kunstbus

Ben jij de slimste mens? Test je kennisniveau op YaGooBle.com.
Dit artikel is 24-01-2016 voor het laatst bewerkt.

Edgar Varèse

Edgar Victor Achille Charles Varèse, eigenlijke naam is Edgard Varesse (geb. 22.12.1883 in Parijs, gest. 6.11.1965 in New York). Amerikaans componist van Frans-Italiaanse afkomst.

Waar Debussy het akkoord verzelfstandigde en Schönberg en zijn leerlingen de enkele toon, gaat Edgar Varèse verder. Hij verbrak de traditionele band tussen melodie, harmonie en ritmiek op radicale wijze. Bij Varèse hebben tonen, akkoorden en ritmische patronen een volkomen autonome betekenis. Hij schiep op die manier een klankenidioom dat geheel 'vrij' is. In tegenstelling tot de meer traditionele muziek, waarvan de belangrijkste dimensies melodie en harmonie zijn, berust de muziek van Varèse voornamelijk op de dimensies klankkleur en ritme.

Nadat Edgard Varèse zijn kinderjaren in Parijs en Bourgondië had doorgebracht, vestigde zijn gezin zich in Turijn.

De Turijnse periode blijkt achteraf niet onbelangrijk: Edgar leert er van muziek te houden. Hij speelt veel op de piano thuis, tot zijn vader het ontdekt, de piano op slot doet en er een doek voor hangt. Edgard's interesse is echter gewekt en hij neemt in het geheim piano- en muzieklessen. Een essentiële ontdekking is Claude Debussy's muziek. Diens 'Prelude a l'Apres-Midi d'un Faune' geeft hem een (cultuur)shock en markeert daardoor zijn muzikale ommekeer. Niet alleen is Debussy op dat moment een groot vernieuwer (hij zet zich vooral af tegen de dan modieuze, maar pompeuze Wagneriaanse muziek) en schepper van het muzikale impressionisme, maar hij is ook de componist die de percussie-instrumenten op een nieuwe, gamelan-achtige, manier gebruikt. Het bekendst (en volgens kenners het mooist) is La Mer: vluchtige indrukken krijgen muzikaal gestalte, de impressionistische muziek verandert onophoudelijk, waardoor het stuk fascinerend en steeds anders is; net als de immer veranderende zee.

Rond 1900 keerde de in Parijs geboren musicus naar zijn geboortestad Parijs terug en studeerde daar wiskunde en natuurkunde. Deze bèta-achtergrond zou zijn componeren later diepgaand beïnvloeden.

Na tot ingenieur te zijn opgeleid, begon Varèse in 1903 - tegen de wil van zijn vader - met een muziekstudie aan de Schuola cantorum. Bij zijn leraren waren o.a. Albert Roussel, Vincent d' Indy. Na enige strubbelingen met d'Indy vertrok hij en studeerde hij verder aan het Parijse conservatorium bij Charles-Marie Widor.

Reeds in deze studiejaren openbaarde zich zijn belangstelling voor de muzikale ontwikkeling van de arbeidersklasse, een neiging die Varèse gemeen had met twee andere pioniers der moderne muziek: Schönberg en Webern. Hij stichtte en dirigeerde het koor der Volksuniversiteit (choeur de l'universite Popupaire) te Parijs en organiseerde de concerten van het Château du Peuple.

In 1907 ging Varèse naar Berlijn, waar - beïnvloedt door de ideeën van de Italiaanse componist Ferruccio Busoni - zijn eerste werken ontstonden. In zijn Berlijnse tijd werden zijn werken vaak gespeeld en verwierf hij zich een grote reputatie. Toch was hij er na een paar jaar niet langer tevreden over en vernietigde ze vrijwel allemaal, hoewel ook gezegd wordt dat tenminste een deel van zijn werken per ongeluk bij een brand verloren ging.

In Berlijn ontmoette hij grote componisten als Debussy, Satie en Strauss, en een aantal schrijvers, waaronder Apollinaire en Cocteau. In Berlijn organiseerde hij ook het uit muzikaal ongeschoolden samengestelde Symphonischer Chor voor oude polyfone muziek.

In 1913 keerde hij terug naar Parijs. Zijn composities die hij in Berlijn had achtergelaten, werden vernietigd tijdens een brand. Op het symfonisch gedicht Bourgogne na, waarvoor in 1910 Richard Strauss daadwerkelijke interesse getoond had, zodat er te Berlijn een uitvoering van had plaatsgevonden.

In 1915, na een zware ziekte, verhuisde hij naar New York.

Hij schreef een revolutionair nieuw werk: Amériques (1920). Zelf verklaarde Varèse dat de titel duidelijk dubbel moest worden geïnterpreteerd: behalve zijn nieuwe woonplaats stond Amerika vooral voor een nieuwe wereld. Het stuk heeft een flinke houtblazers-sectie en een bezetting voor 21 percussie-instrumenten, waaronder sirenes, zwepen en leeuwenbrul. Zijn muziek was vanaf nu atonaal en zeer intuïtief.

Varèse dirigeerde verscheidene orkesten, en componeerde ook een aantal stukken waaronder 'Offrandes', 'Hyperprism', beide percussie-rijk.

Hij stichtte in 1919 het New Symphony Orchestra om er moderne muziek mee uit te voeren en in 1921 begon hij met de International Composer's Guide.

In een interview aan de Amerikaanse pers drukte hij zijn zorg uit over de beperkingen die het Europese standaardinstrumentarium met zich meebracht: er was dringend behoefte aan nieuwe instrumenten. In de komende jaren verkende hij de randgebieden van het bestaande instrumentarium om nieuwe klanken en klankcombinaties te verkrijgen. Zo "schafte" hij al gauw de strijkers "af": Octandre en Intégrales zijn uitgebreide blazerscomposities.

Octandre (1923) is Varese's eerste werk zonder percussie. Ondanks de afwezigheid ervan is het zeer krachtig, heeft het een eigen geluidswereld en is daardoor in zekere zin een stap vooruit in de muziekgeschiedenis.

In de jaren 1924/25 is het (door gebrek aan goede apparatuur) nog steeds onmogelijk ruimtelijk geluid te scheppen, ook al is Varese daar zeer mee begaan. Integrales, opnieuw een stuk voor talloze percussie-instrumenten, heeft desondanks een min of meer ruimtelijke klankkleur.

In de beide volgende jaren werkt Varese hard aan Arcana. Arcana is een stuk voor maar liefst 40 percussie-instrumenten.

In 1926 liet hij zich tot Amerikaan naturaliseren.

Na de ontbinding van de vereniging 'International Composer's Guide' in 1927 stichtte hij met anderen de Pan-American Association of Composers.

Varèse keerde in 1928 terug naar Parijs om de recent ontwikkelde 'Ondes Martenot' in zijn compositie 'Amériques' te integreren.

Vanaf 1928 woonde Edgar Varèse weer in Parijs en hield zich bezig met onderzoek naar de mogelijkheden van electronische klankvorming. Het resultaat was o.a. de compositie van een van de eerste pure stukken voor slagwerk uit de muziekgeschiedenis.

Zijn in 1931 geschreven en in 1933 voor het eerst uitgevoerde werk met de titel "Ionisation" had als bezetting 41 slagwerkinstrumenten en 2 sirenes.

In de jaren dertig begon hij te dromen van elektronisch gegenereerde geluiden: een voorschot daarop nam hij met zijn Ecuatorial voor twee theremins. Varese blijft onverstoorbaar naar nieuwe geluiden zoeken. Ecuatorial, bevat zang, basstemmen gezongen door megafoons en twee Theremins (een soort elektronische klankopwekker waarmee science-fiction achtige geluiden gemaakt kunnen worden - en dus ook veel bij SF-films gebruikt zijn). De eerste opvoering is in 1934.

Varèse had bijzonder veel belangstelling voor nieuwe instrumenten, vooral elektronische. Zijn composities dragen veelal namen ontleend aan de techniek en de natuurkunde, o.a. ionisation (1931), Hyperprism (1926), integrales (1931), Metal (1932). In later jaren componeerde hij ook voor elektronische muziekinstrumenten. Edgar Varèse, die zich intensief bezig hield met de fysische verspreiding van klanken in de ruimte, heeft een wezenlijke bijdrage geleverd bij de emancipatie van geruis(geluiden) in de nieuwe muziek.

Hij trachtte een beurs te verkrijgen van de Guggenheim Foundation en de Bell Laboratories om een opnamestudio voor elektronische muziek op te richten. Hij reisde in 1935 terug naar de States, waar hij vernam dat zijn voorstel niet aanvaard werd.

Tijdens een rustperiode na een crisis komt hij op een geweldig - maar onuitvoerbaar - idee: koren in alle wereldhoofdsteden zouden een nieuw werk moeten zingen. Het zou tegelijk, met mathematische precisie, moeten gebeuren, opdat elk koor precies daar kan beginnen waar het vorige eindigt. Varese werkt tussen 1935 en 1940 bijna constant aan het internationale koorwerk dat hij de titel 'Espace' meegeeft. Het is nooit opgevoerd.

Varèse kwam in een crisis terecht. Naast les geven en het optreden als gastdirigent probeerde hij tevergeefs, in Hollywood als componist van filmmuziek door te breken. Aansluitend aan Varese's inzinking breekt de 2e wereldoorlog uit. Varese blijft desondanks bezig met Espace, maar nu is de tijd (verdeeldheid) tegen hem.

Gedurende de volgende tien jaar van zijn leven componeerde hij en gaf hij af en toe les, maar hij was gefrustreerd omdat hij niet kon werken met nieuwe elektronische instrumenten. Na de oorlog is Varese verbitterd, vaak sarcastisch en schrijft bijna geen muziek meer: "Amerika is het land van de grote middelmatigheid en zal daar ooit aan ten onder gaan."

Pas in 1953 kreeg hij de kans om te experimenteren met nieuwe technologie.

Varèse bracht zijn elektronische ideeën in de praktijk: Déserts, gecompleteerd in 1954, bevat partijen voor een band met elektronisch geprepareerde geluiden.

Zijn composities werden met succes onthaald, en in 1957 kreeg hij de opdracht een compositie te schrijven voor de Wereldtentoonstelling in Brussel. Het werk kreeg de titel 'Poème Electronique'.
Brussel, 1958. Duizenden mensen verlaten verbijsterd en verwonderd het Philips Paviljoen op de wereldtentoonstelling. De architecten Le Corbusier (1887 - 1965) en Yannis Xenakis (1922 - 2000) hebben niet alleen een zeer markant gebouw ontworpen, 'Le Poème Électronique', maar in het gebouw is ook de gelijknamige voorstelling te zien die de ontwikkeling van de mensheid uitbeeldt. Op metershoge muren worden dia's geprojecteerd met afbeeldingen van de natuur, maskers van oude culturen, wapentuig, kinderen, volwassenen, bejaarden, steden, geboorte, leven en dood.
Speciaal hiervoor componeert Edgar Varèse (1883 - 1965) 'Le Poème Électronique', een muziekstuk dat nog altijd als modern te boek staat. Varèse heeft er allerlei geluiden voor verzameld: klokkengelui, geluiden van transformatoren of spanningsmeters, babygehuil, alles komt in aanmerking. Revolutionair is dat het geluid, dat de beelden ondersteunt, van diverse kanten op de toeschouwers af komt.

Edgar Varèse kreeg nu verschillende prijzen voor zijn composities.

Zijn laatste werk was Nocturnal, uit 1961, een werk met een zware tekst over incest.

Pas begin jaren zestig nam de belangstelling voor zijn muziek toe. Tijdens de laatste jaren van zijn leven bracht hij voortdurend verbeteringen aan zijn oudere werken. De pionier van de electronische muziek heeft slechts enkele jaren van zijn groeiend succes kunnen genieten; hij stierf op 6 november 1965 in New York.

Wrk: Ameriques voor groot orkest (1926), Espace voor koor en orkest (1937), koorsymfonie (1937), Equatrial voor bariton, blazers, slagwerk, orgel en theremin (1937).

Zoveel als Varèse met klankkleur bezig was, des te minder scheen hij zich met de vorm, harmonie en melodie bezig te houden. Een systeem zoals Arnold Schönbergs dodecafonie heeft hij nooit willen aannemen, en de blijkbare intuïtiviteit waarmee hij zijn werken schreef, staat in schril contrast met de wetenschappelijke namen die ze vaak dragen.

Riccardo Chailly heeft met het Koninklijk Concertgebouworkest alle orkestwerken van Varèse opgenomen.
"The complete works" van de Frans-Amerikaanse componist Edgar Varèse door het Asko Ensemble en het Concertgebouworkest onder leiding van Chailly komt als een aangename verrassing. Deze dubbel-cd bevat namelijk naast het bekende oeuvre van één van de meest orginele 'pioniers' (een woord waar Varèse een grote hekel aan had) van deze eeuw, ook een aantal nog niet eerder opgenomen zaken. Zo bevat deze cd ondermeer de orginele versie van "Ameriques", die Riccardo Chailly en producer Andrew Cornall hebben weten te achterhalen met behulp van Chou When-Chung. Professor When-Chung, die vanaf het einde van de jaren '40 met Varèse samenwerkte, heeft nog meer belangrijke bijdragen geleverd aan deze produktie. Zo reconstrueerde hij ook de schetsen van het curieuze "Tuning up", dat het stemmen van het orkest voorafgaand aan een concert als uitganspunt heeft. Deze uitgave, met bekende klassiekers als "Ameriques", "Arcana", "Ionisation", "Density 21.5", en "Deserts" gaat vergezeld van toelichtingen door professor Chou When-Chung. "Varese has had a significant impact on postwar musical culture, with figures as diverse as Stockhausen, Charlie Parker and Frank Zappa acknowledging his influence. Chailly's recordings demonstrate, in unequivocal terms, why this music will continue to provoke and inspire future generations" muziek van Varèse goed te begrijpen doen we even een stapje terug. De romantiek (‘laat romantiek’) is tot een hoogtepunt gekomen, maar ook de grenzen ervan zijn in zicht: De romanticus, op zoek naar steeds individueler expressie, had steeds meer moeite met de ‘afspraken’ die sinds Mozart, Haydn en Beethoven in de muziek golden. Waar dat toe kon leiden hoor je bijvoorbeeld bij Richard Wagner, een componist uit de laat romantiek. De melodie beweegt zich niet meer in min of meer overzichtelijke ‘klassieke’ stukjes. En er lijkt ook geen eind aan te komen. Sommigen spreken zelfs van ‘vermoeiend’. De muziek is nog wel ‘tonaal’ (je kunt het nog steeds meezingen), maar de toonladders die Wagner gebruikt schieten alle kanten op. Men spreekt van ‘zwevende’ tonaliteit.

Deze en andere ontwikkelingen brengen de muziek naar een grens die gaat werken als een drempel. Immers, moet de melodie nog langer? Moet het orkest nog groter? Moeten er nog ‘gekkere’ of vreemdere toonladders en akkoorden worden verzonnen? Schönberg neemt een radicaal besluit: alle 12 tonen zijn in principe gelijk (en verkrijgen daardoor zelfstandigheid) en we schaffen alle bestaande toonladders af. Debussy besluit om de dwingende wetmatigheid tussen het ene en andere akkoord af te schaffen: Alsof je midden een lied blijft ‘hangen’, je zoekt niet meer naar het verlossende slot, maar geniet van het ‘op weg zijn’. En zozeer dat je besluit om helemaal niet meer ‘thuis’ te komen; het nieuwe ‘weg zijn’ is een doel op zichzelf geworden, een nieuwe ‘klankwereld’ is geschapen. Akkoorden kunnen gewoon op zichzelf bestaan. Prachtig te horen in ‘La danse de Puck’.

1923: Edgar Varese (1885-1965) breekt met alles!
Maar niet alleen toonladders en harmonieën veranderen dramatisch. Het ritme en de klankkleur (de instrumentatie dus) raken nu ook op drift. Edgar Varèse maakte een sprong die veel mensen niet meer konden volgen. Hij schreef muziek gebaseerd op pure klank. Hij werd daardoor net zo belangrijk als vernieuwers als Schönberg en Strawinsky (die het ritme los maakte). Nu is het zo dat muziek altijd bestaat uit een zinvolle relatie tussen toonduur (maat en ritme), toonhoogte (melodie en samenklank), toonsterkte (hard en zacht) en toonkleur (de instrumentatie). Varèse zette de toonkleur in de schijnwerpers. Hij was dermate geboeid door de klank van instrumenten dat hij je het gevoel kan geven of je voor het eerst naar een trompet, een trombone of een dwarsfluit luistert. Luister naar het begin van ‘très vif et nerveux’ uit ‘Octandre’. Het begint met een melodie van de hobo. Nou ja, melodie…. Het is net of hij iets wil beweren, maar dat lukt niet meteen. Twee instrumenten gaan dan meedoen, maar dat valt niet in goede aarde, ze stoppen weer. Snappen ze niet wat de hobo bedoelt? Zijn ze te vroeg begonnen? Op een gegeven moment gaat het hele ensemble meedoen. Hoor je hoe dat gebeurt?

Dat het onmogelijk is om muziek te schrijven zonder ritme is niet moeilijk te begrijpen. Wel frappant is het dat maar weinig mensen muziek ‘begrijpen’ als daar geen ‘beat’ in zit. Ofwel, wanneer maat en ritme moeilijk zijn te ontdekken. Varèse maakte de klank(kleur) los, maar kon natuurlijk niet zonder maat en ritme. In ‘Octandre’ hoor je hoe Varèse met maat en ritme omgaat.

Goede bronnen van informatie zijn nog: http://www.geocities.com/pdoelder.geo/ en http://www.littleumbrellas.nl/, allebei met artikelen van Paul Lemmens over Varese, waarvan voor bovenstaand artikel ook veelvuldig gebruik van is gemaakt.


Test je competentie op YaGooBle.com.

Pageviews vandaag: 127.