muziekbus







Darius Milhaud

(Aix-en-Provence, 4 sept. 1892 - Genève, 22 juni 1974).

Frans componist die zowel jazz- als Zuid-Amerikaanse invloeden in zijn muziek verwerkte. Tot zijn bekendste werken behoren 'Scaramouche' voor twee piano's en zijn ballet 'Creation du Monde'.

levensloop
Darius Milhaud werd uit uit Joodse ouders geboren in Aix en Provence op 4 september 1892.

Hij legde reeds vroeg muzikaal talent aan de dag. Systematisch muziekonderwijs kreeg hij vanaf zijn 7e levensjaar met vioolle en op twaalfjarige leeftijd maakte hij als violist deel uit van het Bruguier-strijkkwartet. Zijn eerste composities ontstonden in 1905.

Cameron Smith en Vessela Gintcheva spelen Scaramouche van Darius Milhaud
In 1909 startte hij met de vioolstudie (bij Berthelier) aan het Parijse conservatorium, enkele jaren later ging hij over naar de compositie-studie. In Parijs volgde hij een muziekstudie bij André Gédalge (contrapunt), Paul Dukas (orkest), Vincent d'Indy (dirigeren en muziekanalyse), Charles Marie Widor (compositie) en Xavier Leroux (harmonieleer). Ook maakte hij kennis met Arthur Honegger en Jacques Ibert. Zelf componeerde hij in die tijd voornamelijk liederen naar gedichten van Franse tijdgenoten en een eerste opera (La brebis égarée 1910-1915).

In 1912 ontstond een vriendschap met de Franse dichter Paul Claudel. Claudel zou later voor verschillende van Milhauds werken de libretti zou schrijven.

De Eerste Wereldoorlog verhindert zijn Prijs van Rome en als componist wordt hij zowat de exponent van het anti-impressionisme.

Rio de Janeiro
Van 1917 tot 1918 was Milhaud cultuurattaché van de toenmalige Franse ambassadeur, zijn vriend Paul Claudel, in Rio de Janeiro in Brazilië. Daar leerde hij de Braziliaanse volksmuziek en de populaire muziek kennen. Gedurende dit tweejarige verblijf in Brazilië hield de componist zich intensief bezig met de folklore van het land, wat zijn neerslag had op zijn latere werken, zoals bijv. het ballet Le bœuf sur le toit (1919). Zijn muziek bij de Oresteia van Aeschylus (Claudel werkte aan de vertaling ervan), en de invloed van de negermuziek die vele werken van zijn zeer uitgebreid werk siert, zijn daarvoor een bewijs.

In 1918 kwam hij naar Frankrijk terug.

Groupe des Six
Milhaud's naam als componist werd gevestigd in 1919 door de lancering van de Groupe des Six, waarvan hij, min of meer tegen wil en dank, deel uitmaakte. Zijn composities brachten hem de eerste successen bij het publiek, maar ook schandalen.
De componisten van "Les Nouveaux Jeaunes", ook wel kortweg als "Les Six" genoemd, zijn behalve Milhaud, Arthur Honegger, Francis Poulenc, Georges Auric, Louis Durey en Germaine Tailleferre. Zij verzetten zich tegen de invloeden van de 19e eeuw en het impressionisme in de muziek (zij vinden deze muziek te gemaniëreerd).

jazz
Een andere invloed in Milhaud's werk is de jazz, waarmee hij in eerste instantie in 1920 in Londen kennismaakte. Het reizen zat hem echter - ondanks toenemende invaliditeit - in het bloed en een paar jaar later reisde hij naar de Verenigde Staten om in bijvoorbeeld Harlem de jazz te horen.

In 1925 huwde hij zijn nicht Madeleine.

Milhaud trad veel op als dirigent van zijn eigen werk, maar zijn muziek had nog niet echt een vaste plaats in de concertzaal verworven. Vanaf 1940 componeerde hij steeds meer instrumentale muziek. Eén van zijn bekendste stukken is Scaramouche, in 1939 oorspronkelijk gecomponeerd voor twee piano's. Milhaud houdt van strakke ritmes wat ook zeker duidelijk in Scaramouche naar voren komt. In het laatste deel, dat een samba-ritme heeft, zijn ook goed de Zuid-Amerikaanse invloeden te horen.

Milhaud had zichzelf aanvankelijk beloofd voor zijn vijftigste geen symfonie te schrijven, maar in 1939 kwam er een opdracht van het Chicago Symfonie Orkest voor een symfonie ter gelegenheid van hun vijftigjarig bestaan. Het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog wierp tijdelijk een schaduw over het project, maar in oktober 1940 dirigeerde de componist zelf de première.

In 1940 vluchtte Milhaud van Frankrijk naar de V.S. en werd in Oakland(Californië) leraar voor compositie aan het Mills College (tot 1971).

Inmiddels had hij ook zijn tweede symfonie al geschreven, deze keer in opdracht van de Koussevitzky Stichting. In die tweede symfonie, zijn behalve nog steeds typisch Franse trekjes ook enkele passages met een Amerikaans smaakje (à la Copland) te ontdekken.

Na het einde van de oorlog werd Milhaud in 1947 eveneens professor voor compositie aan het befaamde Conservatoire Superieur de musique de Paris. Milhaud woonde nu beurtelings in de V.S. en in Frankrijk. Tot zijn leerlingen behoorden de jazzmusicus Dave Brubeck enerzijds en de minimalist Steve Reich anderzijds en natuurlijk ook Allan Petterson, Karlheinz Stockhausen en Iannis Xenakis.

In 1956 werd Milhaud benoemd tot president van de Académie du Disque Français.

Darius Milhaud stierf in Geneve in 1974
Darius Milhaud Concerto voor Marimba mov 3

oeuvre
Ondanks zijn slechte gezondheid, door een longaandoening was hij veroordeeld tot de rolstoel, componeerde Milhaud veel prachtige, zeer geprofileerde muziek. Hij beheerste zijn muzikaal ambacht met een verbazingwekkende virtuositeit. Zijn werk strekt zich uit over vrijwel alle genres, vanaf de ‘grand- opéra’, en toneelmuziek bij Griekse tragedies tot en met de meest banale liedzettingen, waaronder die van een catalogus van landbouwwerktuigen en bloemzaden. Tot zijn belangrijke werken behoren onder meer: "Poèmes juifs", "Chants populaires Hébraiques", "Simon Bolivar" en "Christoffel Columbus".

Milhaud schreef o.a. 13 symfonieën (met en zonder koor), 6 kamersymfonieën, soloconcerten voor de meest uiteenlopende instrumenten (bijv. viool, altviool, cello, piano, klarinet, marimba, harp), ouvertures, kamermuziek, piano- en orgelwerken, cantates en andere koorwerken alsook ca 20 opera's en 15 balletten. Ook schreef hij veel muziek voor films zoals voor “Madame Bovary” (de versie van regisseur Renoir uit 1933) en “Péron et Evita” (1958).

De keus van dergelijke ver uiteen liggende onderwerpen is typerend voor zijn gemakkelijke trant van componeren. Naast de invloeden van Latijns- Amerika hebben de jazz en de Afro-Amerikaanse muziek zich laten gelden in de behandeling van ritme en instrumentatie.

In harmonisch opzicht had Milhaud een sterke voorkeur voor het gelijktijdig gebruiken van twee of meer toonaarden (zie bitonaliteit en polytonaliteit), waardoor echter zijn muziek soms een wat stereotiep karakter krijgt. Zijn soevereine beheersing van het contrapunt komt het beste tot uitdrukking in zijn 14de en 15de strijkkwartet, welke zowel afzonderlijk als ook gelijktijdig als octet gespeeld kunnen worden.

polytonaliteit
Het belangrijkste stijlprincipe van Milhaud is de polytonaliteit. De wetmatigheden van de conventionele harmonieleer wees hij af. Karakteristiek voor zijn muziek is verder een begrijpelijke melodiek, de zelfstandige behandeling van het slagwerk (percussie) binnen het orkest alsook het principe van concentratie. Opvallend is de korte duur van de snelle delen, waarbij het gebruikte muzikale materiaal van de eerste maten af volledig is en geen dynamische ontwikkeling vertoont. De langzame delen daarentegen krijgen meer gewicht; bij de breed uitgesponnen lange melodieën ervan verhuist de polytonaliteit naar de achtergrond en beperkt zich meestal tot de overlapping van twee melodieën.

Darius Milhaud was de eerste componist, die in zijn toneelmuziek het ritmisch gesproken koor invoerde.

Dat de componist een van de meest markante en belangrijkste persoonlijkheden was in het muziekleven van de 20ste eeuw, was ook de mening van Arnold Schönberg: "Milhaud lijkt mij de belangrijkste vertegenwoordiger van de huidige richting in alle Romaanse landen: het polytonalisme. Of het me bevalt, is een andere zaak. Maar ik ben de mening toegedaan, dat hij zeer getalenteerd is".



privacybeleid