kunstbus

Ben jij de slimste mens? Test je kennisniveau op YaGooBle.com.

Dick Kattenburg

geboren 11 november 1919 in Amsterdam - vermoord eind september 1944 in Auschwitz.

Biografie
De ouders van Dick Kattenburg verhuisden al snel van Amsterdam naar Naarden. Zijn vader was textielfabrikant en direkteur van Hollandia-Kattenburg, een voor Amsterdammers bekend gebouw aan de overkant van het IJ. De ouders waren niet religieus, en niet uitgesproken muzikaal.

Hij bezocht de HBS en studeerde viool aan de muziekschool in Bussum. Hij moet al jong een gedegen muzikale opleiding hebben gehad, evenals zijn jongere broer Tom, die pianist werd. Op 17-jarige leeftijd behaalde Dick het diploma ‘Théorie et Violon’ aan het Collège Musical Belge in Antwerpen. Zijn leermeester daar was Hugo Godron.

Een goede vriend van Dick was de schilder en (alt-)violist Theo Kroeze (1916-1988). Zij speelden veel samen en de compositie “Escapades – Suite pour deux violons” uit 1938 is aan Kroeze opgedragen. Dit werk is eind 2004 herontdekt. Theo Kroeze heeft een olieverf-portret van Kattenburg geschilderd dat in het bezit is van de familie Kroeze. Andere muziekvrienden in het Gooi waren o.a. de violist Frans Lecoultre, altviolist/cellist Anton Dresden (dirigent van Toonkunst Bussum), pianist Ton Jacobs en Alfred Pool (fagottist in het Toonkunst Orkest en leraar aan de Toonkunst Muziekschool).

Toen de oorlog uitbrak was hij 20. In 1941 deed hij nog Staatsexamen in Den Haag bij Willem Pijper, opnieuw voor theorie en viool, en behaalde ook het praktisch-pedagogisch diploma. Ook stond hij nog in contact met de joodse componist Leo Smit in Amsterdam, die hij een z.g. lesbrief stuurde met bepaalde muziek-technische vragen; de antwoorden van Smit zijn bewaard gebleven.

Om te ontkomen aan deportatie dook de hele familie Kattenburg onder. Dick bij een vriendin (Ytia Walburg Schmidt) in Utrecht bij o.a. Hans Henkemans en Jeanne Coolsma. Dick heeft tijdens de oorlogsjaren nog enkele composities geschreven èn heeft kans gezien om lang ondergedoken te blijven. Zo voltooide hij nog het eerste deel van zijn Sonate voor altviool en piano op 27 februari 1944. Hij gebruikte tijdens de onderduik twee schuilnamen: ‘van Assendelft van Wijck’ en ‘K.van D. (K. van Drunen)’

5 mei 1944 werd hij tijdens een razzia in de bioscoop opgepakt. Hij heeft nog kans gezien een briefje naar een oom en tante in Amsterdam te sturen, gedateerd 8 mei 1944, waarin hij schrijft sedert 3 dagen in Westerbork te zijn. In Westerbork kwam hij in het zogenoemde S-Lager, het Straflager, terecht. Op 19 mei 1944 werd hij naar Auschwitz getransporteerd, waar hij in de periode tussen 22 mei en 30 september 1944 werd vermoord, amper 24 jaar oud (volgens gegevens NIOD).

Dick Kattenburg heeft tijdens zijn korte leven een 30-tal composities geschreven, solo-stukken, kamermuziek en orkestwerken. Ook heeft hij een aantal Palestijnse en Joodse liederen getoonzet, hij noemde ze om begrijpelijke redenen Roemeense volksliederen. Invloed van de Franse muziek is aan te wijzen, maar verder is zijn stijl nogal romantisch, met fraaie melodie-lijnen en harmonieën, en soms met een ‘Jazzy’ sfeer, zoals zijn ‘Blues voor quatre-mains’ dat hij in 1940 voor de 50e verjaardag van zijn moeder schreef. Curieus is zijn compositie “Tap Dance voor quatre-mains en Tap Dancer (of slagwerk)” uit 1936. Opvallend is dat hij, thuis liberaal opgevoed, zich tijdens de oorlog sterker bewust moet zijn geworden van zijn joodse identiteit: op zijn handschriften uit die periode, met name de Hebreeuwse melodie voor viool, cello en piano uit 1941, vindt men Hebreeuwse letters en titels.

De muziek van Kattenburg werd tijdens zijn leven nauwelijks uitgevoerd. Eén van de uitzonderingen is de Sonate (1937) voor fluit en piano. Kattenburg schreef dit werk voor een bevriende fluitiste, Ima van Esso. Net als Kattenburg kwam zij in de oorlog in Auschwitz terecht, maar zij overleefde het kamp. Ze bewaarde Kattenburgs manuscript en stuurde het in 2000 als verjaardagscadeau toe aan fluitiste Eleonore Pameijer. Getroffen door de zeggingskracht van het werk, en door het verhaal er achter, voerde deze het in

De muziek van Kattenburg werd tijdens zijn leven nauwelijks uitgevoerd. Eén van de uitzonderingen is de Sonate (1937) voor fluit en piano. Kattenburg schreef dit werk voor een bevriende fluitiste, Ima van Esso. Net als Kattenburg kwam zij in de oorlog in Auschwitz terecht, maar zij overleefde het kamp. Ze bewaarde Kattenburgs manuscript en stuurde het in 2000 als verjaardagscadeau toe aan fluitiste Eleonore Pameijer. Getroffen door de zeggingskracht van het werk, en door het verhaal er achter, voerde deze het in de jaren die volgden regelmatig uit. In 2004 bleek dat deze compositie niet de enige was die bewaard was gebleven. Een dochter van Dick Kattenburgs zuster Daisy, Joyce Bergman-van Hessen, besloot de nalatenschap van haar moeder door te nemen. Dit naar aanleiding van een aankondiging van een concert van Eleonore Pameijer en pianist Marcel Worms, die de sonate zouden vertolken. Ze dacht dat ze misschien met het doorzoeken van de dozen op zolder iets meer over haar oom te weten zou kunnen komen. De vondst die ze deed was spectaculair: een stapel manuscripten met een schat aan muziek van Dick Kattenburg. De Sonate voor fluit en piano bleek geen uitzondering: ook de andere composities zijn van hoge kwaliteit.

Websites met meer informatie: www.joodsecomponisten.nl en www.leosmit.nl


Test je competentie op YaGooBle.com.

Pageviews vandaag: 148.