kunstbus

Ben jij de slimste mens? Test je kennisniveau op YaGooBle.com.
Dit artikel is 28 01 2018 028:01 voor het laatst bewerkt.

Edward Elgar

Sir Edward Elgar geb. 2-6-1857 Broadheath, gest. 23-2-1934 Worcester
Engels componist

Sir Edward Elgar componeerde wat het 'tweede' Britse volkslied zou worden, Pomp & Circumstance No.1, beter bekend als Land of Hope and Glory. Maar om de trots van de Engelse natie te worden heeft de componist flink moeten knokken.

Muziekhandel
Edward Elgar was het vierde kind uit een gezin van zeven kinderen. Zijn vader had een muziekhandel en was pianostemmer. Ook speelde hij orgel in de plaatselijke katholieke kerk. Als kind hielp Edward vaak een handje in de winkel en hij absorbeerde alle kennis over muziek en instrumenten. Zo leerde hij zichzelf verscheidene instrumenten spelen en bestudeerde hij de muziektheorie.

Liever een 'echte' baan
Maar zijn ouders vonden een carrière in de muziek niets voor hun zoon. Hij kon beter een ''echte' baan zoeken. Op zijn vijftiende ging Edward daarom bij een advocaat op kantoor werken. Na een jaar had hij daar echter alweer genoeg van en hij besloot definitief in de muziek verder te gaan.

Lunatic Asylum
Elgar begon met het geven van viool- en pianolessen en hij speelde viool bij het Worcester Philharmonic Orchestra. In 1879 -hij was toen begin 20- kreeg hij de vrij bizarre functie van leider van het personeelsorkest van de plaatselijke psychiatrische inrichting (County Lunatic Asylum van Worcester). De directie daarvan had namelijk bedacht dat muziek heilzaam op de patiënten zou werken. De verzorgers moesten daarom regelmatig concerten geven en Elgar gaf het orkest leiding.

Boven zijn stand
In 1889 trouwde Elgar met zijn 8 jaar oudere leerlinge Caroline Alice Roberts, de dochter van een hoge officier. Elgar trouwde ver 'boven zijn stand' en om die reden was haar familie ook tegen de verbintenis. Maar ondanks alle afkeuring hield zij voet bij stuk. Zij zou haar hele leven lang zijn werk als componist bijzonder stimuleren en aanmoedigen.

Provinciaal
Kort na het huwelijk vertrok het paar naar Londen omdat de kans op een mooie loopbaan als componist daar groter leek. Maar dat viel tegen. De Londenaren vonden Elgar maar een provinciaal, van lage komaf en katholiek bovendien, en zijn werken sloegen er totaal niet aan.

Gloeiende hekel
Eenmaal terug in de idyllische omgeving van Worcestershire schreef Elgar een aantal van zijn grootste meesterwerken. Maar tegelijkertijd zag hij zich gedwongen weer muzieklessen te gaan geven. En daar had hij een gloeiende hekel aan. In deze jaren kreeg Elgar last van heftige, zware depressies, die hij trachtte te maskeren met grappenmakerij en driftbuien.

Adelstand
Ondanks alle tegenwerking en Elgar's eigen gemoed, groeide in de loop van de jaren '90 zijn succes en met de Imperial March, die hij in 1897 componeerde voor het jubileum van Koningin Victoria, vestigde hij definitief zijn naam. Voor de kroning van Edward VII componeerde Elgar in 1902 een officiële ode, naar aanleiding waarvan hij in 1904 in de adelstand werd verheven: hij mocht zich voortaan Sir noemen. Van 1905-08 bekleedde hij een voor hem in het leven geroepen professoraat aan de universiteit van Birmingham. Elgar was echter geen pedagoog. In 1911 schreef hij muziek bij de kroning van George V. In 1924 kreeg hij de titel 'Masters of the Kings Music' en in 1932 die van baronet en hij was eredoctor van bijna alle Engelse universiteiten.

Oorlog
De Eerste Wereldoorlog brak uit en Elgar besefte bedroefd dat de wereld nooit meer hetzelfde zou zijn. Hij was te oud om te vechten, maar droeg zijn steentje bij met het schrijven van patriottisch getinte werken. Ook werd het belangrijkste stuk van zijn Pomp and Circumstance March No.1 voorzien van een tekst en werd aldus het beroemde Land of Hope and Glory.

Afzondering
In 1920 overleed zijn vrouw Alice. Vanaf dat moment zou hij niets van groot belang meer schrijven. Naarmate hij ouder werd vervreemde hij van zijn oude vrienden en hij zonderde zich steeds meer af met zijn drie honden. Sommige vrienden typeerden hem als 'grof, korzelig en soms zelfs zeer bot', anderen spraken dat tegen en vonden dat hij een 'typische, gastvrije oude Engelse heer' was. Op 23 februari 1934 overleed Sir Edward Elgar aan kanker. Hij werd 77 jaar oud.

Zijn muziek
Elgars muziek past geheel in het kader van de late romantiek. Zijn voorliefde voor het grootse en het brede leidt vaak tot breedsprakigheid en langdradigheid, vandaar dat hij weinig kamermuziek componeerde. Hij werd duidelijk beïnvloed door en is verwant aan Brahms enerzijds en de Nieuw-Duitse school anderzijds; Wagner, Liszt en Richard Strauss. Toch hebben zijn eerste werken al een eigen geest door het gebruik van een specifiek Engels idioom; gesyncopeerde ritmiek, melodiek met grote intervallen en een grillige curve. Zijn grote voorliefde voor het koor is eveneens typisch Engels.
Zeer typerend voor zijn werk is het symfonische scherzo Falstaff.

Betekenis
Zijn betekenis ligt voornamelijk in het feit dat hij de eerste werkelijk belangrijke componist was na de door Purcell en Händel beheerste periode en de sterkste muzikale persoonlijkheid was rond de eeuwwisseling. Hoewel hij geen school in de eigenlijke zin van het woord heeft gemaakt, is de door hem ontstoken fakkel overgenomen en verder gedragen door met name figuren als Vaughan Williams en Walton.

Werken: kamermuziek; orkestmuziek: o.a. Salut d'amour op.12 (1889), ouverture Froissart, op. 19 (1890), serenade voor strijkorkest, op. 20 (1892), Enigma variaties, op. 36 (1899), Pomp and circumstance op. 39 (1901-30, een reeks van 5 marsen, het trio van de eerste kreeg later als tekst Land of hope and glory), ouverture Cockaigne op. 40 (1901), Intr. and allegro voor strijkkwartet en orkest op. 47 (1905), ouverture in the South op. 50 (1904), Sumf. No. 1 op. 55 (1908), Vioolconcert op. 61 (1910, Symf. No. 2 op 63 (1911), symf. scherzo Falstaff op. 68 (19130, Celloconcert op. 85 (1919); oratoria en cantates: Light of Life op. 29 (1896), Scenes from the saga of king Olaf op. 30 (1896), The dream of Gerontius op. 38 (1900), The apostles op. 49 (1903), The Kingdom op. 51 (1906), The music makers op. 69 (1912); koorwerken; liederen: o.a. Sea pictures voor alt en orkest op.37 (1899).


Test je competentie op YaGooBle.com.

Pageviews vandaag: 281.