kunstbus

Ben jij de slimste mens? Test je kennisniveau op YaGooBle.com.

Diatoniek

Diatonisch Toonstelsel

A. een opeenvolging van hele en halve tonen, die, in tegenstelling tot de chromatiek, een verschillende stamtoon hebben; er wordt van de ene toon naar de volgende toon overgegaan ongeacht of deze verhoogd of verlaagd is, bijv. g-a, b-cis, c-des, fis-gis; diatonische toonladders zijn bijv. de grote- en kleine-tertstoonladders (zie toonladder);

Diatoniek: Het toepassen van de diatonische toonladder, een toonreeks waarbij hele en halve tonen elkaar afwisselen; diatoniek is ook de leer van deze toonladder en de muziek die er in geschreven is.

Een diatonische toonladder bestaat uit vijf hele en twee halve (en eventueel 1,5) toonsafstanden. Dit is de basis voor het westerse tonale systeem met majeur en mineur. Diatonische toonladders bestaan dus uit 7 tonen zo gerangschikt dat zij een grote of kleine seconde verschillen.

pentatoniek (5 noten per octaaf)
diatoniek (7 noten per octaaf)
chromatiek en dodekafonie (12 noten per octaaf)

Dit diatonische toonstelsel bevat dus per octaafruimte zeven verschillende tonen, voor welker benaming reeds eeuwen lang (ook de Grieken bedienden zich ervan) de namen van de eerste zeven letters van het alfabet wordt gebruikt:
a - b - c - d - e - f - g - (a)
1 - 2 - 3 - 4 - 5 - 6 - 7 - (8=1)

Daar het klankgebied van onze tegenwoordige muziek als laagste toon niet de a, maar de c heeft en eveneens met een c in het hoogste register eindigt, laat men de stamtoonreeks lopen van c - c.

B. in de harmonieleer de opeenvolging van laddereigen akkoorden dwz. akkoorden zonder chromatische verhogingen of verlagingen. Muziek die is opgebouwd uit de stamtonen (de zgn "witte toetsen van de piano", de noten met de namen: a - b - c - d - e - f - g - a) van de toonladder; de opeenvolging van de zeven stamtonen van de toonladder zonder toevallige en tijdelijke verhogingen en verlagingen.

Het gebruiken van enkel hele tonen, gebaseerd op de onderverdeling van het octaaf in 5 hele (T) en twee halve (S) toonsafstanden die maximaal verspreid zijn, zoals TTSTTTS. Majeur, zuiver Mineur en Kerktoonladders zijn hier voorbeelden van.

De toonladder, trapsgewijze volgorde van tonen, is het basismateriaal van de verschillende muzikale systemen. Sinds het ontstaan van de tonale muziek werd de toonladder gesystematiseerd en ontwikkeld tot twee hoofdvormen: de kleine-tertstoonladders, bijv.: c-d-es-f-g-as-bes-c (zie kleine-tertstoonsoort), en de de diatonische grote-tertstoonladders, bijv.: C-D-E-F-G-A-B-C ( grote-tertstoonsoort).

Uit de twaalf halve tonen (voor de intervalverhoudingen (zie interval) waaruit de toonladders worden opgebouwd, zijn ook o.a. te vormen: chromatische (zie chromatiek), hele-toons- of hexatonisch-anhemitonische (opgebouwd uit louter hele afstanden) en octotonische (bestaande uit afwisselend hele en halve tonen) toonladders.

chromatisch toonstelsel
Een belangrijk component waaruit de klank van muziek kan worden samengesteld is de hoogte van de tonen. De hoogte van twee of meer aaneengesloten tonen en daaraan als vanzelf verbonden de afstand tussen twee of meer in hoogte te onderscheiden tonen, ook wel interval genoemd, bepalen een melodische lijn of een melodie.
Verloopt de melodie vrijwel uitsluitend over de hoofdtonen van een modus of toonladder (met de nadruk op hele toonstappen) dan spreken we van diatoniek. Wanneer echter ook vele tussenliggende halve stappen gebruikt worden, noemen we dit chromatiek.
Het chromatisch toonstelsel verdeelt het octaaf in 12, uitsluitend halve toonsafstanden.
De keuze van de tonen en dus ook van de intervallen bepaalt de kleur en het karakter van een melodie. Pas in de 20e eeuw lieten componisten zich inspireren door exotische, chromatische, niet-Europese toonladders, en ontstond er een niet-diatonische klassieke muziek (Debussy, Stravinsky).

C.
het oudste toongeslacht van de Griekse klassieke muziek

Uit deze oude diatonische toonladders ontwikkelde zich in de loop van de muziekgeschiedenis het diatonische systeem van majeur en mineur toonsoorten.

Tetrachord
De eenheid van de Griekse melodie was het tetrachord: een groep van noten, waarvan de twee buitenste de afstand van een kwart hebben (tetra betekent vier). De toonsafstanden binnen deze kwart zijn vaak onbepaald en veranderen zelfs in het kader van de melodie.
Een melodie die de omvang van een kwart overschrijdt zal een nieuw tetrachord vormen, dat op tweeerlei manieren bij het eerste kan aansluiten:
(1) gebonden; de laatste toon van het eerste tetrachord is de eerste van het tweede
(2) los; waarbij de eerste toon van het voorgaande tetrachord los staat van het laatste van het eerste tetrachord.

Evenals in het Oosten, koppelden de Grieken twee Tetrachorden aan elkaar; gebonden (één toon gemeen) vormden ze een heptachord, gescheiden (geen toon gemeen) vormden ze een octaaf. Daar de omvang van het octaaf hoe langer hoe meer regel werd, voegde men onder of boven het heptachord een extra toon toe, de proslambanomenos.

toongeslacht
Hoewel we gewoon zijn het woord toonladder te gebruiken voor een bepaalde opeenvolging van tonen binnen een octaaf, zou men een hoedanigheid als pentatonisch of diatonisch eerder genus of geslacht moeten noemen. Het toongeslacht wordt bepaald door de grootte der toonschreden binnen het tetrachord, ongeacht hun volgorde.

modus
Een geslacht geeft de grootte van de toonschreden binnen een melodie aan, maar niet hun bijzondere opeenvolging. De volgorde waarin deze toonschreden optreden, bijv. twee hele en een halve of een hele-halve-hele toon, vormen een modus. Een modus komt tot stand door één toon uit de oneindige reeks als beginpunt of grondtoon te kiezen.

De beide buitenste tonen van een tetrachord waren onveranderlijk, maar de afstand der beide andere niet. Hun afstand ten opzichte van elkaar en van beide hoektonen bepaalde het toongeslacht en de modus.

Het diatonische, of heptatonische geslacht - genoemd naar het Griekse Dia, 'doorheen', en hepta, 'zeven' - heeft zeven schreden binnen het octaaf, gelijk aan de opeenvolging van de witte toetsen op onze piano; vijf ervan zijn hele en twee halve toonsafstanden. Er zijn dus twee hele en een halve toon voor elk tetrachord.


Interessante links: www.artemusica.nl, www.swentelomania.be


Test je competentie op YaGooBle.com.

Pageviews vandaag: 234.