kunstbus

Ben jij de slimste mens? Test je kennisniveau op YaGooBle.com.
Dit artikel is 07 11 2016 10:24 voor het laatst bewerkt.

Dmitri Sjostakovitsj

Dmitri Dmitrijevitsj Sjostakovitsj geboren 25-9-1906 St. Petersburg (Leningrad), gestorven 9-8-1975 Moskou
Russisch componist

Naamsvarianten: Dmitri/Dimitri Sjostakovitsj Sjostakowitsj Shostakovich Schostakowich Schostakowitsch

Sjostakowitsj was de zoon van een ingenieur. Reeds op zeer jonge leeftijd toonde hij muzikale aanleg. In 1919 ging hij naar het conservatorium van Leningrad waar hij piano studeerde bij Nikolajew en compositie bij Alexander Glazoenow en Maximilian Steinberg.

Al in 1926 oogstte hij groot succes met zijn Eerste Symfonie, die al spoedig in het buitenland uitgevoerd werd (1933, onder leiding van Bruno Walter in Berlijn). In 1927 behaalde hij een erediploma bij het eerste Internationale Chopin- concours te Warschau.

Sjostakovitsj componeerde twee volgende symfonieën in 1927, de Oktober-Symfonie en in 1931 de Een-Mei Symfonie. Hij schreef in die periode ook ballet-, toneel-, film-, pianomuziek en de opera De Neus (naar Gogol). Deze werken tonen nog sterke invloeden van de westerse toonkunst zoals hij die in Leningrad van componisten als Schrecker, Hindemith, Krenek en Alban Berg had leren kennen.

In 1934 componeerde hij één van zijn beste werken de opera Lady Macbeth naar Leskow. In het Sovjet-blad Prawda verscheen op 28 januari 1936 een officiële aanval op Sjostakovitsj. Zijn muziek zou een opeenhoping zijn van dissonanten en een formalistisch streven vertonen naar originaliteit. Een week later volgde een artikel tegen het ballet De heldere stroom. Hierop trok Sjostakovitsj zijn vierde Symfonie terug. In 1937 werd zijn vijfde Symfonie uitgevoerd, welk werk tot een volledige rehabilitatie voerde.

Van 1937-1941 was hij als compositieleraar verbonden aan het conservatorium van Leningrad en nogmaals van 1945-1948. Tevens onderwees hij in de jaren 1943-1948 aan het conservatorium in Moskou. Van 1939 tot 1948 maakte hij deel uit van het presidium van het genootschap van Sovjet- componisten.

In 1941, na het beleg van Leningrad componeerde hij de zevende symfonie de Leningrad-symfonie en in 1943 de achtste symfonie de Stalingrad-symfonie.

Samen met Sergej Prokofjev kreeg Sjostakovitsj in 1948 nogmaals een berisping, deze keer naar aanleiding van zijn negende symfonie (1945), waarin hij van neoclassicistisch maniërisme werd beschuldigd. Hierna verklaarde Sjostakowitsj zich te onderwerpen aan de Sowjet-voorschriften inzake de kunst. Als reactie ontstond toen het oratorium Het lied der bossen (J. Dolmatovski, 1948), dat in 1949 met de Stalinprijs werd bekroond. Vanaf die tijd gold hij als een der meest vooraanstaande Sovjetcomponisten.

De muziek van Dmitri Sjostakovitsj is in wezen nationaal, met een sterke invloed van Berlioz en Mahler. Karakteristiek voor zijn muziek is een pathetische lyriek, gewaagde instrumentatie en ritmiek en soms satirische elementen (in scherzo's van symfonieën) met een vaak triviale thematiek, vooral in de werken die volgens de sovjet eisen zijn geschreven. Sjostakovitsj toont zich in zijn beste werken een oorspronkelijk en veelzijdig componist.

Naar aanleiding van de Bachfeesten in Leipzig in 1950, waar Sjostakovitsj van onder de indruk raakte, componeerde hij de 24 preludium's e fuga's voor piano. Hij orkestreerde ook de opera van Moessorgski Boris Godoenov opnieuw.

Na zijn dood werd het symfonieorkest van Leningrad naar hem genoemd en zijn woonhuis in Moskou werd Sjostakovitsj- museum.

Sjostakovitsj schreef onder andere 15 symfonieën, concerten, balletten, kamer- en pianomuziek, opera's, een operette, cantates, oratoria, liederen en toneel- en filmmuziek.

Werken: opera's: De neus (1928), Lady Macbeth van Mstensk (1934), De spelers (onvoltooid), Moskva Tsjerjomoesjki (operette, 1958); balletmuziek (De gouden eeuw, 1930); filmmuziek (Nieuw- Babylon, 1928–1929; De val van Berlijn, 1949; Hamlet, 1963–1964); toneelmuziek; orkestwerken: 10 symfonieën, 5 Fragmenten, dansmuziek, concert voor piano, trompet en strijkorkest (1933); 2 suites voor jazz- orkest (1934; 1938); 2 vioolconcerten (1947–1948); 1967); 2de pianoconcert (1957); 2 celloconcerten (1959; 1966)koorwerken: Leningrad Suite, oratorium Het lied der bossen, cantate Zon over ons moederland, cantate De executie van Stepan Razin (1964); vocale muziek met orkestbegeleiding onder meer 6 Japanse romances; kamermuziek: Prelude en Scherzo (1924–1925; strijkoctet); 15 strijkkwartetten (1938–1974); pianokwintet (1940); 2 pianotrio's (1923; 1944); sonates voor cello (1934), viool (1968) en altviool (1975); piano solo: 2 sonates (1926; 1943); 24 preludes (1932– 1933); 24 preludes en fuga's (1950–1951); liederen op tekst van Poesjkin.


Test je competentie op YaGooBle.com.

Pageviews vandaag: 317.